De laatsten der Hawaïanen

Indo's en Molukkers namen hawaïmuziek mee naar het kille Holland. Enkelen gaan door met spelen, tot hun laatste snik.

null Beeld Marie Cécile Thijs
Beeld Marie Cécile Thijs

Het was op een hawaïfestival in Rijswijk dat ik de toen 87-jarige Anies Pattiasina To you sweetheart, Aloha hoorde zingen. Zijn ukelele hield hij tegen zijn ruim gesneden batikhemd aangedrukt alsof hij een baby wiegde. In zijn zachte stem was de noodzaak om te zingen voelbaar. Reddend spelen, dat deed deze kleine Molukse man. Als lange neus naar de dood. Reddend spelen, dat deden ook al die andere Indische muzikanten op leeftijd op dit kleinschalige festival. Ik was daar voor research voor mijn roman Honolulu King. In mijn boek wilde ik de hawaïmuziek uit de vergetelheid halen en de muzikanten weer een podium geven. Ik vroeg me af welk verhaal er achter deze Anies schuilging en achter al die andere Indische cracks die met aloha-spirit in het lijf hawaïmuziek speelden. Ze vertelden hoe de muziekstroming ooit vanuit Hawaï was overgewaaid naar de nabij gelegen Molukken en in de jaren twintig van de vorige eeuw mateloos populair werd in Nederlands-Indië. Toen de eerste indo's naar Nederland emigreerden, namen ze hun geliefde muziek mee. De weemoedige klanken van de steelgitaar in dat koude en vijandige Hollandse klimaat herinnerden hen aan hun verloren paradijs. Steeds meer Nederlandse musici omarmden de exotische muziek. Na de Tweede Wereldoorlog telde Nederland meer dan zeshonderd hawaïbands, met ukeleles, steelgitaren en heupwiegende hoelameisjes, in een decor van plastic palmbomen en zandbakzand. Het merendeel van deze bandjes zong in het Nederlands, tijdens de oorlog was Engels verboden. 'Nederhawaï' was geboren en met name de Kilima Hawaiians van het echtpaar Buijsman was enorm populair. Maar de muziekstroming werd weggevaagd door de rock 'n' roll en latere popmuziek, en is nu nagenoeg uitgestorven. Een handvol Indische en Nederlandse liefhebbers probeert de hawaïmuziek nieuw leven in te blazen.

Deze laatste kanonnen van de Nederlandse hawaïscene hebben zich verzameld in de Honolulu Kings, een soort alohaversie van de Buena Vista Social Club, vernoemd naar mijn roman. Ze treden op tijdens het grootste Indische festival ter wereld; de Tong Tong Fair.

Anies Pattiasina is nu bijna 90, maar zal van de gelegenheidsband de absolute king zijn. Witte schoenen, witte broek, lei om de nek, zijn mooiste batikhemd en dan weer die hawaïaanse evergreen, To you sweetheart, Aloha, met zachte stem. Het is niet uitgesloten dat hij tijdens dit nummer een dansje doet.

Honolulu Kings treedt op tijdens de Tong Tong Fair. Het festival begint vandaag op het Malieveld in Den Haag en duurt t/m 5 juni.

Anies Pattiasina (1926)

Woonplaats: Den Haag
Band: treedt regelmatig op als gastzanger op Indische feesten, pasar malams en Hawaiaanse festivals
Beroep: gepensioneerd boekhouder bij de Hollandse Bank-Unie/ABN Amro

'Als Molukse jongen groeide ik op in een muzikaal gezin in Nederlands-Indië. Mijn vader zat bij het KNIL en in zijn vrije tijd was hij dirigent van een fluitorkest. Mijn oudere broers speelden ukelele. Zodra ze weg waren, probeerde ik hen na te doen. Toen ik 5 werd, kreeg ik mijn eigen ukelele en mocht ik optreden op de lagere school. Een klein mannetje met een ukelele, ik was een attractie.

Hawaïmuziek was in de jaren twintig en dertig mateloos populair in Nederlands-Indië. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het onder de Japanse bezetters verboden op te treden. Na de bezetting mocht het weer. Ik werd zanger en gitarist bij de Molukse band Suara Maluku, waarmee ik door de hele archipel toerde. We hadden een contract bij de militaire Wellfare en speelden voor de Nederlandse militairen. In 1951 werd onze band naar Nederland gerepatrieerd. Negen volbloed Molukse jongens die uit de tropen werden gehaald en opeens in ijskoude barakken met stapelbedden en potkachels in Middelburg werden gestopt. Gelukkig kreeg ik snel verkering met een Zeeuws meisje. Ik mocht bij haar thuis wonen. Hawaïmuziek gaf mijn leven glans. In zo'n barak ben je niets, op een podium vinden de meisjes je leuk en exotisch.

Ik trouwde met een Hollandse, kreeg vier kinderen, werkte bij de bank, maar ben altijd muziek blijven maken. Ik won prijzen op Hawaiaanse concoursen en speelde met de groten der aarde: Rudi Wairata en George de Fretes, virtuozen op de steelgitaar. Niemand kon hen evenaren. Ze zijn van mijn generatie en al jaren dood. Met hen doofde de hawaïmuziek in Nederland uit. Zelfs in Indonesië, waar ik vorig jaar nog heb opgetreden, luisteren de mensen er nauwelijks nog naar. Maar ik ga door. In juni word ik 90 en mijn internist zegt: 'Blijf zingen, Anies. Elke dag. Het is je beste medicijn'.'

Anies Pattiasina (1926): 'Hawaïmuziek gaf mijn leven glans' Beeld  Marie Cécile Thijs
Anies Pattiasina (1926): 'Hawaïmuziek gaf mijn leven glans'Beeld Marie Cécile Thijs

Alfons Nolten (1957)

Woonplaats: Bergen op Zoom
Band: Ohiki Hawaiians
Beroep: gepensioneerd kredietspecialist

'Vroeger had elk zichzelf respecterend stadje een hawaïorkest. Toen wij in 1958 naar Nederland werden gerepatrieerd, begon mijn vader in Bergen op Zoom een orkest. Hij speelde contrabas en was bedreven in jazz, bossanova en natuurlijk hawaï. Mijn vader was een purist, hij hield van de zuivere uitvoering met snaarinstrumenten en moest niets hebben van de Nederlandse variant met orgel en drums. 'Hawaï op klompen', noemde hij dat. Haringhawaï. Je hoort bij die vernederlandste nummers bijna Aan de Amsterdamse grachten erdoorheen klinken.
Ik viel regelmatig in als gitarist in mijn vaders band. In 1992 overleed hij en kwam er een einde aan de optredens. Negen jaar geleden hadden we een familiereünie en mijn dochter wilde voor die gelegenheid een hawaïband formeren. Zij zou zang en ukelele doen en haar vriend, een rockgitarist, wilde ook meedoen. Mijn broer op bas, en of ik de steelgitaar even voor mijn rekening kon nemen. Ik had vier maanden de tijd om het onder de knie te krijgen, terwijl steelgitaar een van de moeilijkste instrumenten is. Als je met je steelbar, de ijzeren staaf waarmee je over de snaren glijdt, een fractie verkeerd zit, klinkt het al hopeloos vals. Veel muzikanten geven het na verloop van tijd op. Daarom zijn er weinig steelgitaristen in Nederland. Aangezien de steelgitaar het centrale instrument is van hawaï, zijn er nog nauwelijks bands.
Na die familiereünie bleven we spelen als de Ohiki Hawaiians. Mijn dochter en haar vriend zijn absolute jonkies in dit genre. Ik ben er blij om, anders sterft het binnen de kortste keren uit. Mensen hebben nu geen idee meer wat een steelgitaar is. Dat ik op de originele steel van de virtuoos George de Fretes speel, zegt ze niks.
Voor mij is hawaïmuziek pure nostalgie. Als ik het speel, ga ik terug naar mijn jeugd, naar de tijd dat elke dag een hawaïplaat werd opgezet door mijn ouders. Dan sloot ik mijn ogen en waande me op een hagelwit tropisch strand met wuivende palmbomen. Helaas ben ik nooit op Hawaï geweest, al staat het op nummer één op mijn bucketlist. Ik wil naar Waikiki Beach en Honolulu, de plaatsen die zo vaak worden bezongen.'

Alfons Nolten (1957): 'Haringhawaï, dat vond mijn vader niks' Beeld  Marie Cécile Thijs
Alfons Nolten (1957): 'Haringhawaï, dat vond mijn vader niks'Beeld Marie Cécile Thijs
Echtpaar René (1945) en Nora (1947) Ranti: 'We blijven erin geloven' Beeld  Marie Cécile Thijs
Echtpaar René (1945) en Nora (1947) Ranti: 'We blijven erin geloven'Beeld Marie Cécile Thijs

Echtpaar René (1945) en Nora (1947) Ranti

Woonplaats: Rijswijk
Band: Everlite for Hawaiians
Beroep: René is gepensioneerd hoofdwerktuigkundige bij Nedlloyd op de grote vaart

René: 'Van mijn vader mocht ik geen muziek maken, hij wilde dat ik ging studeren. Toen we in 1959 weggingen uit Indonesië, ben ik hier naar de Hogere Scheepvaartschool gegaan.'
Nora: 'Ik zing al van kleins af aan. Toen we naar Nederland verhuisden, ben ik blijven zingen.'
René: 'Na mijn pensioen in 2003 stortte ik me op de muziek. Ik nam gitaarlessen via Skype bij een steelgitarist in Hawaï. Camera gericht op de snaren en oefenen maar. Leren wordt altijd beloond. Ik heb indorock geprobeerd, maar hawaï spreekt me meer aan. De melancholische klanken voelen als thuiskomen. Het is muziek straight from the heart: het gaat over liefde, vreugde, verbinding. Dat is de 'aloha-spirit' die ervaar ik in mijn ziel als ik speel.'
Nora: 'Ik hield niet van hawaïmuziek. Jankmuziek vond ik het, verschrikkelijk. Ik kende alleen de Nederlandse variant, die van de Kilima Hawaiians. Nummers als Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur hebben niets met hawaïmuziek te maken. In 2007 gingen we naar Hawaï om de muziek te bestuderen. Zoals muzikanten het daar spelen, is het puur. Ik was direct verkocht en nam zanglessen. Hawaiaans is een klanktaal, één verkeerde klemtoon en een woord betekent iets heel anders.'
René: 'Onze band Everlite for Hawaiians hebben we in 2008 opgericht. Tegen de stroom in: het genre is bijna uitgestorven. Van de ruim zeshonderd bands begin jaren veertig en vijftig, is een handvol over. De eerste generatie Indische mensen die ermee opgroeide, verdwijnt. Tegenwoordig is er nauwelijks ruimte voor romantiek. Zonde. Met onze stichting Pacifica Touch promoten we hawaïmuziek, hoeladans en organiseren we festivals. Wij blijven erin geloven, wij blijven spelen. Met ons hart.'

Harry Lodder (1963)

Woonplaats: Amsterdam
Oprichter van de hoeladansschool: Halau Hula Mana O Kahiko
Beroep: treinconducteur

'Toen ik jong was, had je veel hoeladansgroepen in Nederland. Mijn zussen dansten de hoela en mijn moeder, een volbloed Indonesische, had in Indië ook wel hoela gedanst. Er zaten alleen meiden in de dansgroep van mijn zussen en de lerares zocht jongens. Of ik mee wilde doen. Ik zat op de middelbare school en werd hun enige mannelijke hoeladanser. Ik schaamde me niet, maar ik liep er ook niet mee te koop. Nog steeds niet. Als treinconducteur praat ik met collega's niet over mijn dansschool.
De hoela is van oudsher een Polynesische ceremoniële dans voor mannen. Ze droegen rokjes van tapa, gemaakt van de binnenkant van de hibiscusboom. Toen preutse missionarissen rond 1820 naar de archipel kwamen, werd de dans verboden. Ook topless rondlopen was er niet meer bij. Toen het dansen weer werd toegestaan, mocht dat alleen bedekt. Zo zijn die halve kokosnoten als bovenstukje geïntroduceerd. De komst van de Amerikanen leidde ertoe dat de mannen uit de hoeladans verdwenen. Als soldaten in de havenstad Honolulu aankwamen, vonden ze het leuker door meisjes in rieten rokjes en met een bloemenslinger om de hals te worden verwelkomd, dan door jongens in een lendendoek.
Het traditionele Hawaiaans is een klinkertaal: het alfabet telt twaalf letters. Neem het woord 'pua', dat bloem betekent. Leg je de klemtoon anders, betekent het varken. Met handbewegingen erbij maak je duidelijk wat je bedoelt. Zie het als een romantische gebarentaal.
In mijn school wil ik de filosofie van de hoeladans overbrengen. Dat mijn leerlingen de traditionele bewegingen leren en de diepere betekenis begrijpen. Er zijn wel honderd danspassen, ze zijn het fundament van de hoeladans. Binnenkort ga ik weer naar Hawaï om workshops te volgen. Jongens kiezen voor hiphop of streetdance, helaas niet voor hoela.'

Harry Lodder (1963): 'Jongens kiezen helaas niet voor hoela' Beeld  Marie Cécile Thijs
Harry Lodder (1963): 'Jongens kiezen helaas niet voor hoela'Beeld Marie Cécile Thijs

Inge Heijne (1948)

Woonplaats: Nieuw-Vennep
Band: Kameha Strings
Beroep: gepensioneerd administratief medewerker

'De teksten van hawaïsongs zijn bijna altijd positief. Ik vaar nu van je weg, mijn lief, maar ik kom terug. Melancholie met een happy ending. Dat vind je bij country en western niet. Dat is altijd van: 'Je bent voorgoed verdwenen met een ander en ik troost mezelf met whisky'. Kommer en kwel. Ik zing liever hawaï, het zit in mijn bloed. Mijn vader, Hans de Water, was een bekende in de amateurwereld. In Nederlands-Indië trad hij al op en in Nederland begon hij met mijn moeder een band.
Mijn ouders kregen vier kinderen, maar na de komst van de derde stopte mijn moeder met optreden. Voortaan stonden mijn zus, broertje en ik op het podium als De Waterlelies. Na schooltijd oefenden we thuis in onze flat in Amsterdam-West en in de weekeinden stonden we op feestjes van Schiphol of toneelverenigingen. We zijn later even gestopt en verdergegaan als Rhythm Rascals: een familieband met m'n vader, broertje en mijn man. We speelden jazzy swing, rock 'n' roll en hawaï.
Mijn vader is in het harnas gestorven. Een paar dagen voor zijn dood stond hij nog met mij en zijn oude muziekmaatjes uit Indonesië op het podium orgel te spelen.
Bij de Kameha Strings zing ik nu tien jaar. Het is een van de oudste hawaïbands die ruim een halve eeuw geleden werd opgericht door Wim Koningsveld en het Nederlandse echtpaar Will en Marga Bouquet. Alle drie 70-plussers, ik ben de jongste van het stel. Vroeger zei ik altijd tegen mijn vader: 'Denk erom, ik wil niet voor oude van dagen spelen.' Nu doe ik niet anders. Meestal zingen we op Indische matinees of in zorgcentra. We doen gebloemde Hawaiaanse kleding aan, hangen een lei om de nek en zodra we spelen, begint iedereen te stralen. Met hawaïmuziek brengen we blijdschap en dat is dankbaar om te doen.'

Inge Heijne (1948): 'Country, dat is alleen maar kommer en kwel' Beeld  Marie Cécile Thijs
Inge Heijne (1948): 'Country, dat is alleen maar kommer en kwel'Beeld Marie Cécile Thijs
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden