De laatste Wilde Mustangs

Vijftig jaar geleden kwamen drieduizend Tibetanen, veelal oud-monniken, in opstand tegen het machtige Chinese leger. Ze werden gesteund door de CIA met wapens en trainingen....

Natalie Righton

‘Dat ik ooit iemand zou doden, had ik tot mijn 20ste nooit gedacht. Ik was een Tibetaanse monnik en had de gelofte afgelegd goed te zijn voor alle levende wezens: zowel mensen, dieren als planten. Maar toen, in 1950, kwamen de Chinezen ons land bezetten. 10 maart 1959 werd de bloedigste dag.’

‘Vanuit mijn klooster in Lhasa zag ik hoe de Chinezen mensen gruwelijk afmaakten. Families werden uit elkaar getrokken, kinderen zonder pardon doodgeschoten. Mensen vluchtten het klooster in om te schuilen. Toen de Chinezen ook het klooster aanvielen, zat er niets anders op dan een geweer te pakken en terug te schieten. Het was om mezelf en andere onschuldige mensen te beschermen. Ik weet niet meer hoeveel Chinezen ik gedood heb.’

Pema Dorjee, een 80-jarige Tibetaanse oorlogsveteraan, vertelt zijn verhaal terwijl hij samen met 36 andere oud-strijders van de lunch geniet in het bejaardentehuis van Jampaling, een Nepalees dorpje aan de voet van de Himalaya. Met trillende handen eten ze momo, Tibetaanse deegkoekjes gevuld met groenten. De bejaarden zitten buiten gehurkt op de grond, leunend tegen een deurpost of een boom. Ze vertellen graag over de oorlog tegen China, ook al zitten er behoorlijk wat gaten in het geheugen van de oude heren. Terwijl Pema praat, draait hij met zijn linkerhand achteloos een gebedswiel rond.

Pema Dorjee was slechts een van de vele jongemannen die in 1959 hun monniksgewaad inruilden voor een geweer. Ze vochten voor een onafhankelijk Tibet tegen het machtige Chinese leger van Mao Zedong. Sinds 1950 bezet het Chinese leger Tibet. In 1959 kwam de bevolking in opstand: honderden Tibetanen werden gedood en zo’n duizend raakten er gewond. De spiritueel leider van de Tibetanen, de Dalai Lama, vluchtte te paard voor het geweld vanuit Lhasa naar India. Het was het begin van een exodus van duizenden Tibetanen richting India.

Pema Dorjee en zijn 36 makkers in het bejaardentehuis zijn de laatste overlevenden van een groep van zo’n drieduizend strijders die zich vanuit het buitenland gewelddadig verzetten tegen de Chinezen. ‘Ze noemden zichzelf de Wild Mustangs’, zegt Chodak Guyaltsen, de directeur van het bejaardentehuis in Jampaling. Ze ontleenden hun naam aan het gebied van waaruit ze opereerden: het door Nepal bestuurde koninkrijkje Mustang, dat tegen Tibet aan ligt. Wild waren ze zeker: tot midden jaren zeventig voerden ze guerrilla-acties uit in Tibet.

Het merendeel van de Mustangs bestond oorspronkelijk uit burgersoldaten. Maar na 1959 sloten zich ook honderden monniken aan. ‘Het waren vooral monniken die naar het buitenland vluchtten omdat ze werden opgejaagd door de Chinezen. Deze jongens hadden geen land meer, en geen vrouw en kinderen. Mede daardoor waren juist zij zeer bereidwillig om tot de dood te vechten’, zegt Melvyn Goldstein, hoogleraar aan de Amerikaanse Case Western Reserve University en directeur van het Center for Research on Tibet. Goldstein bestudeert de Tibetaanse geschiedenis al veertig jaar.

Opmerkelijk aan de Wild Mustangs is ook dat ze gesteund werden door de CIA met wapens, radio’s, medische goederen en trainingen. Zo’n driehonderd Tibetanen werden overgevlogen naar een trainingskamp in de Rocky Mountains in Colorado (1956-1961).

Na hun training werden ze met Amerikaanse vliegtuigen per parachute gedropt boven Tibet. Weinig soldaten overleefden de missie. ‘Het was alsof je vlees in de bek van een tijger gooide’, zou een van de laatste overlevenden hebben gezegd.

Pas na 1960, toen het verzet van de Mustangs meer vanaf de grond werd georganiseerd, boekten ze wat kleine successen. Dat is ook de periode dat de bejaarde mannen uit Jampaling zich bij de strijd voegden.

‘Vanuit Mustang voerden we korte, gerichte guerrilla-acties uit in Tibet. We schuilden langs de weg en overvielen vrachtwagens als ze voorbijkwamen. Als het Chinezen waren, doden we ze. Van de Amerikanen hadden we van die lange, antieke geweren gekregen. Ze gaven ons 50 dollarcent per maand salaris om zoveel mogelijk Chinezen te doden en informatie van ze te stelen’, zegt Lobsang Guyaltsen (68), die na wat tellen uitkomt op 18 dienstjaren voor de Mustangs.

Hoewel de steun van de CIA aan de Tibetanen tot zo’n tien jaar geleden nauwelijks bekend was, is de hulp niet echt verrassend. De Koude Oorlog was volop bezig; voor Amerika lag het voor de hand een groep te steunen die vocht tegen de communisten.

Wat de Mustangs niet wisten, is dat de Amerikanen geen enkele intentie hadden, de Tibetanen werkelijk te helpen in hun onafhankelijkheidsstrijd. ‘De CIA steunde de Mustangs wel, maar dat was vooral om de Chinezen bezig te houden’, zegt Goldstein. ‘Het kwam niet eens bij de Amerikanen op om troepen te sturen, zoals ze een paar jaar eerder in de Korea-oorlog hadden gedaan. En de wapens die werden gedropt, was vooral oud spul uit de Tweede Wereldoorlog.’

De impact van de guerrilla-acties van de Mustangs acht Goldstein dan ook zeer gering. ‘Het Chinese leger bestond toen uit twee tot drie miljoen soldaten. Een dode Chinees meer of minder maakte echt niet uit.’

De claims van de Mustangs dat ze ieder honderden Chinezen zouden hebben gedood, noemt Goldstein bovendien zwaar overdreven. ‘Ik ben zelf regelmatig op die weg geweest waar de Mustangs Chinese vrachtwagens moesten overvallen. Zelfs anno 2007 ben je blij als er één auto in de vier dagen voorbij komt.’

De CIA denkt anders over de impact van de Mustangs. Bij een van de aanvallen van de guerrilla-strijders op een militair konvooi werd een stapel voor de CIA zeer waardevolle documenten buitgemaakt. Uit de papieren bleek voor het eerst hoe treurig het was gesteld met de moraal en de kracht van het Chinese leger.

‘Er was ook voor het eerst informatie over de omvang van de toen heersende hongersnood en de onrust van de burgers onder het leiderschap van Mao Zedong’, onthulde voormalig CIA-agent Ken Knauss niet zo lang geleden in een BBC-documentaire over de Mustangs. ‘Het was een van de grootste informatie-vangsten in de geschiedenis van de CIA’.

Begin jaren zeventig bekoelde de relatie tussen de CIA en de Tibetaanse verzetsstrijders ineens. President Nixon zocht toenadering tot China, waarna de steun aan de Tibetanen bevroren werd.

De Mustangs vochten zelfstandig door tot 1974, maar het was ‘een ongeorganiseerde bende’, zegt Goldstein. Toen de Chinezen ook de regering van Nepal onder druk zetten om de guerrilla-acties van de Mustangs vanuit hun land te stoppen, riep de Dalai Lama de Mustang-strijders op, zich over te geven.

De gevolgen waren dramatisch. Voor sommige Mustangs was de deceptie zo groot dat zij zelfmoord pleegden door van bruggen af te springen of hun eigen keel door te snijden. De leiders van de Mustangs werden door Nepalezen gevangen genomen en ter dood veroordeeld, wat later werd omgezet in lange gevangenisstraffen.

De overige Mustangs leverden hun wapens in en legden zich toe op tapijten weven, tot de dag van vandaag de voornaamste inkomstenbron van de Tibetanen in ballingschap. Dat geldt ook voor de 37 mannen van Jampaling.

Opvallend is dat geen van de oud-strijders die nu in Jampaling wonen, ooit nog monnik werd. ‘Als je eenmaal een man hebt gedood, is er iets in je geknapt. Je hebt je religieuze geloften gebroken. Monnik worden, kon gevoelsmatig gewoon niet meer’, zegt Lobsang Guyaltsen. De meeste mannen trouwden ook nooit, maar bleven bij elkaar wonen in Jampaling.

Woede is er na al die jaren nog steeds. ‘De Amerikanen hebben ons laten barsten’, is een vaak gehoorde kreet. En ook: ‘Ze hadden ons een vrij Tibet in het vooruitzicht gesteld, maar dat is er nooit van gekomen.’ Het vuur spat bijna uit de ogen van Pema Dorjee en Lobsang Guyaltsen.

Was de strijd van de wilde Mustangs dan echt nutteloos? ‘Als je erop terugkijkt wel ja’, zegt Goldstein. ‘Maar het was ook een moedige strijd. De Mustangs waren in aantal en in wapentuig zwaar in de minderheid, maar ze namen het toch op tegen een miljoenenleger.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden