Reportage Syrië

De laatste uitweg voor Syriërs is Khartoum in Soedan

Omar, uit Syrië, op een kruispunt in Khartoum. Achter hem een de woorden 'I love Sudan’. Beeld Sven Torfinn

Syriërs wijken massaal uit naar Soedan, een van de weinige landen waar ze nog welkom zijn, om hun officiële zaken – van dienstplicht tot gezinshereniging – te regelen.

‘Wat? Is de ambassade dicht?’ Met paspoorten in zijn hand beent Mohamed vol ongeloof heen en weer voor de Syrische ambassade in Khartoum, de hoofdstad van Soedan. De Syriër is speciaal uit Dubai overgekomen, en vliegt vanavond alweer terug. Op de ambassade wil Mohamed papieren in orde maken voor zijn pasgeboren dochter en zijn vrouw, die hij later vanuit Europa wil laten overkomen.

‘Ik heb een heel goede baan, ik kan niet wegblijven’, zegt Mohamed. ‘Maar nu gaat het dus nog langer duren voordat ik eindelijk mijn dochter kan zien.’ (De Syriërs in dit verhaal hebben niet hun echte namen om hen en hun families in Syrië te beschermen tegen vervolging.) 

Op de stoep aan de overkant van de ambassade zitten meer verslagen Syriërs. Jonge gezinnetjes, een oudere man, een jongen die studeert in China. Van heinde en ver vliegen ze naar dit arme Afrikaanse land om hun zaken af te handelen.

Khartoum is, van alle plekken op de wereld, hun laatste toevluchtsoord geworden, nadat overal de grenzen voor hen zijn gesloten. De Syriërs komen hier om te trouwen, documenten op te vragen, de gezinshereniging met hun families in Europa of de vrijwaring van militaire dienst in Syrië te regelen. Soms ook komen ze alleen maar om even familieleden in de armen te kunnen sluiten, die ze door de oorlog vaak jaren niet hebben gezien.

Velen zoeken er ook voor langere tijd een veilig heenkomen: 300 tot 350 duizend Syriërs zijn er in Khartoum neergestreken, bijna vier keer zo veel als er in Nederland verblijven.

Ongeasfalteerd

Als medemoslims heet het islamitische regime van president Omar al-Bashir de Syriërs hartelijk welkom. Ze spreken net als de Soedanezen Arabisch en krijgen direct een verblijfs- en werkvergunning – in tegenstelling tot de vele vluchtelingen uit Eritrea, Ethiopië en buurland Zuid-Soedan, die proberen te overleven op de ongeasfalteerde straten van de hoofdstad. Door overvloedige regen zijn die overal in modderpoelen veranderd.

In het vergane Khartoum, dat zelf kampt met een economische crisis als gevolg van decennia van wanbeleid en Amerikaans sancties, drukken de Syriërs inmiddels hun stempel met hun nette winkels, restaurants en kappers. Het populaire restaurant Poort van Syrië zit deze middag vol met islamitische Afrikanen. De streng gesluierde vrouwen giechelen in hun telefoons, terwijl op een groot televisiescherm video’s van zwoele, schaars geklede Arabische zangeressen worden afgespeeld.

Achter de kassa zit Omar die een half jaar geleden uit Syrië is gekomen. Hij heeft zijn studie Engels kunnen afmaken in Damascus, maar moest een half jaar geleden toch vluchten omdat hij anders in militaire dienst moest. ‘Ik peins er niet over om te vechten voor een moordenaar, een duivel die zijn eigen burgers afslacht.’

Smokkelaars

Khartoum was voor de 30-jarige Omar de enige optie. Turkije, Jordanië en Libanon houden hun grenzen dicht, geld voor smokkelaars naar Europa heeft hij niet. In het restaurant verdient hij nog geen 50 euro per maand, wel krijgt hij kost en inwoning. ‘Nu ligt waarschijnlijk iemand van de nachtploeg in mijn stapelbed te slapen. Al probeer ik dat te voorkomen door er een laken voor te hangen.’

De Syrische restauranteigenaar nam zo’n vijftig landgenoten onder deze voorwaarden onder zijn hoede, om iets voor de vluchtelingen te kunnen doen. Omar is blij met de uitgestoken hand, maar zijn toekomst ziet hij somber in. Zijn vrouw zit nog in Syrië en kwijnt weg van verdriet. Zelf denkt hij aan niets anders dan hoe hij zich kan voegen bij zijn grote liefde, ‘mijn soulmate’.

Een jong koppel, pas getrouwd, en zij twee weken voor de bevalling. Ze willen niet met hun namen in de krant uit angst dat het gevolgen kan hebben voor achtergebleven familie in Syrië. Ze wonen in een karig en klein appartementje, hij werkt 7 dagen per week, 12 uur per dag in de bediening van een Syrisch restaurant. Via de telefoon houdt hij contact met zijn broer die in Duitsland zit. Beeld Sven Torfinn

In het drukke zakencentrum van de stad krijgt Khaled de deur in zijn gezicht  dichtgeslagen. Zijn jonge vrouw heeft zich angstig aan zijn arm geklemd. ‘Kom na het weekend maar terug’, snauwt de Syrische religieuze ambtenaar die huwelijken regelt.

Khaled is speciaal uit Zweden overgevlogen om zijn vrouw te kunnen ontmoeten. Zij woont nog in Syrië in afwachting van hun gezinshereniging. Ze hebben elkaar al eerder ontmoet in Khartoum om te trouwen, nu willen de Zweedse autoriteiten bewijs zien dat ze ook echt samen hebben geleefd in Soedan. Hij betaalde bijna 900 euro voor zijn ticket uit Stockholm, zij bijna 500 euro om vanuit Damascus te komen. ‘Al die moeite en dat geld’, zegt Khaled. ‘Voor één papiertje.’

Wachten, wachten, wachten

Als de uit Dubai overgekomen Mohamed gefrustreerd de Syrische ambassade verlaat, trekt hij een grote stapel bankbiljetten uit zijn zak om koffie te trakteren in het hippe restaurant Ozon. ‘Wachten, wachten en wachten, dat is wat Syriërs doen. Niemand weet waarop en voor hoe lang.’

De 29-jarige Mohamed heeft geluk: hij had al een goede baan in Dubai voor de oorlog in Syrië in 2011 uitbrak. Maar nu hij vader is geworden, is ook hij verstrikt geraakt in de internationale visumbureaucratie die Syrische gezinnen van elkaar gescheiden houdt.

Zijn vrouw leerde Mohammed drie jaar geleden kennen via Facebook, zoals inmiddels gebruikelijk is onder de generatie jonge huwbare vluchtelingen die over de wereld is uitgewaaierd. Ze was met haar ouders als vluchteling in Oostenrijk beland, reisde naar Khartoum om met Mohamed te trouwen en woonde daarna met hem in Dubai.

Khaled laat op zijn mobiele telefoon foto's en video's zien van de ravage die de oorlog heeft aangericht in zijn geboortestad. Beeld Sven Torfinn

Voor de bevalling keerde zijn vrouw terug naar haar ouders en nu blijkt ze Oostenrijk niet te kunnen verlaten, omdat de papieren ontbreken waarmee het kind een paspoort kan krijgen. Als Syriër komt Mohamed Oostenrijk niet zomaar in en nu moet hij de papieren in Khartoum regelen. Ondertussen dreigt het visum van zijn vrouw voor Dubai bijna te verlopen. Mohamed zucht: ‘Ik had nooit gedacht dat het zo moeilijk zou worden om mijn gezin bij elkaar te krijgen.’

Catch-22

Veel Syriërs raken in Khartoum in een catch 22-situatie verzeild. Ze kunnen niet verder omdat ze nergens een visum krijgen, maar ze kunnen ook niet terug naar Syrië uit vrees te worden opgepakt als vijand van het regime of ontduiker van de dienstplicht. Sommigen proberen nu een Soedanees of zelfs Braziliaans paspoort te bemachtigen om maar te kunnen reizen. ‘Met een Syrisch paspoort kun je geen kant op’, zegt een jonge Syriër. ‘Ze zien ons overal als terroristen.’

Veel jonge mannen proberen in Khartoum de vier jaar vol te maken die nodig is om onder de dienstplicht in Syrië uit te komen. Na vier jaar ‘bewezen verblijf’ in het buitenland kan de dienstplicht voor 8.000 dollar worden afgekocht en kunnen ze terug naar huis. Omar van restaurant Poort van Syrië ziet niet hoe hij dit bedrag ooit bij elkaar kan sparen met zijn salaris van 50 dollar per maand en overweegt illegaal naar Egypte te gaan met zijn vrouw.

Ondanks de dagelijkse overlevingsstrijd prijzen Syriërs de gastvrijheid van Soedan. Een groot voordeel is de cultuur, zegt Jalal Daoudi, vicevoorzitter van de Syrische gemeenschap in Khartoum. ‘We spreken dezelfde taal en Soedanezen zijn vreselijk aardig. Er spelen geen religieuze conflicten, ze accepteren ons gewoon. Ze delen dezelfde volkswijsheid die zegt: voedt ons niet, maar verwelkom ons.’

Teleurgesteld

Het tegenovergestelde gebeurt in Europa, zegt Daoudi. De hoeveelheid regels daar om mee te mogen doen is ‘gewoon onvoorstelbaar’. ‘We zien steeds vaker Syriërs uit Europa hier komen. Ze zijn teleurgesteld en hebben het opgegeven om een vreemde taal te moeten leren en ooit nog werk te kunnen vinden. De levensstandaard is hier natuurlijk vreselijk laag in vergelijking met Europa. Maar je kunt tenminste meteen aan de slag en voor je gezin zorgen.’

De twee kinderen van vader Yasser die het niet gelukt zijn om naar Duitsland te vluchten, wonen nu in een eenvoudig appartement in Khartoum. Via de mobiele telefoon hebben ze dagelijks contact met hun moeder en broertjes en zusje in Duitsland, of kijken ze naar beeldmateriaal over de oorlog in Syrië. Beeld Sven Torfinn

Daoudi behoort tot de groep welvarende Syriërs in Khartoum. Hij verkocht al zijn bezittingen in Syrië en kon vier jaar geleden in Soedan een handelsbedrijf oprichten. Zijn grootste zorg is de toekomst van zijn zoon van 22. ‘Ik had hem graag naar Europa laten gaan om te studeren, maar dan legaal. Ik zou nooit hebben toegestaan dat hij die gevaarlijke reis over zee zou maken. Hij is alles voor me.’ Nu de oorlog in Syrië bijna ten einde loopt kan hij terug naar Damascus om te studeren. Hij heeft de 8.000 dollar om de dienstplicht af te kopen bijna bij elkaar.

De Syriërs in Khartoum hebben schoon genoeg van de oorlog in hun land. Ze willen alleen nog maar terug naar huis. ‘Assad of niet, het maakt ons niets meer uit’, zeggen de jongens uit Aleppo die elkaar via een Facebookgroep hebben leren kennen tijdens een riante lunch in het Syrische restaurant. Hun land is kapot gemaakt vanwege buitenlandse strategische belangen, vinden ze. ‘Syrië was prachtig. We hadden alles: grondstoffen, landbouw, een eeuwenoude cultuur en geen schulden. Mensen zijn gewoon tegen elkaar opgezet.’

Van elkaar gescheiden

Maar voor Yasser is terugkeer naar Syrië geen optie meer. Zijn enige doel is zijn gezin weer bij elkaar te brengen. De familieleden raakten van elkaar gescheiden toen ze vanuit Aleppo de grens met Turkije probeerden over te steken. Drie kinderen haalden het in 2015 tot in Duitsland, waar de jongste zoon van 12 gezinshereniging aanvroeg. De anderen belandden in Soedan. Na twintig maanden kregen ze eindelijk bericht. ‘Wat bleek: alleen de ouders mochten komen. De andere twee kinderen moesten we maar in Soedan achterlaten.’ 

Met pijn in zijn hart liet Yasser de twee kinderen achter onder de zorg van een Soedanese familie om in Duitsland papieren te regelen en zijn vrouw achter te laten voor behandeling van haar longziekte. ‘Na zes weken ben ik teruggegaan, omdat het niet ging met de kinderen. Mijn dochter was steeds alleen omdat haar broer moest werken en ze was alleen maar aan het huilen omdat ze haar moeder zo miste. Het was de ergste tijd uit mijn leven.’

Hij bivakkeert nu met zijn 13-jarige dochter en 16-jarige zoon in een sober flatje in Khartoum, waar een stokoude airconditioning door de kamer buldert. Zijn vrouw woont in Düsseldorf met de drie andere kinderen. Inmiddels heeft zij toestemming om de rest van het gezin over te laten komen, maar de Duitse ambassade in Khartoum geeft geen thuis. ‘We hebben tientallen verzoeken ingediend voor een afspraak, maar we krijgen niet eens antwoord.’

Yasser weet niet meer wat hij moet doen. Hij kreeg vijf maanden de tijd om zijn zaken in Khartoum te regelen. Als hij niet op tijd terug is in Duitsland verliest hij zijn recht op asiel en kan hij zich nooit meer herenigen met zijn vrouw en de rest van het gezin. Inmiddels zijn drie maanden verstreken. ‘Ik heb alleen een visum in de paspoorten van de kinderen nodig en dan kunnen we gaan. Maar het kan ze kennelijk niets schelen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.