De laatste slag van de Groote Oorlog

De boeren in de Vlaamse Westhoek zijn bang dat hun land wordt uitgeroepen tot Werelderfgoed omdat hier de frontlinie uit WO I lag. Dan kunnen ze hun bedrijf niet fatsoenlijk meer uitoefenen.

IEPER - Zowat elke week stopt er een bus toeristen aan het Royal Engineers Grave in Zillebeke. Ze leggen er een houten kruisje met een rode klaproos, ze herdenken de twaalf Britten die hier sneuvelden en ze bewonderen het magnifieke, maar tragische uitzicht. De akkers die bijna een eeuw geleden vol loopgraven lagen, de heuvels waarop werd gevochten, en in de verte, half uitgevlakt door de mist, de torens van Ieper.

Varkenshouder Marnix Dejaeghere (43) kijkt met gemengde gevoelens naar dat uitzicht. Het Royal Engineers Grave is het hoogste punt van zijn akker en onderaan de helling ligt zijn boerderij. Maar nu de frontlinie in aanloop naar de honderdjarige herdenking van 'de Groote Oorlog' steeds meer wordt beschermd, en misschien zelfs wordt erkend als werelderfgoed, vreest hij voor de toekomst van zijn bedrijf.

'Ze zetten hier een punt, ze nemen een passer en ze trekken een cirkel', zegt Dejaeghere, wijzend naar het witte herdenkingskruis. Aan de voet van het monument ligt zijn gerooide aardappelveld, daarnaast herinneren bruine stoppels aan een zomers maïsveld. 'Daarbinnen mag ik dan niets meer bouwen', schetst Dejaeghere zijn doemscenario. 'Dan kan ik er evengoed mee ophouden.'

Dejaeghere is niet de enige landbouwer die zich zorgen maakt. De herdenking van de Eerste Wereldoorlog wordt in België een grootse gebeurtenis, waarvoor allerlei mooie plannen zijn bedacht. In de Westhoek, de streek van de frontlinie, komen extra parkeerplaatsen voor toeristenbussen, extra trekpleisters voor de bezoekers en extra bescherming voor de monumenten. Maar die toeristische plannen gaan vaak ten koste van de landbouw.

De grootste onrust werd veroorzaakt door een uitspraak van de Vlaamse minister-president Kris Peeters (CD&V): in een toespraak in Londen stelde hij voor om de hele frontzone bij Unesco te laten erkennen als werelderfgoed. Toen de landbouwers dat hoorden, vielen ze zowat van hun stoel.

'De hele frontlinie, dat is een gebied van Nieuwpoort tot in Ieper, dwars door de Westhoek', foetert Hendrik Vandamme, voorzitter van het Algemeen Boeren Syndicaat (ABS). 'Dat is een enorme oppervlakte, met meer dan duizend boeren. En daar willen ze nu een openluchtmuseum van maken.'

Landbouwers

'Honderd jaar geleden zijn hier vele boerenzonen gesneuveld', zegt Els Morlion van Agravrouwen, een andere belangenvereniging. 'De erkenning van de frontlinie als werelderfgoed mag geen nieuwe slachtoffers maken. Daarvoor hebben onze landbouwers honderd jaar geleden hun leven niet gegeven.'

Voor de landbouwers in de Westhoek is de Eerste Wereldoorlog nooit ver weg geweest. Ze vinden nog regelmatig onontplofte granaten tijdens het ploegen, hun akkers grenzen aan loopgraven en bunkers en naast hun hoeves - in WO I vaak gebruikt als hospitaal - liggen talloze kerkhoven. Over de landwegen rijden tractors én toeristenbussen, en lange tijd gingen die twee probleemloos samen.

Maar sinds een tiental jaar voelen de boeren zich steeds meer in het nauw gedreven. Toen varkenshouder Marnix Dejaeghere vorig jaar een loods wilde bouwen voor zijn machines, moest hij die op last van de autoriteiten een stuk compacter maken. 'Dat betekent dat mijn machines niet naast elkaar staan, maar allemaal door elkaar', zegt hij. 'Dat is een stuk minder efficiënt.'

Zijn buurman Johan Claeys (45), die wat verderop een melkveebedrijf heeft, moest zich haasten om zijn oude hofstede te slopen. 'Ik was de laatste die toestemming kreeg', zegt hij. 'Een collega werd vorige zomer een vergunning geweigerd. Ze hebben foto's genomen van alle oude hoeves en die in Engelse boekjes gezet, zodat die Britse toeristen zich hier kunnen oriënteren.'

Monumenten

De boeren voorspellen dat het straks onmogelijk wordt om nog iets te veranderen. Ze vrezen vooral de 'visuele bescherming'. Dan worden niet alleen de monumenten beschermd, maar ook de 'zichtlijnen' rond die monumenten. Dat betekent: geen gebouwen die het uitzicht belemmeren, maar ook geen hoge gewassen zoals mais. Dejaeghere: 'Maar als we geen mais meer mogen zetten, wat gaan we onze beesten dan te eten geven?'

Volgens de autoriteiten zal het allemaal zo'n vaart niet lopen. Ze zeggen dat minister-president Kris Peeters zich heeft versproken en dat slechts kleine stukken van de frontlinie werelderfgoed zullen worden. 'Alles is een stuk opgeblazen, zegt Stephaan De Roo (CD&V), wethouder van landbouw in Ieper. 'Maar ik snap dat men bang is. De landbouwers hebben de afgelopen jaren zo veel problemen gekend. Iedereen loopt op de toppen van zijn tenen.'

Maar voor veel agrariërs is die uitleg onvoldoende. Ze hebben geen vertrouwen in de politiek en willen garanties over hun toekomst. 'Schrijf het maar op: als ze zo'n plan lanceren, blijft er altijd iets hangen', zegt Philip Fleurbaey, melkveehouder en bestuurslid van het ABS. 'Er is ons al zo vaak wijsgemaakt dat er niets zou gebeuren. Maar plots zijn de plannen daar toch, en dan is het te laat om nog iets te veranderen.'

De hoeve van Fleurbaey ligt pal naast een Brits kerkhof, het Bedford House Cemetery. 'Als het uitzicht rond dat kerkhof beschermd wordt, dan mag ik in de weides eromheen niets meer bouwen. Mijn zoon van twaalf wil later de boerderij overnemen, maar ik heb het hem afgeraden. Ik meen dat: er zijn te veel beperkingen. Als je geen stal kunt zetten waar je wil, dan kun je niet werken.'

De melkveehouder ziet de toekomst zwart in. Omwille van duurzaamheid en diervriendelijkheid moet hij voortdurend moderniseren, maar dat wordt bemoeilijkt door de erfgoedregels. 'Vroeger mocht ik mijn koeien in een kleine stal bijeenzetten, maar nu moet elk dier een bepaald aantal kubieke meter krijgen', zegt hij. 'De stallen moeten groter, maar tegelijk mogen we niets veranderen. Zo wordt onze keel langzaam dichtgeknepen.'

Één ding wil Fleurbaey benadrukken: hij heeft niets tegen de herdenking. 'Er zijn honderdduizenden doden gevallen, en die mogen niet vergeten worden. Maar het is de vraag hoe ver je daarin gaat. Uit de verhalen van mijn grootvader weet ik dat er hier niets meer was, het was een maanlandschap. We zijn nu al honderd jaar bezig om deze grond weer vruchtbaar te maken. We gaan dat nu toch niet wegsmijten?'

Philip Fleurbaey Melkveehouder

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden