Postuum H.L. Wesseling (1937-2018)

De laatste ouderwets liberale historicus (en scriptiebegeleider van de koning)

De laatste ouderwets liberale historicus van Nederland, Henk Wesseling is zaterdag op 81-jarige leeftijd overleden. Zijn leven lang weigerde hij om te moraliseren over geschiedenis.

Wesseling in 2017 bij zijn portret, thuis in Oegstgeest. Foto ANP

Iets meer dan een jaar geleden publiceerde uitgever Mai Spijkers de bundel Een tachtiger – een hommage aan H.L. Wesseling. Het was een eresaluut aan een groot historicus van bevriende collega’s en schrijvers, maar het meest in het oog sprong toch de foto op het schutblad. Daar stonden Wesseling en Mai Spijkers, Wesseling al sterk vermagerd door zijn ziekte, en enigszins lijkend op de Franse president Mitterrand in zijn nadagen. Mai Spijkers met branie en een strooien hoedje. 

Wie iets beter keek, zag dat ze hand in hand stonden, de grote historicus, leermeester van koning Willem-Alexander, légion d’honneur in Frankrijk, en de volksjongen-uitgever Spijkers. Het was een ontroerend tafereeltje, dat vertelde hoe Wesseling zich niet schaamde om zijn genegenheid te tonen en zich evenmin bekommerde om statusverschil.

‘Gezellige oorlog’

En het zal een van de laatste foto’s zijn geweest van de laatste ouderwets liberale historicus van Nederland. Karakteristiek voor zijn opvatting over geschiedenis was dat Wesseling zijn leven lang heeft geweigerd om te moraliseren. Dat begon al bij zijn dissertatie Soldaat en krijger (1969), waarin hij de Spaans-Amerikaanse oorlog van 1898 ‘een gezellige oorlog’ noemde. Zijn promotor maakte bezwaar tegen die formulering, omdat oorlog toch iets verschrikkelijks was. Wesseling boog niet: hij wilde zijn lezers niet voorschrijven hoe ze moesten denken. Dan was de lol eraf. Zijn uitgangspunt luidde ‘dat de geschiedenis niet oordeelt en de tijd ons niets leert’. Zijn standpunt over gezellige oorlogen kwam terug in het motto voor het boek uit 2007 Frankrijk in oorlog, 1870-1962: ‘War makes rattling good history.’

De voorpagina van de afstudeerscriptie van Willem-Alexander. Ook over student W.A. van Oranje wordt buitengewoon veel onzin beweerd, meent zijn hoogleraar van destijds, H.L. Wesseling. Vooral over ‘de geheimgehouden scriptie’ en het onderscheid tussen intelligent en intellectueel bestaat verwarring. Foto de Volkskrant

Henk Wesseling schreef een prachtig oeuvre dat draait om oorlog, Frankrijk en koloniale geschiedenis. Hij was daarbij vasthoudend in zijn thematiek: in zijn laatste grote boek Scheffer, Renan, Psichari (2017), een cultuurgeschiedenis van de negentiende eeuw in Frankrijk, grijpt hij opnieuw terug op de Franse opvattingen over oorlogvoering. Wesseling zei altijd met een zekere valse bescheidenheid dat hij bij toeval aan zijn onderwerpen kwam, zoals hij in 1973 bij toeval hoogleraar Algemene geschiedenis in Leiden was geworden. Leiden kent de beroemde leerstoel Vaderlandse geschiedenis, en Algemene geschiedenis voor ‘de rest’. Leiden was liberaal en Wesseling mocht doen wat hij wilde. Frankrijk en oorlog waren al zijn onderwerpen, daar kwam als vanzelf de koloniale geschiedenis bij.

In 1991 publiceerde Wesseling zijn belangrijkste boek, Verdeel en heers, over de totstandkoming van de Afrikaanse deling. Hij vond het zelf een ‘even krankzinnig als lichtzinnig verhaal’, uiteraard met smaak en veel anekdotes opgediend. Frankrijk speelde weer een hoofdrol, moest na de beschamende nederlaag tegen Duitsland in 1870 weer terug zien te keren in zijn ‘rang’. Zijn tweede belangrijke boek was de biografie van De Gaulle (2012), ook alweer geobsedeerd door de rang van Frankrijk.

Wesseling krijgt de medaille van de légion d’honneur omgehangen door de Franse ambassadeur in 2010. Foto Hollandse Hoogte

Wesseling hield van Frankrijk en schreef vaak over ‘het gelijk van De Gaulle’. Daarmee bedoelde hij niet dat hij het met de generaal eens was, maar dat het met Europa was gelopen zoals De Gaulle had voorzien. De Gaulle wilde de Britten niet bij de EU hebben, omdat ze altijd met één been buiten Europa zouden blijven staan. De Brexit gaf hem postuum gelijk. De Gaulle zag niets in Europa als federale staat, omdat een geschiedenis van eeuwen niet zomaar ongedaan kon worden gemaakt. 

Het Europa dat we nu kennen is dan ook het ‘Europe des états’ gebleven, waarin de hoofdsteden de dienst uitmaken. Wesseling was ‘verbijsterd’ toen Nederland, dat altijd had geijverd voor de Europese instellingen om de grote landen in toom te houden, de steven een paar jaar geleden radicaal wendde om ook te kiezen voor de macht van de lidstaten. Helemaal in strijd met het nationale belang, vond Wesseling.

Historische canon

Hij kende iedereen in de historische wereld, zeker ook in zijn geliefde Frankrijk, van de grote Fernand Braudel tot Pierre Nora. Maar van de Franse voorliefde voor structurele geschiedenis en longue durée moest hij niets hebben. Hij was hoofdredacteur van de vierdelige serie Plaatsen van herinnering, de bescheiden Nederlandse tegenhanger van het Franse Lieux de mémoire

Hij was jarenlang rector van het onderzoeksinstituut NIAS, nam de geschiedenisstudent annex kroonprins Willem-Alexander onder zijn hoede (‘intelligent, geen intellectueel’), zat in de raad van advies van het mislukte Nationaal Historisch Museum, zette zich in voor de historische canon en wond zich op over het voorgeschreven Engels aan de universiteiten.

H.L. Wesseling Foto Valentina Vos

Herinneringsoorlogen

Zijn laatste publicatie was de artikelenbundel Daverende dingen dezer dagen, een verwijzing naar een rubriek uit de jaren twintig van de vorige eeuw in het blad Haagsche Post. Wesseling vond dat de debatten van tegenwoordig ‘op daverende toon’ worden gevoerd, vooral die over slavernij, excuses en herstelbetalingen. 

Jaren eerder had hij zich al aangesloten bij het initiatief Liberté pour l’histoire, van zijn vriend en collega Pierre Nora. In Frankrijk waren toentertijd de guerres de mémoire (herinneringsoorlogen) losgebarsten. Van overheidswege werd eerst het ontkennen van de holocaust en de Armeense genocide verboden, waarna ook het goedpraten van slavernij en kolonialisme niet meer mocht. Wesseling was fervent tegenstander van het bij wet vastleggen van de historische waarheid.

‘Zijn er al dooien gevallen dan?’

Hij keek hoofdschuddend naar de musea die zich wentelen in schuld en schaamte en waar ‘Van Gogh en Mondriaan weldra plaats moeten maken voor brandmerken, zwepen, galgen en andere attributen van de slavernij’. Hij vond de opwinding over de slavernij overdreven, maar ook de hooglopende verontwaardiging over de bekladding van het standbeeld van J.P. Coen in Hoorn had in hem geen medestander. Typerende Wesseling-reactie: ‘Zijn er al dooien gevallen dan?’ Waarna hij liefst de draad oppakte voor de volgende, als het even kon culinaire, anekdote.

In dezelfde laatste bundel staat een stuk over de omstreden cultuurminister van De Gaulle, André Malraux. Uiteraard lezen wij ook waar Malraux dagelijks lunchte, namelijk sterrestaurant Lasserre. Het restaurant is er nog, je kunt er een genummerde duif à la André Malraux bestellen. De presentatie van de bundel in april heeft Wesseling nog meegemaakt. De dag erna nam uitgever Mai Spijkers hem en zijn vrouw mee naar Parijs, waar hij nog eenmaal in een driesterrenrestaurant heeft gegeten.

LEES VERDER

Vier sterren in mei 2018 voor het laatste boek van H.L. Wesseling. Wie van Frankrijk houdt, van snedige anekdotes en van geschiedenis in het algemeen, komt bij de historicus H.L. Wesseling nooit tekort. Ook de bundel Daverende dingen dezer dagen – oubollige titel – is weer een heerlijk pakje van Sjaalman geworden. Wesseling is erudiet en schrijft met een lichte pen, ook over serieuze kwesties als hoe (weinig) zinvol het is opvattingen over genocide te verbieden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.