De laatste orgelman die nog echt naar de wijk kwam

Hij was een van de laatsten in een beroep dat bij de dorpssmid en scharensliep kan worden gezet: de voortrekkende orgelman.


Rinus Budding, die 20 januari op 61-jarige leeftijd is overleden, bleef tot zijn dood de echte orgelman. Hij trok langs de huizen in de Overvecht van Utrecht. Hij liet zijn draaiorgelmuziek horen, wars van moderniteiten. 'Geen Jan Smit en K3 maar gewoon serenades, walsjes en marsen', zegt zijn broer Joop Budding die zelf meestal zijn orgel neerzet bij de roltrappen van Hoog Catherijne zodat niemand aan zijn bakkie kan ontsnappen.


Joop (nu 44 jaar) was de jongste in een gezin van tien kinderen, Rinus de op een na oudste. Ze groeiden op in de Oranjestraat in wijk C, het centrum van Utrecht. Hier was vader Evert na de oorlog orgelman geworden, dankzij zijn vrouw Annie de Bruin die een draaiorgel had ingebracht als een soort van bruidsschat. De kinderen werden al op jonge leeftijd van school gehaald en moesten mee met vader om langs de deuren van de huizen te trekken en de kost voor het gezin te winnen.


In de jaren zestig kon Rinus zijn eigen draaiorgel huren. In Utrecht waren er al zes orgelmannen, zodat hij moest uitwijken naar omliggende gemeenten als Zeist en Driebergen. Uiteindelijk kon hij toch een plekje krijgen in Utrecht zelf.


Het gehuurde draaiorgel stond op een driewieler. 'Er waren twee mannen nodig om het voort te duwen, een man was nodig om het orgel met de hand te bedienen en twee mannen om bij de huizen aan te bellen met het centenbakje. Dus er moesten vijf gezinnen van leven. Toen kon het nog', herinnert Joop Budding zich.


Rinus werd een markant figuur in de Utrechtse binnenstad. Hij had talrijke bijnamen: Bulkie, Rien of Bruintje - naar de achternaam van zijn moeder. Hij zou nooit trouwen, maar wel twee kinderen verwekken. Als hij niet met zijn orgel liep, dronk hij koffie in Hoog Catherijne. Uiteindelijk kocht hij ook zijn eigen draaiorgeltje, De Beauty genaamd. In de jaren negentig werd die door een pony voortgetrokken. Kinderen mochten vaak mee op de bok. Hij trok door de wijken Oog in Al en Wittevrouwen of hij stond met zijn draaiorgel bij het winkelcentrum Overvecht.


Rinus besefte dat niet iedereen zijn muziek op prijs stelde. Het liefst belde hij aan bij de bekende adressen en later bleef hij gewoon op straat met zijn koperen bakkie rammelen.


Uiteindelijk werd op de driewieler een dieselmotor - een jlo 2-takt motor waar ook de melkboer vroeger de wijken mee rond ging - gezet, waardoor hij van zijn bedrijf een eenmanszaak maken die nog enigszins rendabel bleef. Deze eeuw bleven Rinus en Joop over als de laatste professionele orgelmannen van Utrecht. Joop Budding denkt dat er in het hele land misschien niet meer dan tien zijn die beroepshalve een draaiorgel exploiteren naast de talrijke hobbyisten die als bijverdienste nog zaterdag in winkelcentra staan of een draaiorgel voor feesten en partijen verhuren.


Als gevolg van een longemfyseem was Rinus Budding de laatste jaren kortademig geworden. Hij werkte niettemin nog altijd vier dagen per week: op dinsdag, donderdag, vrijdag en zaterdag. Vorig jaar werd een tumor in zijn buik ontdekt. Die werd hem uiteindelijk fataal. Joop Budding heeft beloofd de Beauty te adopteren en die goed te zullen conserveren.


Peter de Waard


tips: p.dewaard@volkskrant.nl


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden