De laatste natuurramp

Na de watersnoodramp van 1953 namen de Nederlanders hun lot in eigen hand. De ongenaakbare Deltawerken verrezen. Met de betonnen dammen ontstond ook een nieuwe mentaliteit....

In de vroege ochtend van 1 februari 1953 bleek de zuidwestelijke delta ondergelopen en werd Nederland ruw wakker geschud. De Noordzee had een klinkende overwinning behaald in de oorlog tegen het water: 1835 mensen vonden de dood. Het was watersnood, het typisch Nederlandse noodlot had weer toegeslagen.

Er was niks tegen te doen geweest, zei men in die dagen. Gelovige Zeeuwen spraken van de straf van God, al dan niet in verband met verderfelijke amerikanisering en korte rokjes. 'Zelfs onze superieur ontwikkelde techniek', sprak Koningin Juliana op de dag van nationale rouw op 8 februari, 'was machteloos de ramp op het kritieke moment af te wenden. Zij moest het opgeven tegenover wat ons lot moest zijn, en dus toch nooit met mensenmacht te keren.'

Rampen waren toen echte natuurverschijnselen. De schuldvraag werd daarom niet gesteld. 'Vroeger had men veel meer dan nu het idee dat het leven risico's opleverde waar weinig aan te doen viel', zegt prof. dr. Piet de Rooy, hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. 'Nu, met Enschede en Volendam, wordt meteen naar de schuldige gezocht. De acceptatie van risico's is verminderd.'

Had de schuldvraag toen ook gesteld kunnen worden? Was, met woorden van nu, de ramp te voorkomen geweest? Dr. Nil Disco, docent filosofie van wetenschap en techniek aan de Universiteit Twente, betwijfelt het. Disco was redacteur waterstaat van het omvangrijke historische project Techniek In Nederland, en bestudeerde daarvoor onder meer de geschiedenis van Rijkswaterstaat. 'De stormvloed kwam eerder dan verwacht', constateert hij.

Eind jaren twintig, begin jaren dertig had het wetenschappelijk onderzoek zijn intrede gedaan bij Rijkswaterstaat, vertelt de socioloog. Met behulp van wiskunde, statistiek en schaalmodellen begonnen de ingenieurs kennis op te doen van de onbegrijpelijke krachten van de natuur, van het spel van wind, getijdebewegingen, stromingen en bodempatronen.

Er werden meteen plannen ontwikkeld voor het indijken van de delta. Dat gebeurde niet uit angst voor overstromingen, maar uit economische motieven: de Nieuwe Waterweg dreigde te verzilten, met alle gevolgen van dien voor de Rotterdamse haven en de tuinders in het westland.

Eind jaren dertig begonnen statistische onderzoeken uit te wijzen dat de kans op een zeer hoge stormvloed was toegenomen. Vanaf die tijd begonnen enkele onderzoekers, waaronder de latere 'vader van de Deltawerken' ir. Johan van Veen, te waarschuwen dat de dijken kwetsbaar waren.

'De politiek had op zijn vroegst in 1941-42 besluiten kunnen nemen', aldus Disco. En dat was al te laat geweest om de watersnoodramp te voorkomen. Men had hooguit de hulpverlening kunnen verbeteren. Bovendien had na de oorlog de wederopbouw de prioriteit. 'En het waren natuurlijk ook maar wat ingenieurs die iets zeiden.'

Zo ging de overstroming van 1953 de geschiedenis in als de grootste natuurcatastrofe die Nederland in de 20ste eeuw overkwam. Als een overval, als 'De Ramp', zoals het beroemde gedenkboek heet en zoals de Zeeuwen de watersnood nog altijd kortweg aanduiden. Toch is dat, voor wie weten wil welke sporen de overstroming heeft achtergelaten in het historische bewustzijn van de Nederlanders, nog maar het halve verhaal.

Want na De Watersnoodramp volgde onmiddellijk Het Deltaplan. De war on water werd uitgeroepen. Hoezo, 'toch nooit met mensenmacht te keren'? 'Het was een klassiek patroon', zegt Disco. 'De plannen lagen er al lang. Nu gingen de neuzen in dezelfde richting. Politici maakten geld beschikbaar. Het was als bij de Zuiderzeewerken, die pas begonnen na de overstroming van 1916.'

Met één verschil: de schaal van het Deltaplan was ongekend. De nieuwste wetenschap en techniek werden ingezet, ja zelfs ontwikkeld, om de meest complexe waterkering ter wereld te bouwen. En dat was niet het enige.

'De Deltawerken waren ook een enorm project van sociale wederopbouw', stelt prof. dr. Ed Taverne, hoogleraar geschiedenis van architectuur en stedebouw aan de Rijksuniversiteit Groningen. Taverne schreef samen met de Amsterdamse socioloog Kees Schuyt het boek 1950, Welvaart in zwart-wit, een omvangrijke studie van de Nederlandse jaren vijftig. Hij nam de passages over de watersnoodramp voor zijn rekening.

'De ramp was zo schrijnend, dat bij de Deltawerken technische en maatschappelijke planning werden gecombineerd. Er was geen sprake van incidenteel herstel, maar van een geïntegreerde aanpak', zegt Taverne. Zeeland was in die tijd een achtergebleven gebied, sociaal en cultureel geïsoleerd van de rest van Nederland. Daar werd nu in rap tempo verandering in gebracht.

Op de achtergrond speelde de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Het land was druk bezig met de wederopbouw, en in het kader daarvan kregen achtergestelde gebieden veel aandacht. Nederlandse wetenschappers als de invloedrijke econoom Jan Tinbergen hadden bovendien dankzij de Marshall-hulp kennis kunnen opdoen in de Verenigde Staten. Daar hadden zij bijvoorbeeld het Tenessee Valley Project gezien, een technisch-sociaal ontwikkelingsplan rond een dam in Tenessee. Het was een van de paradepaarden van Roosevelts New Deal.

Zeeland plukte er de vruchten van. Taverne: 'Het gebied werd geïndustrialiseerd, de landbouw werd hervormd door ruilverkavelingen, delen van de Rotterdamse haven werden naar Terneuzen en Vlissingen verplaatst, de kerncentrale in Borssele werd gepland, er kwam een geheel nieuwe infrastructuur die de eilanden bereikbaar maakte voor de rest van het land. Zeeland werd echt gemoderniseerd.'

Met succes. En zo kregen de Deltawerken in de loop der tijd een mythische betekenis. Ze werden Het Achtste Wereldwonder van de Lage Landen. Historicus De Rooy: 'Het werkeiland Neeltje Jans wordt nog altijd zeer druk bezocht. Daar beleeft men trots dat wij op een voorsprong zijn gekomen in de strijd met het water, dat Nederland zich heeft ontworsteld aan de golven. De Deltawerken zijn opgenomen in ons historisch besef.'

Er worden nu deltawerken ontworpen voor van alles en nog wat, tot en met de kunstsector aan toe. Want Het Deltaplan heeft De Ramp overwonnen. 1953 was de laatste ramp. Het water staat buiten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden