De laatste kans op het paradijs

Het oeuvre van Simon & Garfunkel vormt de basis van de voorstelling Sound of Silence. Regisseur Alvis Hermanis stelt daarin de jaren zestig voor als een zoet decennium, vol beloften....

‘Ja, natuurlijk idealiseer ik de jaren zestig in deze voorstelling. Het jaar 1968 heeft voor mij een bijna mythische betekenis. Ik vind het doodzonde dat ik toen pas drie was. Ik denk dat de wereld toen echt de kans had om radicaal te veranderen. Een laatste kans, die helaas niet is benut. En het stemt me nog steeds droef dat alle utopieën van die tijd uiteindelijk opgeofferd zijn, en verraden.’

De Letse regisseur Alvis Hermanis (Riga, 1965) heeft in zijn voorstelling The Sound of Silence het jaar 1968 van een gouden randje voorzien, en opgetuigd met een poëtische, lichtbittere melancholie. In zijn ruim drie uur durende hommage aan de vrijheid van geest en handelen schildert hij de jaren zestig af als een zoet decennium waarin de wereld weliswaar in brand stond, maar uit de as zou iets moois verrijzen.

Hij zegt : ‘Onze voorstelling is een compleet irreële, en eigenlijk ook onverantwoorde fantasie. Maar ik ben theatermaker, geen documentairemaker of fotograaf. Dit is een sfeertekening. Het publiek voelt dat aan, en pikt het op. Kijk maar om je heen.’

Inderdaad. Alom blije, ontroerde, en ietwat vaag in de verte starende blikken in de oude fabriekshal in de Finse stad Tampere, waar The Sound of Silence zojuist is opgevoerd. De voorstelling is het hoogtepunt van Tampereen Teatterikesä, het theaterfestival dat hier jaarlijks in augustus plaatsheeft en waarin voornamelijk producties zijn te zien uit Scandinavië en Noordoost-Europa. De komst van Alvis Hermanis en zijn New Riga Theater uit Letland leidde vooraf al tot de nodige opwinding. ‘Binnen een uur waren de kaartjes uitverkocht, zo beroemd zijn Hermanis en zijn groep hier. En ik moet zeggen: telkens als ik zijn voorstellingen zie, heb ik aan het eind tranen in mijn ogen’, zegt Jukka-Pekka Pajunen, de artistiek leider van het festival – een grote, stoere Fin die ’s ochtends al aan het bier zit en het ’s avonds kennelijk dus evenmin drooghoudt.

Na het zien van The Sound of Silence komen ook zonder bier in de ochtend de waterlanders vanzelf en gaan de gedachten terug naar lang vervlogen tijden. Vooral door die geweldige acteurs van het New Riga Theater, die zonder één woord tekst hun verhalen vertellen. Drie uren zijn voorbijgevlogen en daarin ben je intussen gaan houden van al die malle meisjes en rare jongens die je hebt gezien. En je realiseert je eens te meer dat de muziek van Simon & Garfunkel, die in deze productie een essentiële rol speelt, van alle tijden is.

Op basis van een geluidsontwerp bestaande uit louter nummers van dit Amerikaanse zangduo, heeft Hermanis The Sound of Silence al improviserend met zijn veertien acteurs gemaakt. Geen woord tekst, alleen maar muziek en beweging. Uitgangspunt is het waar gebeurde gegeven dat Paul Simon en Art Garfunkel in 1968 een concert in Riga zouden geven, dat om politieke redenen op het laatste moment niet doorging. Het is een vorm van collectief theater, die het Nederlandse publiek kent van onder anderen Alain Platel en Christoph Marthaler.

Het decor verbeeldt de gemeenschappelijke ruimte van een huurkazerne, een kaal en verfloos appartementencomplex, kenmerkend voor Oost-Europa. Veel deuren, waaruit voortdurend mensen komen en gaan. De eerste kus, de eerste liefde, de eerste ruzie, trouwen, kinderen krijgen. Maar ook: snuiven aan verboden goedjes, stoned raken, in hogere sferen verkeren. En altijd maar weer die muziek: The Boxer, Scarborough Fair, Homeward Bound, Mrs. Robinson, I Am a Rock.

Denkend aan 1968 is de keuze voor Simon & Garfunkel niet voor de hand liggend. Eerder verwacht je The Beatles, Bob Dylan of The Doors. Hermanis: ‘Voor mij zijn Simon & Garfunkel de vertegenwoordigers van de romantische, utopische energie van die tijd. Het zijn geen proletarische arbeidersjongetjes uit Liverpool, maar New Yorkse jongens met een goede opvoeding en een universiteitsdiploma op zak. En hun teksten zijn van hoge kwaliteit.’

Wat ook meespeelt: Hermanis kent de muziek uit zijn vroege jeugd, toen zijn ouders stiekem thuis die platen draaiden. Letland was nog onderdeel van de Sovjet-Unie en westerse muziek was taboe. Maar geëmigreerde familieleden stuurden de platen uit Amerika op. Simon & Garfunkel zongen over prille liefdes, groene vergezichten, oude vriendschappen en visioenen van een nieuwe wereld. Luisterend naar de liedjes werd de sombere Letse werkelijkheid voor even verdreven – ‘I am a rock, and a rock feels no pain’.

Bij het maken van The Sound of Silence stond één ding voorop: het moest een positieve, romantische, hoopgevende voorstelling worden. Geen theater over geweld en oorlog, geen bloed op toneel. En zeker ook geen politiek statement. Hemanis: ‘Ik heb helemaal genoeg van al dat theater over geweld, al die donkere energie. In Duitsland bijvoorbeeld wordt theater nog steeds beschouwd als een politieke activiteit. Daar wordt theater gesubsidieerd als een middel om de maatschappij te verbeteren – alsof de theatermaker een dokter is. Ik zie theater als een kunstvorm waarin de subtiele poëzie van het metafysische kan worden getoond.’

De laatste jaren zijn Hermanis’ voorstellingen over de hele wereld te zien geweest. In Nederland was hij sporadisch te gast. The Sound of Silence moet zijn doorbraak naar een breder publiek worden: in september is de voorstelling te zien in Groningen en in Rotterdam.

Hermanis is benieuwd naar de reacties van het Nederlandse publiek. In Duitsland en Frankrijk is hem verweten dat hij de jaren zestig zo lieflijk voorstelt, en geheel aan het politieke aspect voorbijgaat. ‘Men wordt daar kennelijk erg nerveus van. Bij de première van The Sound of Silence in Berlijn vorig jaar was er een openbare discussie met schrijvers van boeken over de jaren zestig, en dat liep uit op een conflict. Ik vond dat zij zich dat stukje van de recente geschiedenis te veel wilde toe-eigenen en monopoliseren – alsof die beweging van ’68 alleen maar van belang was in West-Europa. Maar het was een beweging die de hele wereld omspande en zich niet alleen afspeelde in Parijs, Frankfurt, Amsterdam en San Francisco. Het ging niet alleen over rock ’n’ roll, Coca Cola en jeans, het ging over veel essentiëlere zaken. Het wonder van de jaren zestig vond ook plaats in Boedapest, Moskou, Praag en Riga. Alleen was de boodschap verschillend. De studenten in Parijs vochten voor hun marxistische idealen, de studenten in Oost-Europa vochten daar juist tegen.

‘Ik was er niet bij en kan er alleen maar over lezen en fantaseren. Maar ik geloof dat het wezen van de jaren zestig dieper ligt dan wat oppervlakkige studentenprotesten en vrije seks. Ik denk dat het biologisch en antroposofisch te verklaren is, te vergelijken met laatste nacht van de zomer als heel de natuur voelt dat de volgende dag de aftakeling zal inzetten. De laatste nacht dat de bloemen nog één keer in volle pracht proberen te bloeien, voordat ze zullen verdorren. Zoiets gebeurde ook met de mensen in die jaren: het besef dat dit de laatste kans was om het paradijs op aarde waar te kunnen maken. Dat collectieve verlangen naar geluk is er daarna nooit meer geweest. Wij zijn met zijn allen eenzame individuen geworden.’

Een scène uit The Sound of Silence: een meisje zit treurig te wachten bij de telefoon, die almaar niet rinkelt. Uit de speakers klinkt The Sound of Silence (‘Hello darkness, my old friend, I’ve come to talk with you again’). Dan is ze het wachten beu en begint ze steeds wilder aan de telefoondraad te trekken, omdat ze hoe dan ook wil weten wie er aan de andere kant van de lijn zit. Na een bijna slapstickachtige act staat aan de andere kant een man, haar vrijer misschien. Het geluid van de stilte is doorbroken.

Zo zit de voorstelling vol met geraffineerde scènes die soms direct en soms heel associatief met de liedteksten te maken hebben, en soms ook helemaal niet. Het publiek blijft hoe dan ook achter met een hoofd vol herinneringen en een hart vol weemoed.

Hermanis: ‘Al mijn voorstellingen zijn verbonden met het verleden. Ik heb geen enkele interesse in het heden, laat staan in de toekomst. Mijn theater is meer een soort antiquariaat, meer archeologie dan een commentaar op de actualiteit. Ik kies voor simpele verhalen – over de band tussen ouders en kinderen, over moederschap, de eerste zoen, de eerste liefde. Of over hoe je je verhoudt tot je vaderland. Met mijn voorstellingen probeer ik eilanden van positieve energie te creëren.’

Het New Riga Theater en Alvis Hermanis zijn inmiddels graag geziene gasten in de grote theaters en festivals van Europa. Hermanis zelf werkt geregeld als gastregisseur bij het Schauspielhaus Zürich, en krijgt aanbiedingen van veel andere gezelschappen. Zijn voorstellingen zijn vooral zo populair omdat het publiek, zoals hij zelf zegt, ‘geen zin meer heeft om theater alleen nog maar als een shocktherapie te ondergaan’.

Hermanis: ‘Kijk naar Berlijn. Iedereen denkt altijd maar dat het publiek daar elitair en snobistisch is, maar het is open en zacht en het wordt gelukkig van ons theater. Het zijn mijn collega-theatermakers en de beroepskijkers die nog steeds geloven in het achterhaalde dogma van Artaud dat het theater de duistere kanten van de mens moet blootleggen. Misschien was dat zeventig jaar geleden zo, maar we weten nu toch wel dat er niets bloot te leggen valt. De mens stamt van de aap af, en daaraan valt verder niets te ontdekken.’

Het gespre k met de Letse regisseur heeft plaats tussen twee opvoeringen van The Sound of Silence. Het voornemen de voorstelling nog een keer te bezoeken, vindt hij tamelijk absurd. ‘Dit soort theater is gebaseerd op kleine wondertjes, een tweede keer werkt dat niet, dan kan het alleen nog maar tegenvallen. Dat is net als met een grappige anekdote, die moet je ook nooit twee keer vertellen’.

Hij heeft ongelijk. Pas bij de tweede keer kijken naar The Sound of Silence valt de perfecte beheersing van de acteurs op, het op de seconde nauwkeurige samenspel tussen muziek en beweging, de intensiteit van het ogenschijnlijk alledaagse. En dan die geweldige jarenzestigjurkjes, die heerlijke heupbroeken, die moorddadige kapsels.

Maar het is lang niet allemaal ‘positieve energie’ en ‘lang leve the sixties’. Onder alles ligt een verborgen melancholie. Het muurbloempje met wie niemand wil zoenen, de jongen met wie iedereen wil zoenen maar die zelf niet wil, de ongewenste zwangerschap, die onwennige vader met kind – niet alles is happy, lief of stoned.

En als aan het slot een van de personages te lang zijn hoofd in een teil water stopt, terwijl Simon & Garfunkel Bridge Over Troubled Water zingen, wat betekent dat?

Hermanis: ‘Tja, dat is dan het einde van de droom die 1968 voor een hele generatie was.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden