De laatste akte

Italië telt nog maar veertien grote operatheaters. Feitelijk is de boel failliet. Gaan ook de laatste zalen sluiten of kan het tij nog gekeerd?

Als de voorstelling voorbij is, veranderen de zingende zigeunervrouwen weer in veeleisende diva's. Dat was de ongeschreven regel van de Italiaanse opera. De Italianen zijn namelijk niet alleen de uitvinders van de beroemde kruising tussen theater en klassieke muziek, maar ook van de theatrale diva's en divo's die zich zo goed thuis voelden in de glamoureuze wereld van de opera.


Maar als de machtige koning Nabucco in Florence van het podium stapt, moet hij genoegen nemen met een sobere, kleine kleedkamer in een kaal complex van smalle gangen. Van de elegante sfeer in de met standbeelden versierde entree van het theater Maggio Fiorentino is achter de schermen weinig over. Op de muren zitten vlekken en de sfeerverlichting uit de zaal is verruild voor felle lampen, waaronder iedere porie en door de schminklaag geglipte zweetdruppel van de artiest zichtbaar is. Voor zijn hoofdrol van vanavond krijgt hij geen cent, vertelt bariton Dalibor Jenis (48). Het Maggio Fiorentino kan slechts een van zijn vier voorstellingen uitbetalen. Wanneer, weten ze nog niet. Het geld is op.


'Dit gaat alleen in Italië zo en het wordt ieder jaar erger', klaagt de Slowaak, die weigert in de toekomst nog eens op te treden in Florence als zijn arbeidsvoorwaarden niet verbeteren. Bij andere Italiaanse theaters treffen de maestro's en prima donna's vaak al even weinig glamour. In Cagliari wachten ze ook op hun geld. In Rome en Napels zien ze zich genoodzaakt buiten te protesteren, soms zelfs in de regen. Van de veertien grote Italiaanse operahuizen hebben acht bij de overheid om hulp gevraagd. De Italiaanse opera dreigt ten onder te gaan. Niet door een dramatische dolksteek of dodelijke sprong, maar door de banale ziekte van de rode cijfers.


Het operatheater van Florence staat meer dan 30 miljoen euro in de min. Orkestleden wachten vaak maandenlang op hun salaris. 'Mijn vrienden onderhouden me dan', vertelt violist Antonio Pavani (52). 'We blijven het uiterste geven, maar als het zo doorgaat, vrees ik dat onze grootste talenten de benen nemen.'


Het operatheater van Florence was het eerste theater dat vorig jaar alarm sloeg en dat terwijl de opera juist hier geboren werd. In een gigantisch Florentijns palazzo op een steenworp van de rivier de Arno - nu omgebouwd tot bar en appartementencomplex - schreef componist Jacopo Peri hier rond 1598 de allereerste opera, Dafne. De rijke Florentijnse familie De' Medici was enthousiast en de kunstvorm verspreidde zich naar het buitenland. Het waren Italianen als Monteverdi, Rossini, Bellini, Puccini en Verdi die 's werelds beroemdste opera's schreven, Italianen die werden ingevlogen om ze op te voeren en ook toen buitenlanders als Mozart zich op het genre stortten, bleef de taal vaak Italiaans.


Opera is zo Italiaans dat het in de opvoeding zat inbegrepen, vertelt de 77-jarige bariton Claudio Giombi. 'Mijn moeder was helemaal niet cultureel onderlegd en kende toch alle aria's uit haar hoofd', zegt de witharige zanger. Toen hij als jongetje Tosca zag, raakte hij betoverd. Toen hij in de jaren zestig zelf achter Tosca aan mocht in de rol van de chanterende baron Scarpia, zag hij de ziektesymptomen van de Italiaanse opera al. 'De vakbonden lieten ons om de meest achterlijke redenen staken', zegt Giombi. 'Voor een vergoeding van keelpastilles, bijvoorbeeld.'


Giombi's armen wapperen wilder door de lucht naarmate zijn verhaal vuriger wordt. Zijn luide stem slaat zo nu en dan zonder aankondiging over in illustrerend gezang. Het verschil tussen een emotioneel Italiaans betoog en een operazang is niet zo groot.


Toch was het volgens de maestro eerder ondanks dan dankzij zijn Italiaanse afkomst dat hij carrière wist te maken in de opera. 'Ik heb eens een dag door de stad gelopen met een reclamebord om mijn lijf, omdat ik geen werk kon vinden', vertelt hij. 'Je kreeg makkelijker een baan om wie je kende, dan om wat je kon. Het hele systeem was er daarom op gericht de minder getalenteerden te beschermen. Ik mocht bijvoorbeeld eens met dirigent Carlos Kleiber mee naar het Metropolitan in New York om La Bohème te spelen. In Italië had ik de rol van Benoit al gespeeld. Nu nam ik ook de rol van Alcindoro op me. Het was een groot succes. Kleiber was stomverbaasd. 'Waarom heb je dat in Italië niet gedaan?', vroeg hij. 'Simpel', moest ik zeggen. 'Het mocht niet.' Van de vakbonden mocht je als zanger maar één rol per voorstelling spelen.'


Opera als 'ultieme uitbeelding van passie' is in dat systeem een beetje op de achtergrond geraakt, zegt Giombi. Zijn huis in hartje Milaan doet terugdenken aan de vergeten gloriedagen. Het neogotische rusthuis voor bejaarde musici is gesticht door niemand minder dan componist Giuseppe Verdi, wiens lichaam na zijn dood in een optocht van massa's bewonderaars naar de crypte aan de andere kant van de binnenplaats werd gebracht. In een van de gigantische vertrekken staan peperdure meubelstukken die de diep geraakte kedive van Egypte aan de componist schonk als dank voor de opera Aïda. Uit de televisiekamer klinken oude operaregistraties en in de Toscaninizaal laat een tachtiger zijn vinger dansen op een van Verdi's vele melodieën. 'Ah, muziek', zucht hij, met gesloten ogen. Alleen als iemand sterft, blijven de glanzende pianovleugels onbespeeld. Een groter symbool van rouw konden de bewoners niet verzinnen.


Verdi kreeg 9.312 straatnaambordjes, maar de Milanesen lopen onverstoord aan zijn altaar voor de opera voorbij. De kleinkinderen van de bewoners maken geen muziek, klagen de bejaarden, maar luisteren naar 'rottige toontjes op die telefoons'. Tweehonderd jaar na de geboorte van Verdi staat opera vooral voor schulden, stakingen en vakbondsruzies.


Het Milanese operatheater La Scala weet dankzij zijn internationale roem nog geld van particulieren binnen te halen, maar het merendeel van de grote operahuizen leunt op overheidsfinanciering en wankelt. De veertien grote operahuizen hebben samen een schuld van meer dan 350 miljoen euro.'Werk in de operawereld is decennialang door politici gezien als leuk erebaantje om aan te bieden aan je vrienden', zegt Alberto Triola, sinds kort algemeen directeur van het Maggio Fiorentino in Florence. 'Ze leefden op veel te grote voet en besteedden hun geld niet aan kunstprojecten, maar aan de banen in het management. Dat ging goed totdat de geldstroom in 2006 werd gehalveerd.'


Bij het Maggio Fiorentino werken naast de 225 leden van het orkest, het koor en de technische crew nog 360 medewerkers op niet kunstzinnige posities, vooral in managementfuncties. Nu het theater moet bezuinigen zijn die haast onmogelijk te ontslaan. Het theater probeerde het bij ander personeel, zoals portier Giulia. Zij begon een rechtszaak en won. 'Ik heb twintig jaar lang alle avonden hier gewerkt en dus geen sociaal leven kunnen leiden', verklaart veertiger Giulia, terwijl ze een muntje in de koffieautomaat gooit. 'Dat is toch een opoffering.' Veel collega's volgen nu haar voorbeeld.


De artiestenvakbonden maken het ook niet makkelijker. Ze vragen extra vergoedingen voor werk in de avonduren en roepen stakingen uit als het publiek al binnen zit. 'We moeten wel voor onszelf opkomen, want ons kunstenaarschap wordt niet op waarde geschat', zegt violist Antonio Pavani, die actief is in de vakbond. Jaarlijks verdient hij 30 duizend euro netto. 'Met die extra vergoedingen proberen we onze salarissen omhoog te krijgen', legt hij uit. 'Door de jaren heen is dat steeds meer gelijkgetrokken met dat van arbeiders, terwijl ons werk jarenlange studies vereist en zelfs dan niet door iedereen kan worden uitgevoerd. Wij kunnen in een uur tijd een ingewikkeld stuk als Le sacre du printemps van Stravinsky voorbereiden. Maar Italië heeft zo veel cultureel erfgoed, dat men niet meer beseft hoe waardevol het is. Het enige dat nog creatief is in de operawereld, is de boekhouding.'


Toen de overheid een commissaris naar het Maggio Fiorentino stuurde om de boeken te controleren, kon die maar één ding concluderen: failliet. 'Als we een bedrijf waren geweest hadden we onmiddellijk moeten sluiten', zegt Triola. Dat ging de minister van Cultuur te ver, hij creëerde een noodfonds van 75 miljoen euro voor de operatheaters en plaatste het Maggio Fiorentino onder curatele. Triola is hoopvol. Hij mag 55 werknemers laten overplaatsen naar Florentijnse musea, bibliotheken en archieven, het oude pand verruilen voor een moderner theater en heeft de Florentijnse vakbonden tot een akkoord gedwongen.


Violist Pavoni zette de pijnlijke handtekening. 'We gaan meer werken, voor minder geld', zegt hij. 'We moeten wel, als we willen dat het theater overleeft.' Hij repeteert zaterdagochtend alweer voor Madame Butterfly, terwijl hij de nacht ervoor tot laat optrad met Nabucco. Zijn lichtpuntje kwam aan het einde van die voorstelling, toen de uitverkochte zaal een overweldigend applaus gaf aan de Italiaanse gastdirigent die voor deze voorstelling de plaats van de Indiase huisdirigent innam. 'Eindelijk liet iemand ons weer op zijn Italiaans spelen', zegt de violist. 'Met passie. Italianen hebben opera nu eenmaal in zich zitten. Het werkte: het leek wel alsof ze nooit meer zouden stoppen met klappen.'


De eerste opera


De eerste opera was eigenlijk bedoeld om de kunst uit de Griekse oudheid tot leven te wekken, maar werd een kunstvorm op zich. In het muzikale drama Dafne (1598) liet componist Jacopo Peri zangers verhalen over de liefde tussen deze Griekse nimf en de god Apollo. De muziek is grotendeels verloren gegaan, maar het libretto van Ottavio Rinuccini is bewaard gebleven.


Het was zo'n succes dat zijn tweede opera Euridice drie jaar later werd opgevoerd op de bruiloft van Maria de' Medici en koning Hendrik IV van Frankrijk.


De opera bestond eerder (1598) dan het land Italië, dat pas in 1861 werd gesticht. Toen de kunstvorm tot bloei kwam, was Italië nog een lappendeken van hertogdommen, koninkrijken en republieken, die allemaal wilden pronken met hun eigen operatheaters. Aan het einde van de 18de eeuw groeide dat aantal uit tot 1.055 theaters in


755 verschillende plaatsen, al was de scheiding tussen theaters en operahuizen nog niet zo duidelijk gedefinieerd. Nu zijn nog ruim veertig operahuizen over in Italië, waarvan 14 worden gezien als toonaangevend.


Verdwenen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.