De kurk is eraf!

Jarenlang werken aan een roman die misschien wel tussen de schuifdeuren wordt voorgelezen. Met bravoure beweren dat je voor je dertigste een boek publiceert....

Door Judith Janssen en Aleid Truijens

ZE HERINNEREN zich het nog haarscherp. Hét moment, na jarenlang anoniem ploeteren achter de computer. Het moment waarop ze als schrijver uit de kast kwamen. Niet langer een van de miljoen amateurs die schrijver of dichter zijn in het diepst van hun gedachten, maar een auteur die met fraaie foto wordt aangekondigd in de catalogus van een literaire uitgeverij. De zeven schrijvers die rond de tafel zitten om te praten over de geboorte van hun schrijverschap, stellen tevreden vast dat hun werk behoort tot dat ene, gelukkige procent dat de uitgevers vissen uit de dagelijkse slushpile van manuscripten. 'Voor mij was het dat eerste telefoontje: ''Ja, we willen het hebben! Stuur de rest maar'' ', zegt Carolina Trujillo Píriz. 'Twee regeltjes e-mail', vertelt Francie van den Hurk. ''We vinden uw gedichten mooi en willen een bundel van u uitgeven.'' Ik heb van blijdschap bijna de computer de lucht in gegooid.'

Alle zeven debuteerden ze in 2002. De dichtbundel van Francie van den Hurk (1948), Naastenparade, verscheen bij De Harmonie. Carolina Trujillo Píriz (1970), geboren in Uruguay, kwam met De bastaard van Mal Abrigo bij Meulenhoff terecht; diezelfde uitgever publiceerde De hand, de kaars en de mot van Rob van der Linden (1957). Kees Jaap Klijn (1964) meldde zich, met succes, bij Bert Bakker - 'want die verkopen goed' - toen hij Mijn broer af had. Saskia Profijt (1967) zat met Braaf meisje direct goed bij Nijgh & van Ditmar, 'een swingende uitgeverij', Vassallucci zag meteen wat in Lucifer van Dave Goldstein (1972). Laura Broekhuysen, toen zeventien, inmiddels negentien, stuurde haar schrijfpogingen naar Lemniscaat om advies te krijgen, en hoorde twee jaar later: 'We zijn klaar. Zand erover wordt een boek.'

Ze kwamen niet allemaal opdoemen uit het niets, deze nieuwe schrijvers. Dave Goldstein en Saskia Profijt wonnen een verhalenwedstrijd. Francie van den Hurk volgde een opleiding aan de schrijversvakschool 't Colofon en mag zich, zegt ze lachend, nadat ze al analiste, kostuumontwerper, zweminstructeur en moeder van vier kinderen was, nu 'gediplomeerd dichter' noemen. Laura Broekhuysen, die als kind bij iedere kunstenaar die ze op tv zag dacht 'dat wil ik ook!', volgt nu, naast de vooropleiding viool aan het conservatorium, een hbo-opleiding dramaschrijven. Rob van der Linden is communicatiemedewerker, Dave Goldstein was IT-ondernemer, maar beloofde zichzelf voor de grap vóór zijn dertigste te debuteren en liet zijn bedrijf bewust failliet gaan om te gaan schrijven. Hij schreef Lucifer razendsnel, in vijf weken.

SP: 'Ik in zes!'

RvdL: 'Het lag in vijf maanden op de mat. En de kurk is er nu af: mijn tweede boek heb ik ingeleverd en het derde staat in de grondverf. Het houdt gewoon niet op.'

'Ik ben heel lang werkloos geweest, en sliep de hele dag', vertelt Kees Jaap Klijn. 'Maar toen kreeg ik een baan. De schok was zo groot, dat ik er iets naast móest doen.'

LB: 'Waarom schrijven en niet macrameeën?'

KJK: 'Ik schreef als kind al, dus schrijven lag meer voor de hand.'

CTP: 'Als je nu weer werkloos wordt, ga je dan slapen of schrijven?'

KJK: 'Dat weet ik niet. Misschien moet ik het erg vinden dat ik zoveel tijd heb verspild met nietsdoen, maar dat vind ik niet.'

CTP: 'Toen ik werkloos was, schreef ik elke dag! Ik zou nu graag een paar jaar zonder werk zijn om de hele dag te kunnen schrijven.'

Saskia Profijt beaamt dat. 'Ik geef twee dagen per week les op een basisschool, maar als het kan geef ik die baan eraan.' Ook Trujillo Píriz geeft les, op het vmbo, en vindt het steeds jammer dat ze haar pc moet verlaten. Nederlands geeft ze. 'Als Spaanstalige, ja. Het onderwijs zit erg omhoog.'

Ook zij is 'gediplomeerd schrijver', scenarioschrijfster, afgestudeerd aan de Filmacademie. 'Maar ik kan er niks van', zegt ze. 'Ik schreef draken van scenario's. De Bastaard begon als scenario. Een producent die het las, zei: ''Je moet hier een roman van maken, zo'n film wordt in Nederland nooit gemaakt, met al die shots van helikopters en cocaplantages.'' Toen was ik weer waar ik wezen moest.' Pas na vijf jaar, vele versies later, was haar roman af. Een redacteur begeleidde haar bij het herschrijven, maar diens uitgeverij wilde het toch niet hebben. Meulenhoff wel, 'de uitgeverij waarvan ik al op de derde schrijfdag dacht: dáár moet ik zijn. Nee, niet omdat ze zoveel Zuid-Amerikanen in hun fonds hebben, dat wist ik niet. Het was die dubbele f aan het eind, denk ik.'

Haar Nederlandse debuut werd haar tweede; op haar twintigste publiceerde ze in Argentinië een novelle.

Leuren met een manuscript, dat is niet het leukste wat je kunt bedenken, daar zijn de zeven schrijvers het over eens. Van der Linden stuurde zijn werk naar elf uitgevers, van wie tien een bedankbriefje stuurden. 'Met de redacteur van Meulenhoff heb ik nog veertig revisies doorgeworsteld.' Goldstein liet de eerste twee hoofdstukjes door drie uitgevers lezen. 'Twee ervan hingen de volgende dag aan de lijn. Ik koos er één, maar de redacteur die met mij werkte, vertrok naar een andere uitgeverij, en die wilde het niet uitgeven. Toen had ik niet drie, maar nul uitgevers. Dat kwam Oscar van Gelderen van Vassallucci ter ore, mede doordat ik het hard in zijn oor schreeuwde.'

Ook Laura Broekhuysen doorliep een heel 'traject', zij het bij één uitgever, die eindeloos met haar schaafde aan een verhaal dat ze vervolgens lieten liggen, en toen nog eens aan Zand erover. In die jaren werd zij ouder, 'ik veranderde compleet'. Nu vindt ze het jammer dat haar roman, waarin de hoofdpersonen zo'n achttien, twintig jaar zijn, als 'jeugdboek' is uitgegeven. 'Het ziet er kinderlijk uit, met die poppetjes op het omslag. Kinderen van twaalf vinden het doodsaai, en leeftijdgenoten, voor wie ik het heb geschreven, zien het niet staan. Maar ja, straks heb ik dat probleem niet meer. Dan blijf ik volwassen.'

Bij anderen was het in één klap raak.

KJK: 'Ik stuurde het naar Bert Bakker en die wilde het hebben.'

RvdL: 'Het had je zeker verbaasd als het niet zo was?'

KJK: 'Ja, eigenlijk wel. Maar ik was toch ook verbaasd dat ze het wilden hebben.'

SP: 'Ik was alleen maar nieuwsgierig: is mijn boek goed genoeg om uitgegeven te worden? Schrijvers waren in mijn ogen altijd heel bijzondere mensen, en ik, ja ik was een gewoon mens. Ik stuurde het naar twee uitgeverijen. Nijgh reageerde meteen.'

FvdH: 'Ik stuurde de gedichten naar de uitgeverij waarbij mijn favoriete dichters zaten. Die wees het af, maar zo zorgvuldig dat ik toch niet ontmoedigd was.'

Uiteindelijk kon ze kiezen: 'De Harmonie wilde mijn boek hebben, maar een andere uitgever had ook gereageerd. Die heb ik toen een keurig bedankbriefje geschreven. Toen kreeg ik toch een pissig briefje terug! Dat hij honderden manuscripten afwees en dat het not done was om ''nee'' te zeggen. Belachelijk.'

'A

LS ER goede kritieken verschijnen', zegt Van der Linden, 'hoor je op feestjes ineens van uitgevers: ''Wat jammer dat je niet bij ons zit.'' Terwijl ze je eerst hebben afgewezen. Ik had de brieven zelfs bij me. Met datum en postmerk.

'Maar het is heerlijk als je boek er eenmaal is. Die triomf die je dan voelt! Alsof je in een restaurant zit en de gerant bevalt je niet. Dan denk je: later als ik rijk ben, dan koop ik dat restaurant en ontsla ik die man. Een jongensdroom.'

Maar dan. Het boek ligt in de winkel, vogelvrij en het oordeel is aan de buitenwereld. Misschien blijft het stil. Maar er kan ook een enorm publiciteitscircus losbarsten.

RvdL: 'Op één na waren alle recensies positief tot juichend. Fantastisch. Wat mij opviel, is dat mijn boek echt goed werd gelezen. Dan is ook negatieve kritiek minder erg.'

LB: 'Helemaal niet! Ik kreeg een redelijk positieve recensie in NRC Handelsblad, maar ik zag vooral de kritiekpunten. Pas toen ik het stuk een paar keer had gelezen zag ik ook wat ze goed vond.'

SP: 'Ik kreeg positieve recensies, maar ook één vernietigende, in HP/De Tijd. Ik was twee weken van slag. Maar dat stuk heeft me ook strijdlustig gemaakt, zo van: ''Dát zullen we nog weleens zien.'' '

CTP: 'Vooral de onzekerheid is vervelend. Dan hoor je van de uitgever dat er een recensie in die en die krant zal verschijnen en ga je dus elke ochtend wanhopig op zoek naar dat stuk. Ik werd er gek van. Ik vond mezelf echt zielig.'

KJK: 'Mijn eerste recensie stond in De Gelderlander. Die was opmerkelijk neutraal. Dat gaf wel een klap: was mijn boek echt zo vlak? Gelukkig waren de volgende recensies positief.'

FvdH: 'Ik had me voorgenomen om te genieten van de positieve dingen en de negatieve te relativeren. Op 't Colofon was ik al gewend geraakt aan snoeiharde kritiek van studenten en docenten. Maar er gebeurt wel wat met je als je boek ineens in de belangstelling staat.'

DG: 'Publiciteit veroorzaakt een sneeuwbaleffect. Ik kreeg tot mijn verbazing een positieve recensie in de Volkskrant en die lokte weer nieuwe reacties uit. Eén interview, en ineens waren het er zes, voor ik het wist zat ik op tv. Vassallucci doet veel aan publiciteit. Een uitgever moet gewoon geld verdienen. Daarom investeren ze in een debuut. Oscar van Gelderen is een commercieel wonder.'

FvdH: 'Ik was verbaasd over wat een uitgever allemaal voor je doet. Zo'n boekpresentatie. Dat de uitgever zelf met drankjes rondloopt. Heel gek.'

CTP: 'Hebben jullie állemaal een boekpresentatie gehad?! Ik niet!'

Maar stimuleert al die aandacht ook de verkoop? Er volgt wat gemompel. De meesten willen helemaal niet weten hoe hun boek verkoopt. Hoe groot de oplage is? Tweeduizend, drieduizend, klinkt het aarzelend.

DG: 'Twintigduizend!'

Twintigduizend?? Voor een debutant?

DG: 'Nee hoor, grapje. Ik wilde alleen even aandacht.'

Publiciteit leidt ook af. Francie van den Hurk weet nog niet wanneer er een volgende bundel zal verschijnen: 'Ik ben mijn eerste kind nog aan het uitzwaaien. In twee maanden tijd heb ik drie gedichten geschreven. Die aandacht is leuk, maar het houdt me wel van het werk.'

'Een tweede boek werkt relativerend', vindt Van der Linden. 'Je kunt het hele circus naast je neer leggen omdat je met je hoofd al bij een volgend boek bent.' Ook Broekhuysen is met een tweede poging bezig, maar heeft nog geen vastomlijnd plan. Profijt is verbaasd dat de anderen al uitgebreid kunnen praten over hun nieuwe boek. 'Ik mag er van mezelf niets over zeggen, omdat ik bang ben dat dan de magie verdwijnt. Ik ben bezig met ''iets'' waarvoor ik mezelf een halfjaar geef. Ik ben niemand iets verschuldigd.'

RvdL: 'Het verschil is dat je bij het eerste boek niet weet of het überhaupt uitgegeven zal worden, of dat je het tussen de schuifdeuren zult gaan voordragen. Nu weet je dat ze het gaan uitgeven.'

CTP: 'Maar je schrijft toch niet om uitgegeven te worden? Succes is toch niet het belangrijkste? Als ik niet zou worden uitgegeven, zou ik gewoon doorschrijven. Al is het alleen voor mijn ouders en mijn zus. Het liefst zou ik niets anders doen dan schrijven. Ik vind het vreselijk om na de zomervakantie weer naar school te moeten. Dan ligt er naast mijn computer een schema van mijn roman, maar ook een stapel proefwerken van 3HC. En dát moet ik dan gaan doen, dát moet af. Vreselijk.'

SP: 'Ik vind het af en toe moeilijk om naar school te gaan. Maar om te leven van het schrijven? Ik ben bang dat ik dan alleen op de bank zou zitten staren. Ik ben heel traag en hou van nietsdoen. Een beetje nadenken en dagdromen.'

DG: 'Het mooie van schrijven is juist dat je rustig een sigaretje kan roken en uit het raam kan staren. Dat je dan kan zeggen: ik ben aan het werk. Sinds Lucifer ben ik een erkende nietsnut.'

RvdL: 'Ik moet er niet aan denken om alleen maar schrijver te zijn. Mijn leven is net een composthoop: werk, kinderen, muziek, schrijven, het hoort er allemaal bij. Als je alleen schrijft, word je een beetje wereldvreemd. Ik wil met mijn poten in de klei blijven staan.'

Nu ze een boek hebben gepubliceerd, zouden de zeven debutanten 'beroeps' kunnen worden. Er bestaat immers zoiets als subsidie.

CTP: 'Ja, die heb ik meteen aangevraagd, daar schaam ik me absoluut niet voor. Als ik maar niet meer hoef te werken.'

'Schandalig hoor, zo'n subsidie!', vindt Kees Jaap Klijn, 'Ik heb die beurs trouwens zelf ook aangevraagd. . .'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden