De kunst van het nietsdoen

Vandaag begint in Lisse het buitenseizoen voor de baanatleten. De top van de Nederlandse atletiek bereidde zich de afgelopen maanden voor in verre streken: de VS, Zuid-Afrika of ItaliBram Som, Gert-Jan Liefers, Lotte Visschers en Arnoud Okken gingen naar Iten in west-Kenia....

Zeg niet dat de Nederlandse atletiek niet leeft in Kenia. Felix Limo, winnaar van de marathon van Rotterdam, vond het heel sneu voor Bram Som dat hij in de halve finale van de WK indoor in Boedapest ten val kwam.

'Ik had echt met hem te doen', zegt hij, op bezoek in het High Altitude Centre in Iten, waar een aantal Nederlandse atleten vanaf half maart vier weken trainde. 'Zonder die val had hij zeker in de finale gestaan.'

Even later wil de marathonloper Broem Soem de hand schudden, maar Limo vergist zich. Het is de blonde Gert-Jan Liefers, toch heel anders gebouwd dan Som, die hij voor de 800-meterloper aanziet.

Het zij Limo vergeven. De Nederlanders mogen sinds 2002 terugkerende gasten zijn in Iten, het overkomt henzelf ook vaak genoeg dat ze de ene Keniaanse kampioen voor de ander aanzien. Je denkt wereldkampioen steeple Stephen Cherono aan te spreken, blijkt het 800-meterloper Japteth Kimutai te zijn.

De blanke atleten uit Nederland zijn inmiddels bekende verschijningen op de rode kleiwegen. Op de baan van het stadionnetje van Kamariny wordt gezamenlijk getraind met de lokale atleten.

Bondscoach Honoroedt is niet te beroerd wat trainingstips aan de plaatselijke coaches te geven. Het is een ware kruisbestuiving: 'Ik leer van hen, zij leren van mij.' Oude spikes wisselen net zo gemakkelijk van eigenaar. Niet zelden zie je lokale atleten langs snellen in opmerkelijke T-shirts, met opschriften als 'De zestig van Texel' of 'De marathon van Enschede'.

Niemand kijkt nog op als de Nederlanders voorbijkomen. Al blijft het voor de lokale jeugd een feest als de Nederlanders een zware heuveltraining op het asfalt van het rommelige stadje komen afwerken. Enthousiast rennen ze op hun blote voetjes mee, ze verliezen even het zicht op hun schapen. 'Mzungu, how are you?'

Sinds 2002 traint de groep van Hoedt regelmatig in Iten, waar Lornah Kiplagat, de Nederlands-Keniaanse atlete, van haar prijzengeld het High Altitude Centre ('University of Champions') heeft gebouwd. Luc Krotwaar is er al jaren een graaggeziene gast. De 'Witte Keniaan' kwam steeds goed in vorm terug uit Iten, zodat ook Hoedt geeresseerd raakte in het hooggelegen trainingskamp.

Hoedt: 'Toch was er wel wat huiver. Kenia, dat was toch het land van malaria en onhygische toestanden? Maar Lornah verzekerde ons dat de kok in het kamp het water tweemaal kookt en dat de groente en de melk van de eigen boerderij komen. En voor malariamuggen zitten ze hier te hoog.

Sindsdien zijn er al veel Nederlandse sporters naar Iten geweest, nog nooit is er een ziek geworden. 'In Zuid-Afrika, d krijg ik last van m'n maag', zegt Liefers. 'Komt door de warmte. Hier wordt het nooit heter dan 25 graden.'

Over het eten hoor je ze niet klagen. Elke dag tovert kok Charles verse groenten op tafel, met aardappelen, pannenkoeken, rijst en het lokale maerecht Ugali, het geheime wapen van de Keniaanse atleet.

Maar voor alleen dat voedzame eten komen ze hier natuurlijk niet, zegt Hoedt. Vooral de combinatie van rust en trainen op hoogte het kamp ligt op 2374 meter loutert het westerse lichaam. En dan is de factor 'rust' wellicht nog de belangrijkste.

Hier kun je Bram Som 's ochtends, na een eerste training en het ontbijt, 'welterusten' horen zeggen. Gaat hij weer een paar uurtjes slapen. Hoedt: 'Dat lukt Bram in Nederland nooit.'

Liefers, die dit jaar zijn studie heeft stopgezet om zich geheel te richten op dat 'ene grote doel', de Spelen van Athene: 'Het levenstempo ligt hier zoveel lager. De eerste keer werd ik gek van het nietsdoen, nu kan ik het ook. Het is een kunst om hard te trainen, maar het is een nog grotere kunst om helemaal ni¿ets te doen. Hier leer je dat.'

Meerdere keren was Liefers in Zuid-Afrika op stage, maar daar is, zegt hij, veel meer afleiding. 'Dat is gewoon Europa, met z'n shopping malls. Ga je toch weer even winkelen.'

Hoedt: 'En daar staat in het trainingskamp een buffet van zestien meter klaar. De atleten komen drie kilo zwaarder terug. Uit Kenia komen ze na een maand juist drie kilo lichter thuis. Dat is ook geen nadeel.'

Hoedt wil zijn sporters terugbrengen naar de basis van het bestaan. 'In Europa bestaat het leven alleen maar uit prikkels die afleiden, alles is gericht op materi zaken: koop mij, koop mij. Het word je van alle kanten toegeschreeuwd. Dat is een grote handicap voor de Europese sporter.'

De westerse samenleving is groot Las Vegas geworden, zegt Hoedt. 'Onze maatschappij is erop gericht alle discomfort uit te bannen. Je kunt met de roltrap naar het fitnesscentrum. Hoe moet je in zo'n omgeving in hemelsnaam topsporter worden?'

In Kenia is alles anders. Eerst word je door de hoogte al de helft van je zuurstof afgenomen, dan is het rode pad te steil en te glad door de regen, kortom, er is genoeg discomfort. En luxe winkels zijn er in geen velden of wegen te bekennen, laat staan een McDonald's of een trendy koffiehuis.

'Prima', zegt Hoedt, terwijl hij zich op het grasveldje voor Kiplagats centrum in zijn handen wrijft. 'Leve het ongemak!'

Het is even wennen, eerst. Het mobieltje van Liefers werkt alleen op de nabijgelegen berg, voor e-mail moet hij een halfuur met een matatu, een minibus, naar het internetcafan Eldoret. 'Eerst maak je je daar druk om, later glijdt het van je af. Het wordt allemaal minder belangrijk.'

Som, die tijdens de eerste stage in Iten 'lichte afkickverschijnselen' vertoonde, is vol lof over het simpele leven dat Kenia hem biedt: 'Eerst was ik bang dat ik mijn tanden hier niet kon poetsen, met dat kraanwater.' Okken: 'Ik heb de eerste keer toch maar malariapillen geslikt.' Nu voelen ze zich hier helemaal thuis. Som, gebrand op een finaleplaats straks in Athene: 'Ik kom hier altijd ijzersterkvandaan.' Okken: 'Het trainen gaat zo goed, dat je moet oppassen dat je niet overtraind raakt.'

Niet alles is Keniaans. Uit de gezamenlijke kamer van Okken en Som schalt soms de muziek van hun vaders: Ruby Tuesday van de Stones.

In een onbewaakt ogenblik kun je ze hier ook nog wel eens over Nederlandse toetjes horen praten. 'Okdie missen we wel eens.'

En Okken wordt soms midden in de nacht in paniek wakker. Probeert hij de muur naast zijn bed knock-out te slaan. 'Vreemd, ja. Dat heb ik thuis nooit.'

Maar verder alleen positieve geluiden. De baantraining in het stadion van Kamariny, pastoraler krijg je het niet. Is in andere landen het middenterrein het domein van de kogelstoters en de speerwerpers, in Iten graast er vee.

De Nederlandse atleten, met de jonge talenten Marije te Raa en Najla Jaber in de gelederen, werken deze mooie middag een harde training af. Het gaat er stevig aan toe, met soms onverwachte hindernissen. Okken, na afloop: 'Zag je hoe ik die koe ontweek?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden