'De kruisspin is de spin die massaal in onze tuinen zit'

Honderduit kan Peter van Helsdingen vertellen over de kruisspin. Van het fabriceren van die prachtige wielwebben, het innemen van alleen vloeibaar voedsel tot die acrobatische paringsdaad.

Beeld Theo Audenaerd

'De kans dat je in deze tijd van het jaar in een web loopt van een kruisspin is groot. Het is de spin die massaal in onze tuinen zit, en ook de spin die 's ochtends aan je fiets hangt. Voor de landelijke spinnentelling heb ik dit jaar in mijn eigen tuin geteld. In korte tijd vond ik 31 kruisspinnen. Ik heb ook gekeken welke prooien in de webben zaten. Veel langpootmuggen, motten, nachtvlinders en vliegen. Maar ook wespen. Die kunnen ze dus ook goed aan.

'Van de ongeveer 650 spinnensoorten in Nederland is de kruisspin een van de meest voorkomende. En zeker de opvallendste, al is het maar vanwege dat karakteristieke wielweb dat zo mooi kan glinsteren in de herfstzon. De kruisspin is ook vrij groot, zeker het vrouwtje. Mannetjes zie je in deze tijd van het jaar nauwelijks. Hij heeft zijn ding al gedaan.

De Kruisspin

Wetenschappelijke naam Araneus diadematus
Kenmerken Lichaamslengte: 12 tot 17 mm. Vlekken in de vorm van een kruis op het achterlijf.
Verspreiding Noord-Amerika en Europa
Leefgebied Vaak in hogere (tuin)planten.

Paren

'Ergens in augustus gaat hij op zoek naar een vrouwtje, hij laat zijn web in de steek, stopt met eten, hij wil paren. Na het paren verdwijnt hij, hij is verzwakt, hij gaat dood, wordt opgegeten. Maar het vrouwtje eet verder, die gaat de eimassa opbouwen en rond deze tijd legt ze de eieren en bevrucht ze. Ze gaan door zolang ze nog eieren hebben, en er sperma in hun blaasjes zit opgeslagen. Daarna gaan de vrouwtjes ook dood, doorgaans overleven ze de winter niet. De eitjes stoppen ze op beschutte plekjes, onder vensterbanken of zo, waar ze overwinteren. In het voorjaar komen ze uit.

'Dat paren ziet er nogal onbeholpen uit. Het begint ermee dat het mannetje, eenmaal in het web van het vrouwtje, duidelijk moet maken dat hij geen prooi is, maar een soortgenoot, van het andere geslacht. Want het vrouwtje is er op uit om alles wat in haar web beweegt en niet groter is dan zij op te eten. Het mannetje geeft daarom allerlei signalen af om zijn boodschap over te brengen. Hij tokkelt aan de draden, en trommelt erop. Het vrouwtje kan dan nog agressief reageren, dan laat hij zich vallen en klimt daarna weer omhoog.

'Soms zijn er twee mannetjes die het vrouwtje het hof maken, dan wordt het extra gecompliceerd. Uiteindelijk maakt hij een paringsdraad. Daar vindt de paring plaats. Ze hangen ondersteboven en tegenover elkaar aan die wiebelende draad, hij vlak onder haar kaken. Zij is dan onderhand bereidwillig om toe te staan dat hij zijn sperma overbrengt.

'Van directe paring is geen sprake. Het mannetje pakt met zijn tasters het sperma op, daar gaat hij mee naar het vrouwtje en met die twee zogeheten palpen brengt hij het sperma over naar een instrumentendekplaat over de geslachtsopening van het vrouwtje. Daar zitten twee receptoren, en twee blaasjes met een dikke wand, waarin het sperma wordt opgeslagen. Als je dat zo observeert, dat gedoe op die gammele paringsdraad, denk je soms wel: kan dat niet eenvoudiger. Maar blijkbaar is het effectief, anders was de kruisspin niet zo algemeen.

Giftig

'Kruisspinnen hebben weliswaar acht ogen, maar vermoedelijk hebben ze toch geen scherp beeld. Wel zijn ze uiterst gevoelig voor trillingen en luchtstroompjes. De zintuigen zitten op de pootjes. Ook reukorganen, die een rol spelen bij het vinden van een partner. Ze detecteren ook perfect op welke spaak van het web een prooi zit, ze lopen direct naar de goede plek.

'Prooien worden ingesponnen. Met hun achterste pootjes wikkelt de kruisspin een prooi in draden, dat diertje spartelt nog wat, en dan bijt de kruisspin, hij verlamt de prooi met gif. Vervolgens eet hij het dier niet op. De vertering gaat extern. Ze spugen verteringssappen over de prooi, dan wachten ze, en kneden ze een beetje. Alles wat eetbaar is aan een vlieg of een motje wordt opgelost. En uiteindelijk drinken ze de soep op. Ze eten altijd vloeibaar.'

'Mensen vragen vaak: is hij giftig? Ze bedoelen: is hij giftig voor mij? Want alle spinnen zijn giftig, dat is hun kenmerk. Alleen: er zijn maar heel weinig spinnen die met hun kaken door onze huid kunnen komen, ook de kruisspin kan dat niet. En dan nog: gevaar is er hoogstens als iemand toevallig overgevoelig is voor spinnengif.

'De eerste draad van het web maakt hij met behulp van de wind. Zodra er een luchtstroompje is, produceert de spin direct een draad, die hecht zich dan ergens vast, aan een plantje of zo. Uiteindelijk ontstaat dus dat wielweb, dat wonderlijk mooie resultaat van miljoenen jaren evolutie. De chemische industrie heeft veel onderzoek laten doen naar hoe die spinnen zulke sterke, taaie draden konden maken, welke stoffen daarvoor verantwoordelijk zijn. Maar het is niet alleen de stof, maar ook hoe de spin dat naar buiten brengt. Het spinorgaan is heel ingewikkeld. Met zes spintepels, voor verschillende typen draden, gewone spandraad bijvoorbeeld, maar ook kleefdraad, waar de prooien aan blijven hangen. Het is nog niet gelukt om dat goed na te bootsen.

'Spinnen zijn de roofdieren onder de kleine insecten. Ze hebben een regulerende invloed, dat is hun rol in het systeem. Ik zeg dan ook altijd: rustig laten zitten, want ze vangen een hoop vliegen, muggen en wespen weg. Zelf worden ze ook volop belaagd. Door vogels, sluipwespen, vleermuizen. Er is één heel kwetsbaar moment: als ze moeten vervellen. Het lichaampje zakt uit het oude pantser, hij hangt aan een draadje, hij kan nog niet bijten, niet lopen, hij is weerloos. Als ik ergens een leeg huidje vind, denk ik altijd: heeft hij het overleefd?'

Peter van Helsdingen ('65-plus') is gastonderzoeker bij het natuurhistorisch museum Naturalis in Leiden, waar hij tot aan zijn pensioen conservator was van spinnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.