De kruisgang van een Hollandse graaf

Op de binnenplaats van het Muiderslot wordt Floris V opnieuw vermoord door de lokale amateurtoneelvereniging. Zevenhonderd jaar geleden kwam Der Keerlen God daadwerkelijk om het leven....

LANGS de kaarsrechte kanaaldijk, met rechts vliegveld Hilversum en links de Oostelijke Binnenpolder, moeten precies zevenhonderd jaar geleden historische woorden hebben geklonken: 'Uwe hoghe spronghe sijn ghedaen.' Een stel edelen hield op 23 juni 1296 graaf Floris V van Holland aan, die op weg was voor een middagje vederspel, zijn geliefde valkenjacht.

De graaf kwam met twee schildknapen vanuit Utrecht aanrijden, de valk op de hand. Nabij de bossen van de Egelshoek trof hij Gijsbrecht van Amstel, Herman van Woerden en Gerard van Velzen. Van Woerden reed op Floris toe, greep de teugels van diens paard en sprak zijn beroemd geworden tekst.

Floris dacht eerst aan een grap, maar toen hem zijn jachtvogel werd afgenomen, verstarde hij. Slechts een vrij man mocht zo'n beest bezitten. De graaf sloeg de hand aan zijn zwaard, maar zijn belager gromde: 'Doe dat, en ik zal je schedel tot aan je tanden klieven.' Vier dagen later zou dat inderdaad gebeuren, dertig kilometer verderop, nabij Muiderberg.

Het lokale vliegveld was er toen uiteraard nog niet, en ook bungalowpark De Egelshoek is van later tijden. Niets is er op de grens van Noord-Holland en Utrecht dat nog aan deze historische gebeurtenis herinnert. Of toch! Verderop loopt een Graaf Floris de V-weg.

Wit-rode streepjes verf op paaltjes leiden langs het zandpad in de richting van Breukelen, waar de aansluiting is met het lange-afstand-wandelpad dat naar de graaf is vernoemd. Wie het vanaf hier volgt tot aan het Muiderslot, kan de laatste gang van Der Keerlen God meemaken. Het is de kruisgang van een Hollandse graaf.

Floris V werd de eerste dag van zijn gevangenschap naar slot Cronenburgh gevoerd, dat tussen Breukelen en Loenen moet hebben gelegen. Moet hebben gelegen, want de Fransen maakten het in rampjaar 1672 met de grond gelijk. De weg voert anno 1996 door een landschap dat in de afgelopen zevenhonderd jaar onherkenbaar is veranderd - onherstelbaar is beschadigd, zullen sommigen zeggen. 'Tijd verglijdt', meldt de zonnewijzer op de toren van Breukelen. Voor een boerderij staan twee paaltjes, op het linker het opschrift 'Alles', op het rechter 'Wisselt'.

Alleen de Vecht stroomt nog ongerept. Over dit water werd de graaf zevenhonderd junimaanden geleden naar het Muiderslot, Het Hoge Huys te Muiden, gevoerd. Nu ploffen motorkruisertjes voorbij; de Lisboa, met Portugese vlag in top, de Botervloot, de Grote Beer met een klein rubberen Beertje erachter. Keurig watervolk, dat aan boord poetst dat het een lieve lust is. Een oppassende opvarende laat zijn hondje uit op het gras van de kade, een schepje in de hand.

Cronenburgh is verdwenen. Nieuwersluis kwam er even verderop voor in de plaats: militair strafinstituut uit de tijd van koning Willem III, 'Achter dit hek geen vuurwapens.' Het lokale café-restaurant heet Het Stoute Soldaatje, voorheen restaurant De Kampioen.

Het is een oud wandelgebied, deze streek. In de vorige eeuw liep hier C. Dudok de Wit, die, aldus Jac. P. Thijsse in zijn album De Vecht (1915), 'over de heele wereld' bekend stond als Kees den Tippelaar. De man wandelde in 1866 over geheel Java, liep van Amsterdam naar Parijs in 122 uur. Thijsse: 'Hij was een specialiteit in het loopen en zwemmen, dat zijn zoowat de twee mooiste dingen, die je met je lichaam doen kunt.'

Ook Thijsse maakt melding van Cronenburgh ('Thans heeten nog ergens de grondgewelven in den bodem verscholen te zitten') waar de graaf zijn eerste nacht in gevangenschap doorbracht. Waarom Floris gevangen werd genomen door de edelen, is lange tijd onduidelijk geweest. Hij zou het gewone volk (vandaar de bijnaam der Keerlen God) teveel macht hebben gegeven, hij zou Machteld, de vrouw van Gerard van Velzen, hebben verkracht, er zou sprake zijn geweest van een internationaal complot, met de Engelse koning Edward I op de achtergrond.

Die laatste theorie is momenteel de heersende, zeker na het interessante proefschrift De moord op graaf Floris V van Jan Willem Verkaik, dat onlangs verscheen. In het kort komt het hierop neer: Floris was bondgenoot van Edward, hun kinderen zouden huwen, de graaf zou koning van Schotland worden, de lucratieve Engelse wolhandel zou via Dordrecht gaan.

Het liep echter allemaal anders, waarop Floris overliep naar Edwards vijand, de Franse koning Filips. Daarop werd het complot gesmeed tussen Brabantse en Hollandse edelen die onder Floris veel van hun gezag hadden verloren.

Floris mag dan de God van de boeren geweest zijn, populair bij het volk, door de eeuwen heen is hij niet altijd als een martelaar gezien. Republikein P. C. Hooft noemde hem in zijn Geeraerdt van Velzen (1613) een tiran, die steunend op het 'Schuym van Burghers en van Boeren' de Staten buitenspel zette. Orangist Bilderdijk zag hem echter als een rechtvaardig vorst in zijn Floris de Vijfde (1805).

Vondel daarentegen vond de graaf vooral een geilaard, die Machteld van Velzen, een nicht van Gijsbrecht van Amstel verkrachtte: 'Floris geile borst en het schandelijk omhelzen/ Het schennen van mijn nicht, die schone bloem Van Velzen.' (Uit dè Gijsbrecht, 1637)

En niemand minder dan Frits Bolkestein sloot zich daar in 1976, onder het pseudoniem Niels Koblet, bij aan, in zijn toneelstuk Floris, graaf van Holland: 'Wier lange, blanke benen spreidden zich/ Om gulzig de behaarde ponjaard te ontvangen?'

Arme Floris. In 1949 werden zijn stoffelijke resten nabij de oude abdij van Rijnsburg gevonden, compleet met liefst 21 zwaardslagen op het bovenlichaam (het wetenschappelijk verslag uit die jaren: 'Uit de beschadiging van de schedel valt op te maken dat het zwaard van de aanvaller in de wond bleef steken'). Groot nieuws, het Polygoon-journaal kwam kijken. Koningin Juliana ging het gebeente in 1975 nog plechtig herbegraven. Maar helaas. Het lijk zou volgens een recent onderzoek een anonieme negende-eeuwse Karolinger geweest zijn.

En hoe zag Floris eruit? Op de schoolplaat van Isings uit 1926 heeft hij edele gelaatstrekken en berijdt hij (natuurlijk) een wit paard; op een gravure uit 1614 is hij een lelijkerd, met een grote neus. Wij, met plastic zwaarden opgegroeid in de jaren zestig, hebben vooral Rutger ('We gaan') Hauer voor ogen.

NIETS herinnert hier op het pad nog aan Floris - behalve de naam van het pad zelf. De Vecht is nog steeds een mooie rivier, maar de coulissen zijn aangelegd in latere eeuwen. Buitenplaatsen, theepriëlen, het onverwacht fraaie Loenen, schapen in de wei tegenover boerderij Herderslust. Maar waar is Floris?

De makers van dit lange-afstand-pad dwingen ons even voorbij Loenen van de Vecht af. We moeten oostwaarts, dwars door het water van de Wijde Blik, over de fraaie Alambertskade, richting Oud-Loosdrecht. En dan over het Oppad, een oud kerkepad door weilanden en een moeras. We begrijpen de makers van het pad wel, ze willen ons het landschap van Floris laten zien - dus gaat het langs de trilvenen van de Kromme Rade.

Maar daarna is het weer het asfalt van 's-Graveland - Houd 's-Graveland dag en nacht geopend, meldt een affiche. Kan een dorp gesloten worden? Voor Ankeveen gaan we linksaf, over het Bergse pad, een van de mooiste voetpaden van Nederland, aldus Natuurmonumenten, temidden van een petgatenlandschap, dat ontstaan is door eeuwenlange turfwinning. Hier wordt in goede winters drie dagen achtereen geschaatst door marathonschaatsers, nu groeien er de gele plompen, de lisdodde en de moerasspirea.

Aan het einde van het schelpen-pad wordt versgerookte paling aangeboden. Weer verder kruisen we het Waterlandpad, en mogen we over een dijk opnieuw naar de Vecht van Floris. Het is dan nog een stevig stuk wandelen richting Muiderberg. Over de A 1, met zijn carpoolstrook ('Bij pech blijf in auto; hulp komt') naar de Hakkelaarsbrug, waar ooit de Gooise Moordenaar, de stoomtram uit Amsterdam, reed. Floris is nu bijna thuis, links zijn de kantelen van zijn slot al te zien.

De finale van de wandeling is geschreven als een slechte thriller. Eerst de moord, dán pas het kasteel. De plek des onheils: in het fietspad is een rode tegel geplaatst, met een kruis en het jaartal 1296. Hier moet vooral Gerard van Velzen hebben toegeslagen, toen de gevangen Floris vanuit het Muiderslot door de edelen werd weggevoerd.

Wilden ze hem naar Engeland brengen? We weten het niet, maar nadat de edelen met Floris in het nauw waren gebracht door boeren die hun graaf wilden ontzetten, werd hij op 27 juni met zwaardslagen vermoord: 'So diepe ende so vele wonden.' Hij zal wel meteen dood zijn geweest (treurende boeren zouden nog lappen in zijn bloed hebben gedrenkt, als relikwie), maar volgens sommige overleveringen is hij nog naar een kapel in Muiderberg gebracht, waar hij bij een grote zwerfsteen de laatste ademtocht uitblies. De steen ligt in de schaduw van een onlangs opnieuw geplante Florisboom.

We hebben de moord (of was het doodslag?) gehad, maar het mooiste stuk van de wandeling volgt nog, over de Zuiderzeedijk naar het Muiderslot. Jac. P. Thijsse was er in zijn Langs de Zuiderzee-album al lyrisch over: 'Misschien prijs ik dezen hoek wel te veel, maar ik kan ook niet vergeten, hoe ik als aankomende jongen hier altijd ronddwaalde, en ook, hoe heerlijk het was, om als je uren gedwaald had door moerassen en langs dijken, dan aan te komen op den vasten heuvel van Muiderberg.'

Dat geldt nog steeds, al probeert het sluipverkeer van de A 1 op het dijkweggetje links het beeld uit 1915 hardnekkig te wissen. Rechts ligt Pampus, op de dijk zelf zijn keurige overstapjes voor de wandelaars aangelegd, boven het water jagen Hollandse wolken. Het Muiderslot oogt als een kasteel uit een jongensboek. In de dagen van Floris (hij stichtte het in 1280) zal het er anders hebben uitgezien.

De wandelaar kan niet rechtstreeks bij het kasteel komen, hij moet linksaf een klein kringeldijkje op, en eindigt dan in Muiden bij enkele rommelige schuurtjes, waar tamme konijnen en wat kippen scharrelen. In de Naarderstraat huist smid Jan Melis: 'Zolang er paarden bestaan, zal ik er hoefijzers onder slaan.' Vuur schiet van het aambeeld omhoog.

Net voor de Grote Zeesluizen in de Vecht ligt links Eethuys-Café Graaf Floris de V, dat Biefstuk MCCXCVI, kipfilet P. C. Hooft en Coupe Florissant aanbiedt.

Op de binnenplaats van het Muiderslot wordt ondertussen die arme Floris door de lokale amateur-toneelvereniging opnieuw vermoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden