De kroon op het werk

Succes heeft altijd een hoop vaders, maar de wereldtitel van het Nederlands honkbalteam heeft opa's. Herman Beidschat en Hudson John (beiden 71 jaar) tilden de sport een halve eeuw geleden naar grote hoogten.

Met de verhuizing uit Haarlem vier jaar geleden dacht Herman Beidschat zijn sportieve verleden ook in letterlijke zin achter zich te laten. Zijn vrouw wilde graag naar het oosten des lands verhuizen. Beidschat stelde drie voorwaarden aan de nieuwe buurt, te weten: sportschool, ziekenhuis en golfbaan. Geen honkbalveld? Nee, die tijd had hij gehad.


Herman Beidschat is een springlevende senior van 71 jaar die nog elke dag zijn spieren staalt in de sportschool. Meer dan dat is zijn naam voor eeuwig verbonden aan het Nederlandse honkbal. Een halve eeuw geleden was hij de befaamde pitcher van de niet minder befaamde Haarlem Nicols.


Hij en zijn vrouw zijn terechtgekomen in een buitenwijk van Winterswijk en het toeval, of misschien was het wel het lot, heeft gewild dat er om de hoek van de straat een honkbalveld ligt.


Het oogt er op deze troosteloze dinsdagmiddag als het Field of Dreams in de gelijknamige honkbalfilm. Daarin verandert hoofdrolspeler Kevin Costner zijn korenveld in een honkbalveld opdat het verleden tot leven kan komen. Vervolgens keren de Chicago Black Sox terug uit het hiernamaals om in de achtertuin van Costner een balletje te meppen.


Zodra Hickory, de honkbalclub van Winterswijk, in de gaten had dat er een levende legende om de hoek woonde, werd hij meteen overgehaald trainer te worden.


Van het een kwam het ander en nu kun je de legende op een willekeurige dag een balletje zien werpen naar scholieren.


Herman Beidschat doet er aanvankelijk een beetje brommerig over, maar echt lang kan hij zijn enthousiasme niet in bedwang houden.


'Staan ze als een houten klaas op de bal te wachten met de knuppel in hun hand. Dan zeg ik: jullie moeten wel met jullie kont schudden. Dat hoort ook bij honkbal. Ik zorg voor discomuziek en daarna vraag ik de juf of ze even met haar kont wil schudden. Het is stug volk, de Achterhoekers, maar dan komen ze wel los.'


Honkbal heeft zich in Nederland altijd in de Randstad afgespeeld. Niet voor niets komen alle hoofdklassers uit het westen. Honkbal is een sport met poeha en daar is de rest van het land doorgaans niet van gediend.


Toch is Herman Beidschat, zonder het te beseffen, met zijn verhuizing teruggekeerd naar de bakermat. Dat beweert althans sporthistoricus Jurryt van de Vooren. Op zoek naar de oudste vermelding van honkbal kwam hij terecht in Doetinchem. Het is het verslag van een bijeenkomst van de korfbalbond in 1905, waarop bezorgd wordt vastgesteld dat korfbal het in de regio Doetinchem moet afleggen tegen honkbal.


Maar in de eerste decennia wil het niet bepaald vlotten met honkbal. Dat gebeurt pas na afloop van de Tweede Wereldoorlog wanneer de bevrijders hun favoriete vrijetijdsbesteding mee naar Nederland nemen.


Honkbal is zelfs belangrijk genoeg om onderdeel te zijn van de Marshallhulp, het economische noodplan voor Europa. Een scheepslading met knuppels, handschoenen en ballen wordt in Nederland afgeleverd.


Herman Beidschat speelt honkbal voor het eerst op een aanpalend weilandje, met andere kinderen uit de Amsterdamse wijk Watergraafsmeer. 'Als een voetbal lek was, haalden we de binnenbal er uit en gebruikten de buitenbal als handschoen.'


Eigenlijk is hij voorbestemd om een groot voetballer te worden. 'Ik was 16 jaar en ik stond op de nominatie om ingelijfd te worden door Ajax, maar toen brak ik mijn been.'


Hij blijkt een natuurtalent als pitcher. Beidschat: 'Ik kon een harde, zuivere bal gooien, beter dan alle jongetjes die al jaren honkbalden. Niks aangeleerds. Gewoon een harde, zuivere bal. Daar begint het mee.' Hij wordt lid van VVGA, maar is een paar jaar later al goed genoeg voor Haarlem Nicols, een fusieclub die aan het begin van iets moois staat.


******

Het wordt 1964. Hudson John komt aan in de haven van Rotterdam. Hij was een paar jaar op zee, maar heeft andere Arubanen horen praten over het goede leven in Nederland. 'Ik dacht bij mezelf: dat wil ik ook meemaken.'


Hudson John, die aan de slag gaat op een scheepswerf in de Waalhaven, reist met bus en tram van Katendrecht naar Spangen. Bijna vijftig jaar later kan hij de route nog zo uittekenen. 'Dat was nog een onderneming, hoor. Heel anders dan nu.'


Sparta is een van de sportclubs die voetbal en honkbal combineren. Het draagt in belangrijke mate bij aan de populariteit van de sport. Wie 's winters voetbalt, gaat in de zomer honkballen. Johan Neeskens en Johan Cruijff blinken in beide sporten uit.


John treft bij Sparta twee andere Antillianen: Hamilton Richardson en Simon Arindell. Een oefenwedstrijd tegen het Belgische Luchtbal wordt zijn krachtproef. Hudson John, ook 71 jaar oud, gaat er na al die jaren nog altijd van giechelen. 'Hoe dat ging? Dat moet je de pitcher van de tegenpartij maar vragen. Ik sloeg die bal twee keer het veld uit. Ze waren bij Sparta weg van me. Ik was het ontbrekende puzzelstukje zeiden ze.'


Zoals de Surinamers een exotische attractie in het voetbal zijn, zo fleuren de Antillianen het honkbal op.


Hudson John honkbalt al van jongsaf aan. De lucratieve olieraffinaderij lokt na de Tweede Wereldoorlog een flink aantal Amerikanen naar Aruba. De vrije tijd wordt besteed aan honkbal en cricket. Hudson John is vooral dol op honkbal. Aanvankelijk is hij catcher om als verrevelder te eindigen. Zijn talent ontplooit zich vooral aan slag. 'Ik had er voordeel van dat ik catcher was geweest. Ik had geleerd de curve van een bal te lezen.'


Maar een slagman moet het vooral van zijn mentaliteit hebben, zegt John. 'Als ik die knuppel in mijn handen had, dacht ik bij mezelf maar één ding: ik ga er niet af met drie slag. Het maakt me niet uit waar die bal naartoe gaat, maar ik zal hem raken.' Hudson John is een zogenoemde clean-uphitter, de man die de honken schoon veegt.


Slaan begint voor Hudson John ruim van tevoren. 'Op vrijdagavond had je de talkshow van Willem Duys op de televisie. Ik zat dan in mijn stoel met een honkbal in mijn hand en naast de stoel lag een honkbalknuppel. In gedachten was ik al helemaal bij de wedstrijd, bij het moment dat ik aan slag zou komen.'


In het honkbal valt het Koninkrijk der Nederlanden in tweeën uiteen. De oorspronkelijke bewoners zijn over het algemeen op hun best in het veld. De overzeese gebiedsdelen delen de klappen uit.


Honkbal is in de jaren zestig een populaire sport. Trekt een competitiewedstrijd nu een paar honderd toeschouwers, in die tijd zijn dat er een paar duizend. Ook de televisie besteedt er veel meer aandacht aan.


Sparta en Haarlem Nicols zijn jarenlang elkaars rivalen in de strijd om de titel. Nicols heeft Herman Beidschat, Sparta heeft de Antilliaanse hardhitters die hem achtereenvolgens op de proef stellen.


Dat wordt Beidschat wel eens te veel. 'Ik heb wel eens bewust op het lichaam gegooid. Kregen ze een vrije loop naar het eerste honk, maar alles beter dan zo'n klap waaruit gescoord kon worden. Hamilton Richardson is een keer woedend op me afgestormd toen ik hem dat had geflikt.'


Is er sprake van discriminatie in die tijd? Nee, zegt Beidschat. Er is wel eens wrevel als Antillianen de meerderheid vormen in de nationale selectie en Papiamento de voertaal dreigt te worden. Er worden wel eens grappen gemaakt die nu ongepast heten te zijn. Waarom lopen Antilliaanse honkballers zo snel? Omdat er een banaan op het tweede honk ligt. Volgens Beidschat is het de humor van sportmannen onder elkaar.


Maar Hudson John laat de vraag over racisme een tijdje boven de tafel hangen in het Haagse café waar we hebben afgesproken. Na enig aandringen zegt hij: 'Wat deze jongens de afgelopen weken in Panama hebben gepresteerd, maakt voor mij alles goed. Elke insider weet dan wel wat ik bedoel.'


Veel van de Antilliaanse honkballers die hun bijdrage leverden aan de Nederlandse wereldtitel, maken hun talent te gelde in de Verenigde Staten. Hudson John is altijd in Nederland gebleven. Na zijn huwelijk verhuist hij naar Den Haag. Tot op gevorderde leeftijd speelt hij voor lokale clubs, het laatst bij Celeritas.


Herman Beidschat kan in 1959 dankzij een stimuleringsfonds voor jonge sporters op stage bij Pittsburgh Pirates, wereldkampioen van de clubteams. Hij krijgt een contract aangeboden, maar tekent niet. 'Het was nog de tijd van de rassenscheiding. Je had witte contracten en zwarte contracten. Zwarte spelers kregen minder aangeboden. Ik kwam er achter dat ze mij ook wilden afschepen en daar had ik geen zin in.'


In Nederland worden honkballers in de jaren zestig slechts incidenteel betaald. Sparta biedt Beidschat een baan aan als voetbaltrainer, maar Nicols overtreft dat met een nog betere betrekking. Later komt hij vanwege het geld nog terecht bij Schoten, een Haarlemse rivaal. Maar met het faillissement van de geldschieter levert hem dat uiteindelijk niets op. Herman Beidschat honkbalt tot z'n 39ste, het laatst bij het eveneens Haarlemse Kinheim.


Op verzoek van Hamilton Richardson, dan assistent-coach van het Nederlands honkbalteam, laat hij zich nog één keer verleiden mee te gaan naar een wereldkampioenschap. Beidschat ergert zich wild aan de mentaliteit van zijn jonge teamgenoten. Dat is volgens hem ook het grote verschil met deze generatie.


Volgens John en Beidschat is Robert Eenhoorn de architect van het huidige succes. Eenhoorn is technisch directeur bij de bond. Als oud-speler van New York Yankees geniet hij zoveel aanzien in Amerika dat hij de juiste spelers bereid kan vinden het nationaal belang te dienen.


Met een select gezelschap uit de eigen competitie werd de afgelopen jaren een geheel gesmeed dat in Panama de vruchten plukte van een jarenlange samenwerking.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden