De kroning zonder woning

Ze keerden zich in de jaren tachtig tegen speculanten. De kroningsdag in 1980 was een fel betoog tegen de leegstand. Hoe kijken de krakers van toen terug op die tijd en hoe wonen zij nu?

INTERVIEWSDE KRAKERS VAN 1980 - Het is een ver- dachtmaking die veel krakers van toen, degenen die op 30 april 1980 te midden van het kroningsoproer zaten, is blijven achtervolgen: dat ze toch maar mooi geland zijn, in en rond het centrum van Amsterdam. Een koevoet tussen de deur, beddenspiralen en matrasjes mee en een plek op een A-locatie was veilig gesteld. Wie maar lang genoeg is blijven zitten, betaalt vandaag de dag vriendelijke huurtarieven, voorheen activisten kochten panden voor een zacht prijsje en deden ze enkele jaren later voor een veelvoud van de hand.


Klopt de insinuatie? Historicus Kees Wouters, destijds een van de spilfiguren in de radicale groepering de Autonomen uit de Staatsliedenbuurt: 'Ik kende destijds vooral minimumlijders. En dat zijn eigenlijk allemaal minimumlijders gebleven.' Filmmaker Annegriet Wietsma woonde tot 1995 in het gekraakte Handelsbladgebouw en verhuisde vervolgens naar het KNSM-eiland. 'Het leven van de krakers is ook doorgegaan. Sommigen hebben geprofiteerd van de ontwikkelingen op de woningmarkt, anderen niet.'


Bij woningcorporaties valt makkelijker wat onderbouwing voor de aantijging op te tekenen. Dat de krakers het vrijwel altijd hebben gemunt op plekken in de binnenstad, bijvoorbeeld, en niet in Zuid-Oost - het suggereert idealisme met opportunistische trekjes. Een woordvoerder van Stichting Stadgenoot: 'Het kostte wat tijd en aanpassingen, maar daarna zaten ze er warmpjes bij.' Wie langs reguliere weg aan een woning wilde komen, moest geduld hebben. Eind jaren zeventig stonden in Amsterdam 54duizend woningzoekenden geregistreerd. De wachttijd was zeven jaar. Het aantal krakers wordt geschat op zevenduizend.


Socioloog Eric Duivenvoorden, die verschillende publicaties over de kraakbeweging op zijn naam heeft staan, stelt vast dat er sprake is van 'enige beloning' in de woonloopbaan. 'Maar dat beeld moet niet worden overtrokken. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar het gros was ten tijde van de explosie op de woningmarkt geen huiseigenaar en is het ook nooit geworden.'


De verkoop van de kantine op het KNSM-eiland wordt veelal aangehaald als voorbeeld van verwaterd idealisme. Een groep krakers en kunstenaars kon het gebouw aankopen voor 1 gulden. Toen het antispeculatiebeding afliep, behaalden enkele eigenaren grote winsten met de verkoop. Bewoners beklemtonen dat ze destijds veel geld en energie hebben gestoken in het bewoonbaar maken van de eenheden. Beeldend kunstenaar Marjan Verkerk: 'Dat het gebied later heel gewild werd, is niet onze schuld.'


Duivenvoorden vindt het te rechtvaardigen dat de krakers enig profijt hebben gehad van hun acties. Mede als gevolg daarvan kwam er een volkshuisvestingsbeleid voor jongeren tot stand, betaalbare woonruimte voor één- en tweepersoonshuishoudens en woongroepen. In de binnensteden verloren huisjesmelkers terrein aan de corporaties. Ter verder verweer: kraken kostte ook geld. Annegriet Wietsma: 'Er woonden meer dan tachtig mensen in het Handelsbladgebouw. Onderling inden we gewoon huurpenningen.'


Niet iedereen uit de kraakbeweging van 1980 was bereid in deze krant de wooncarrière uit de doeken te doen. De argumenten liepen uiteen, maar geheimzinnigheid over de uiteindelijke bestemming speelde in de afwijzingen geen rol. Het varieerde van 'geen zin in', 'geen belang bij', tot'waarom moet het wéér over de rellen gaan?' Theo van der Giessen, toenmalig voorman van de Autonomen, schrijft in een e-mail: 'De collectiviteit was de belangrijkste basis. Ik heb er moeite mee in zo'n persoonlijke setting mee te werken.' Geen misvatting: hij woont in een kleine arbeiderswoning aan de Marnixstraat - en verblijft geregeld op Curaçao.


Acteur Frans de Wit woont nog altijd in een grachtenpand dat hij in 1981 kraakte. 'Dankzij de krakers is dit nog sociale huur. Voor de rest wonen hier alleen maar poenscheppers. Nu wil iedereen graag in een loft wonen. Toen waren het nog pakhuizen. Daar wilde echt niemand in.' Annegriet Wietsma: 'In de jaren zeventig was de vervallen binnensteden slopen het devies. Het is mede de verdienste van de kraakbeweging dat dat proces is gestopt. Daar ben ik nog altijd bijzonder trots op.'


Kees Wouters(56) historicus, Breda


30 april 1980


'Ik vond het een prachtige dag. Dit was een uiting van een heel groot ongenoegen. We stonden bij het Rembrandtplein klaar met stenen om terugkerende ME-wagens te bekogelen. Uit medelijden hebben we het niet gedaan, zo gehavend was die stoet. Alle ruiten lagen eruit, de politie oogde verslagen. Op het Rokin golfde het front heen en weer. Tussendoor dronken we nog een pilsje bij Schiller op het Rembrandtplein en we proostten op het resultaat.'


'In Amsterdam was ik in 1978 in een leeg pand in de Staatsliedenbuurt getrokken, in de Van Boetzelaerstraat. Dat lag vol met vuilniszakken. Er zaten niet eens vloeren in. Theo van der Giessen was mijn buurman. Hij was al een bekende figuur. Als er ergens werd gekraakt, ging hij erop af met zijn brommer om zijn hulp aan te bieden en de knokploegen te snel af te zijn. Ik kwam uit het Bredaas Kamer Kollektief, een radicale actiegroep. We trokken samen op, als de Autonomen. Ik was van de pamfletten, de leuzen. Het recht van de sterkste is het recht van de zwakste. Iedere woningzoekende is even urgent. Het ging verder dan verzet tegen speculatie en leegstand. We wilden niet alleen de straat, we wilden alles. Recht op basisinkomen, de macht aan de buurt. Noem het anarchie, als je er een stempel op wilt plakken.


'Een kleine groep van ons in de Staatsliedenbuurt was rancuneus geworden, destructief zelfs.


'Ik heb nooit begrepen waarom die woede bleef. Ik ben gaan studeren. Ik herinner me die periode vooral als een tijd van zang en dans. Ik speelde in het Jazz Turbo Kwintet, we gingen uit in Richter. En ik had een leuke vriendin, dat helpt enorm.


'Ik heb veel aan het pand gedaan. Vloeren gelegd, gestuct, gestut, de bovenetage erbij getrokken. De ruimte eronder heb ik nog vol gestort met wit zand dat we bij de Hemweg haalden. Het wemelde van de ratten. Als je een klem zette, hoorde je steevast na een paar seconden een klik.


'Eind jaren tachtig is de woningbouwvereniging met de renovatie begonnen en kregen we een wisselwoning in de Spaarndammerbuurt. We hadden inmiddels een dochter gekregen en we wilden niet terug naar de Staatsliedenbuurt. Daar had toch de verloedering weer toegeslagen, je kon er 's avonds na zeven uur niet meer over straat. We hebben ons spaargeld gestoken in een dijkhuisje in Nieuwendijk, onder Gorinchem. Maar ja, de enige school daar was de School met de Bijbel. Het werd vervolgens Breda, ook al omdat mijn vrouw in Etten-Leur kon gaan werken. Daar zijn we intussen drie keer verhuisd. Ik woon nu alleen, de kinderen zijn de deur uit.


'Amsterdam is wel mijn stad gebleven, ook al is het een brave, hardwerkende gemeenschap geworden. Maar ik mis de vrijplaatsen, de spelonken.'


30 april 2013


'Ik denk dat ik naar Amsterdam ga. Koninginnedag daar is voor mij toch altijd weer een van de hoogtepunten in het jaar.'


Annegriet Wietsma (54) filmmaker, KNSM-eiland, Amsterdam


30 april 1980


'Ik vond het een zwarte dag. Er was een demonstratie georganiseerd. Een idioot idee, vond ik. We hadden niks tegen het koningshuis, we verzetten ons tegen het volkshuisvestingsbeleid, speculatie en leegstand. Ik zag zo veel relschoppers die niks met het kraken te maken hadden. Er is me één beeld bijgebleven: een violist die op een verkeerszuil stond te spelen, terwijl om hem heen de ruiten sneuvelden en kraampjes omvielen.'


'Ik was voor mijn doctoraal sociale pedagogiek naar Amsterdam verhuisd en via via hoorde ik dat de krakers van het Handelsbladgebouw anderen zochten om het gebouw bewoonbaar te maken. Ik ben er pas ingetrokken toen ik een waterleiding had aangelegd. Het ging me te ver dat je 's ochtends niet eens je gezicht kon wassen.


'Er woonden 86 mensen in woongroepen. Ik bewaar er prachtige herinneringen aan. Vergaderen met z'n twintigen of dertigen in het donker, dekens omgeslagen tegen de kou. Als er op een verdieping muren moesten worden opgetrokken, vormden we een keten naar boven om de stenen door te geven. Ik heb op het dak de schoorsteen staan vegen. Ik heb met een slijptol sleuven in de achtergevel gemaakt. Ik kon ineens álles!


'Het heeft mijn maatschappelijke carrière vertraagd, maar mijn geestelijke ontwikkeling versneld. Die tijd heeft mijn levenshouding bepaald. Ik ambieer geen materiële welvaart, maar richt me op geestelijk welzijn.


'We hebben het pand wind- en waterdicht gemaakt en brandveilig, in 1986 heeft de woningcorporatie het ingrijpend laten verbouwen. In 1995 zijn we er weggegaan, met pijn in het hart. De kinderen zijn er geboren, maar voor hen was het geen prettige plek. Je kon ze niet buiten op de stoep laten spelen, je moest altijd met ze naar het Vondelpark.


'We zijn naar het KNSM-eiland verhuisd. Een groep krakers had daar het pand 'Het einde van de wereld' verlaten, met de toezegging dat er een plek zou komen voor alternatieve woonvormen. Dat is Wladiwostok geworden, al is het plan al tijdens de ontwikkeling behoorlijk verwaterd. Er zijn nog wel gemeenschappelijke voorzieningen: een plek voor de kinderen, een sportzaal, een klusruimte en een huiskamer en we onderhouden samen de tuin. We hebben een duowoning, waar we als partners toch een eigen plek hebben. We voelen ons hier goed, we hebben enkele maanden geleden het huis gekocht.'


30 april 2013


'Ik ga genieten van de stad. Het is een van mijn favoriete dagen in het jaar. Naar het terras, langs vrienden slenteren.'


Frans de Wit(55) acteur, Nieuwmarkt, Amsterdam


30 april 1980


'Ik woonde nog op een zolderkamertje in Utrecht, maar die dag ben ik naar Amsterdam gegaan, naar vrienden die Kras B. hadden gekraakt. Dat was een van de lege pakhuizen achter hotel Kras-napolsky. We hadden geen zin in demonstraties. Opgelegd pandoer was het. Tegen rellen geen bezwaar, hoor. Bij de ontruiming van de Vondelstraat, enkele maanden eerder, ben ik samen met een andere jongen op een tank geklommen; hier heb je nog een foto, dat ben ik, met een bromfietshelm op. Die tank reed met ons erop in op een barricade. Dat was wel link. Een meisje gilde dat ik eraf moest springen. Dan kon ze tenminste weer stenen gooien.'


'In Utrecht zat ik al in de kraakbeweging, maar in vergelijking met Amsterdam was dat erg marginaal. Toen ik Kras B. betrok, zaten we er met z'n veertienen. Krasnapolsky tolereerde het. Ze kregen er ook iets voor terug, wij voorkwamen dat de boel instortte. Hooguit was er een kleine kans op brand, we stookten op hout. Het was een creatieve tijd. Er was geen werk, er was niet eens zicht op werk, dus je ging je eigen weg. Ik speelde in Frenz Fried & The Frimo's. Ik kon niks, dus ging ik zingen. Het was de eerste crossover tussen sixties en punk.


'Na anderhalf jaar ben ik weggegaan. Er ontstond gezeur. Wie op olie stookte, wilde niet meebetalen aan houtzagen - dat soort dingen. In november 1981 heb ik dit hier gekraakt. Het stond al veertien jaar leeg. Het pand was van een aannemer, maar die ging failliet. De nieuwe eigenaar, een makelaar, stuurde meteen twee kerels op ons af om te praten over een huurcontract. Later zag ik hun foto's terug in de krant. Het waren Frans Meijer en Cor van Hout, twee Heineken-ontvoerders. Contracten zijn er nooit getekend. Er kwamen nieuwe eigenaren en intussen had ik het min of meer bewoonbaar gemaakt door er vloeren in te leggen, nieuwe plafonds, een keuken en een badkamer met ligbad. In 1992 werd het pand onteigend. Er lagen allerlei aanschrijvingen op van de dienst woningtoezicht. Dit pand was een beeldondersteunend monument, maar het dreigde voorover te zakken. Het is toen snel gerenoveerd.


'Sinds 1984 heb ik me minder met de kraakbeweging bemoeid. In de Staatsliedenbuurt was een politieke vleugel ontstaan. Dat ging veel verder dan kraken. Lui met grote bekken. Er werden zelfs andere krakers uit huis gezet als ze niet actief genoeg waren. Een naar sfeertje.


'Ik heb nooit de behoefte gevoeld hier weg te gaan. Ik woon aan de breedste gracht van Amsterdam. Ik betaal 380 euro voor 50 vierkante meter en drie kamers. Dat zal wel omhoog gaan als ik vertrek. Maar dat ben ik niet van plan.'


30 april 2013


'Ik blijf binnen. Ik heb een hekel aan al die provincialen die de stad overspoelen en denken dat alles mag.'


Marjan Verkerk (56) beeldend kunstenaar, KNSM-eiland, Amsterdam


30 april 1980


'Ik weet het niet meer. Ik studeerde toen aan de kunstacademie in Arnhem. We waren erg met onszelf bezig.'


'In '81 zijn mijn vriend en ik terug naar Amsterdam gegaan. We kregen een tip dat er aan de Bloemgracht een groot pand leeg stond. We zochten een plek met veel ruimte. Ik heb een atelier nodig en mijn vriend is muzikant. De woning was al uitgebroken. De schoorsteen was eraf gehaald, met de bedoeling dat het van binnenuit zou wegrotten. We hebben er tien jaar tegen een kleine vergoeding gewoond. Het is wel acht keer van eigenaar verwisseld. De laatste koper was het hotel naast ons. Dat heeft netjes gewacht tot we konden vertrekken.


'De kantine van de KNSM was al eind jaren zeventig gekraakt. Het eiland was één grote blubberzooi. Kunstenaars gebruikten het gebouw als werkruimte. Twee van hen woonden er, om het pand te beschermen tegen stadsnomaden. Er werden ruiten ingegooid, er was al een paar keer brand gesticht.


'Wij konden het met andere kunstenaars in 1991 voor 1 gulden overnemen van de gemeente. Iedereen was er wel van overtuigd dat dit een markant gebouw was, zo'n constructie op palen. De voorwaarde was dat het tien jaar niet mocht worden doorverkocht. Iedere bewoner heeft er 30 duizend gulden ingestoken om gezamenlijk het casco aan te passen. De zaal is in acht eenheden verdeeld, er zijn trappen geplaatst, de airco is verwijderd. We hebben er met z'n allen zes maanden fulltime aan gewerkt. Toen moesten we nog onze eigen woning gaan inrichten.


'We hebben 200 vierkante meter tot onze beschikking, een prachtig uitzicht, het is een A-locatie. De keerzijde is dat het nooit klaar is. De onderhoudskosten zijn hoog, er zit veel ijzer in het pand, dat roest. De stookkosten zijn enorm, het is hier meer dan 6 meter hoog. In de winter is het ijskoud, 's zomers ploffen we van de hitte onder het platte dak. De erfpacht is hoog. We hebben een hypotheek afgesloten om hier te kunnen blijven wonen.


'Toen iemand het kort na die tien jaar verkocht, werd er beschuldigend naar ons gewezen. Zie je wel, het zijn net zo goed speculanten. Er is zelfs een bedrag van 1 miljoen genoemd. Wat een onzin. Het laatste pand dat is verkocht, járen later, heeft 4,5 ton opgebracht. Het raakt me, dat soort aantijgingen. Onderschat niet wat het aan energie, tijd en geld heeft gekost om het gebouw overeind te houden.


'We zijn nog de enigen die hier vanaf het begin wonen. De anderen hadden hun redenen om te vertrekken. Sommigen konden de kosten niet meer opbrengen, een ander verhuisde wegens de liefde. Maar even cashen, nee. Ik weet dat ze allemaal hier graag zouden terugkeren. Wist je dat het sinds kort op de monumentenlijst staat?'


30 april 2013


'Ze komen hier langs. Het benauwt me, die veiligheidsmaatregelen. Ik ga er vandoor, denk ik. Met de hond de natuur in.'


Carel Kraayenhof (54),


bandoneonist, Noord-Beemster


30 april 1980


'Ik woonde destijds in de Da Costastraat. Ik heb meegedaan aan kraakacties, in Amsterdam en erbuiten, maar ik ben nooit een stenengooier geweest. Ik was een softie.'


'In 1976 ben ik filosofie gaan studeren in Amsterdam. Daar ging het al gauw over de rechtsstaat. De werkelijkheid, vonden we, lag niet in de collegebanken, maar op straat. Ik raakte betrokken bij veel antibewegingen. Antikernenergie, anti-atoomwapens, antimilitarisme. Kraken hoorde erbij. Ik kon me er niet toe zetten in zo'n pand te gaan wonen. Iets bezitten was heel ingewikkeld. Ik had een piano, waarop ik al vanaf mijn 8ste speelde, ik speelde trekharmonica. Mijn instrumenten zouden niet veilig zijn.


'In 1985 ben ik verhuisd naar het vroegere kraakpand 't Speculaatje. Dat was gelegaliseerd, er zat een woongroep van zeven personen. Door de muziek ben ik gaan reizen, dat verruimt je blik. Ik was niet alleen maar bezig met waar ik tegen moest zijn. Toen ik in 2002 speelde bij het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima, kreeg ik het nog vaak op m'n brood: waar is de linkse activist gebleven? Ik zat helemaal niet in hoffelijke kring. Máxima wilde graag een bandoneon tijdens de plechtigheid, en Ed Spanjaard, de dirigent, zei dat hij maar één speler in Nederland kende.


'Ik was toen al weg uit de stad. Mijn vrouw en ik zijn naar de Beemster gegaan, we delen hier een huis met haar ouders. Ik hou van de open ruimten. Die eindeloze weiden hier inspireren me. Het zijn onze pampa's.'


30 april 2013


'Ik werk mee aan de uitvoering van het Koningslied in Ahoy in Rotterdam. Dan moet ik meteen door naar Den Haag, waar ik met het Residentie Orkest mijn Suite Compasión zal spelen.'


Gusta van Eijk (53) ontwerpster Paul Dams (54) timmerman Keizersgracht, Amsterdam


30 april 1980


Paul: 'Ik ben niet zo van het geweld. In 1982 deed ik wel mee, toen heb ik bij de ontruiming van de Lucky Luijk met anderen een ME-busje van de marechaussee omgekieperd. Ik moest 27 duizend gulden schadevergoeding betalen. Ik was herkend, ik was de enige die geen bivakmuts droeg. Dat bedrag is met een gezamenlijke actie bij elkaar gebracht.


Gusta: 'Ik was altijd doodsbang bij rellen, ik stond het liefst achteraan.'


Paul: 'Ik woonde in de Grote Wetering, tegenover het Rijksmuseum. Daar zaten we met ruim dertig man. Dat was een snelcursus leven.


Gusta: 'Ik zat in een kraakpand aan de Sint Antoniebreestraat. Ik hield van de subcultuur. Eigen cafeetjes, werkplaatsen, muziek, straattheater.'


Paul: 'Eind 1980 werd de Grote Wetering ontruimd. Ik heb daarna nog in twee kraakpanden gezeten. Begin jaren negentig ben ik bij Gusta ingetrokken, aan de Keizersgracht.'


Gusta: 'Dit pand stond al twaalf jaar leeg, we waren met z'n vijven, je hoefde alleen een hangslot te forceren. De eigenaar, hij woonde ernaast, was niet blij, maar hij zei wel dat we elkaar moesten blijven groeten. Al dertig jaar zitten we met meerdere mensen in één huis. Op stand ja, maar eigenlijk vind ik de grachtengordel niet zo'n leuke buurt. Iedereen is erg met zichzelf en de carrière bezig. Maar de huur hier is laag. Zo werkt het systeem nu eenmaal. Als je ergens lang blijft zitten, woon je goedkoop.'


Paul: ' De erfgenamen van de eigenaar gaan het pand verkopen. Misschien komen er luxe appartementen in, of een hotelletje.'


Gusta: 'We moeten er binnenkort uit, iets anders zoeken. Terug in de tijd. Een oude school, dat zou leuk zijn.'


30 april 2013


'We organiseren onze eigen feestje, op de NDSM-werf.'


NEWYORKLONDONPARIS

Karen Bird (63) Zuccotti-park ligt op het zuidelijke puntje van Manhattan, waar het met een Nederlandse handelspost allemaal begon voor New York. Wat weet men hier nog van Nederland en zijn vorstin? Vermoedelijk weinig. Maar wat blijkt? Amerikanen verrassen altijd weer.


Wie is dit? Karen Bird, gepensioneerd IT-specialist, denkt even na, maar dan zegt ze: 'Beatrix. Haar zoon is haar opgevolgd.' De zwarte mevrouw uit Philadelphia is helemaal bij, sterker nog: ze loopt op de zaken vooruit. 'O, gebeurt dat pas komende week?'


Spontaan vertelt ze over Willem III van Oranje, die met zijn Maria op de Engelse troon zat. Ongevraagd levert ze er de jaartallen bij: 'De 17de eeuw.' Bird is de tweede aan wie de foto wordt voorgelegd en het is meteen een voltreffer. Een score van 50 procent in een land zonder royalty. 'Beatrix was geliefd, geloof ik. De Oranjes regeren al zo lang, niemand wil ervan af. Sommige Europeanen willen geen democraten zijn.' Ze roemt Beatrix' stijlvolle kleding. 'I lóve that. Die elegante hoed...' Arie Elshout


NEWYORKLONDONPARIS

Allan Massie (74) De schrijver en literair criticus van weekblad The Spectator loopt met hoed en sigaar door Covent Garden.


'Dat is de Nederlandse koningin. Beatrix. Ze doet komende week afstand van de troon.


'Haar moeder is Juliana en grootmoeder Wilhelmina. Tot zover reikt mijn kennis van de moderne Oranjes. Het Nederlandse koningshuis is wat minder formeel dan het onze. Het wordt hier niet voor niets the Cycling Monarchy genoemd. PvIJ


NEWYORKLONDONPARIS

Glenn Territo (56) Op een bankje zit vastgoedman Glenn Territo, voorovergebogen over zijn bakje eten. Hij past goed in het Wall Street decor als een van de mannen die hier in sjofele pakken en goedkope overhemden anoniem hun dagelijkse rondjes draaien in de tredmolen van het geld


De foto zegt hem niks. Hij denkt dat het een actrice is en bij elke volgende slag die hij ernaar slaat, raakt hij verder uit de kust. 'Ze is een kindsterretje geweest. Ik kan niet op haar naam komen. Ze komt uit Amerika.'


Nee, het is Beatrix, koningin van Nederland. 'Oh, ik wist niet eens dat Nederland een koningin heeft', zegt Glenn. Wel weet hij dat de Nederlanders voor omgerekend zo'n twintig dollar Manhattan van de indianen kochten, om het vervolgens aan de Engelsen af te staan. Niet handig, aldus Glenn. AE


NEWYORKLONDONPARIS

Angus Maitland (66) is consultant in de Britse hoofdstad. We treffen haar bij het beeld van Agatha Christie, hartje Londen.


'Deze dame is Beatrix. Ik geloof niet dat ze vaak in het nieuws is geweest, want veel weet ik niet over haar. Wel over haar man, een echte ladies man. O, sorry, was Bernhard haar vader? Ik weet verder dat jullie nieuwe koning Willem heet en een populaire vrouw heeft uit een Zuid-Amerikaans land. Ik wens het nieuwe koningskoppel veel geluk toe.' PvIJ

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden