De krekel berust op een misverstand

Terwijl u aan het einde van een warme dag in de schaduw van een cipres uitrust van de vermoeienissen van het nietsdoen, een glas koele rosé en een schoteltje olijven binnen handbereik, zwelt een hallucinerend gesjirp aan....

Ariejan Korteweg

U denkt: hoor toch eens. De krekel is de Steve Reich van het dierenrijk. Ergens, onzichtbaar voor ons maar goed te zien voor alle andere krekels, zit de krekeldirigent. Met twee van zijn zes pootjes geeft hij de andere een teken.

Ze zetten in, oefenen wat, verhogen en verlagen hun toon, maken hem scherper en vlakker, harder en zachter. Ze versnellen en vertragen totdat een pulserend geheel ontstaat dat gemaakt lijkt om de mens in een zachte staat van verdoving te brengen. Reich zou zeggen: Acoustic movement for crickets.

U denkt: zou er zoiets als een krekelgrens bestaan? Hoe zuidelijk moet ik zijn om dit te mogen horen?

Welnu, dat alles berust op een misverstand. Dat geluid, onlosmakelijk verbonden met hete dagen in de mediterrane droogte, wordt niet gemaakt door een krekel.

We danken de verwarring aan Jean de la Fontaine, schrijver van de fabel over de krekel en de mier. Of eigenlijk aan de Nederlandse vertaler van zijn verhaal. Het diertje dat bij Fontaine in de zomer danst en muziek maakt (terwijl hij eigenlijk eten voor de winter moet verzamelen), is namelijk een cigale. En een cigale, legt de Nederlandse krekelkenner Roy Kleukers uit, is een cicade en geen krekel.

De krekel komt overal voor, alleen niet op de Zuidpool; hij maakt ook geluid, maar veel bescheidener.

Dus is het de cicade die de poorten van het Zuiden opent. De cicade laat alleen van zich horen als de zon hoog aan de hemel staat, van eind juni tot begin september. Als er een buitje valt, doet hij er het zwijgen toe.

Met een boog om de Middellandse Zee loopt een onzichtbare grens. Onder die grens zingen de cicaden, erboven niet. In Frankrijk is dat een halvemaanvormig gebied, met de punten ongeveer in Narbonne en Nice. Reislustige cicaden zijn overigens al gehoord in Normandië en de voorsteden van Parijs.

Waarom de cicade zingt? Zijn geluid komt uit de bron waaruit muziek doorgaans voortkomt: vrouwtjes imponeren, concurrenten aftroeven, waarschuwen voor gevaar. Dat gevaar kan ook de gedaante van een bioloog aannemen.

De Belgische, 19de-eeuwse insectoloog Jean-Henri Fabre ging op een zondoorstoofde ochtend op cicadejacht. Na twee uur zoeken had hij vier exemplaren. Daar liet hij een recept van Aristoteles op los: frituren in de olie en dan opeten, met een mespuntje zout en een snippertje ui erbij.

Hij raadt het niemand aan. Weliswaar was in de verte een restje garnalensmaak te bespeuren. Maar een gefrituurde cicade is taai als perkament.

Ariejan Korteweg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden