De krant was koning

Ex-hoofdredacteur. Peter ter Horst zwaait af met een inktzwart jongensboek over het krantenvak. 'Als de krant er niet meer is, kan iedereen zijn gang gaan.'

ANNA VANDEN BREEMER

Als 11-jarig jongetje bracht hij de krant op de fiets langs de flatportieken van zijn Haagse volksbuurt, op zijn 16de schreef hij zijn eerste nieuwsstukje en in 2005 ging diezelfde Haagsche Courant met hem als hoofdredacteur ten onder.

Het boek De dag dat de krant viel van journalist Peter ter Horst (53) leest als een Kuifje-verhaal. Het beschrijft zijn ruim dertig jaar lange carrière, die samenviel met de hoogtijdagen van de dagbladjournalistiek en de teloorgang van de Haagsche Courant. Over hoe hij als prille journalist voor NRC Handelsblad meereisde met de Tamil Tijgers van Sri Lanka naar het beloofde Europa en Bruce Springsteen in een broeierige sportschoolkleedkamer interviewde. 'Maar op het einde stond diezelfde Kuifje te hozen op de Titanic.'

Zeven jaar geleden moest Ter Horst als hoofdredacteur van de Haagsche Courant toekijken hoe de fusie plaatsvond van een aantal regionale kranten van uitgever Wegener met het Algemeen Dagblad van (toen) PCM, de grootste fusie in de Nederlandse dagbladgeschiedenis. 'Ik vond het AD vooral een stuurloze Rotterdamse voetbalkrant, een rotkrant', zegt Ter Horst nu. De fusiekrant AD Haagse Courant 'was zijn krant niet meer', zei hij toen, en hij nam afscheid.

'Ik was opeens mijn territorium kwijt. Ik ging op de bank naar Dr. Phil kijken en te veel whisky drinken', zegt Ter Horst. 'Het is zoiets geks, hè. Een krant is er jaar in jaar uit iedere dag maar binnen een dag ook niet meer. Dan merk je dat het een doodgemepte eendagsvlieg is. En ik ben niet de laatste hoofdredacteur die dit gaat meemaken.'

Voor de komst van internet, dalende oplagecijfers en advertentie-inkomsten waren er de gouden jaren, waarin kranten en journalisten zich een onbedreigde soort waanden. Het stokpaardje van Ter Horst in zijn boek en tijdens het interview. 'De luxe die redacties zich konden veroorloven - dat kan je je nu niet meer voostellen.' Was er geen lijnvlucht beschikbaar naar een crisisgebied, dan werd er een privévliegtuig geregeld. Journalisten bij de landelijke kranten konden zich hun hele werkzame leven wijden aan Oost-Europa of het Concertgebouworkest.'

Flatjesmensen

'De krant was tot in de jaren negentig de enige onomstotelijke waarheid die je nodig had om de wereld te bevatten. Er was geen internet en geen regionale omroep.'

Ter Horst herinnert zich hoe om kwart over vier alle bewoners in de flat van zijn ouders de lift naar beneden pakten, wachtend op 'hun krantje'. 'Als de Haagsche Courant te laat was, belde mijn moeder mij op. 'Peter we staan hier met vijftig mensen in de hal. Waar is-ie?'

Die krant - toen nog een echte Meneer - was voor de jonge Ter Horst de manier om te ontsnappen uit de Haagse wijk Morgenstond in Zuidwest-Den Haag. Hij groeide er op in een klein flatje, waar zijn ouders precies vier boeken op het plankje boven hun opklapbed hadden staan, waaronder De Telefoongids. 'Wij zijn flatjesmensen', sprak zijn moeder. En die weten vrijwel altijd iemand boven zich.

'Mijn boek had net zo goed Gratis overal heen kunnen heten', zegt Ter Horst. Want dat was de aantrekkingskracht van het journalistieke metier in het begin. Eerst lokale voetbalwedstrijden, daarna het parlement, nog weer later het correspondentschap in Zuid-Afrika, in de jaren negentig na de apartheid, en in Oost-Europa.

Peter ter Horst behoorde tot de laatste generatie die zonder diploma het vak binnenrolde. Geen dubbele master zoals jonge journalisten tegenwoordig vaak al op zak hebben. 'Als nieuweling van begin 20, 25 was ik onzeker toen ik de redactie van de deftige NRC binnenstapte. In het colofon stonden al die namen met hun titels. Ik had er nul. Ik was een journalist die op straat was begonnen.'

Maakte dat hem een betere journalist dan de soms weltfremde collega's waaraan hij, zo blijkt in het boek, zich zo ergerde? 'Ik heb selfmade nooit geïdealiseerd. Wel heb ik me gestoord aan redacteuren die deden alsof ze boven de waan van de dag stonden. Een krant moet niets beter weten. Een krant moet laten zien.'

'Vanuit mijn achtergrond had ik een soort ingebakken bescheidenheid meegekregen en zelf voelde ik een diepe drijfveer om een grotere wereld te leren kennen.' Even later komt hij hier op terug. 'Bescheidenheid is bij mij natuurlijk niet erg aangeslagen. De ultieme onbescheidenheid is natuurlijk memoires schrijven op je 53ste.'

Maar opgroeien in een niet-intellectueel milieu had zijn voordelen. 'Journalistiek was het perfecte beroep voor mij: nieuwsgierig naar een grotere wereld, te onwetend om bevooroordeeld te zijn.' Ter Horst bleef lange tijd verbaasd dat raadsleden en later rocksterren en presidenten hem zomaar te woord stonden. 'Journalistiek is een prachtig vak voor buitenstaanders. Het is de ideale vorm voor mensen die niets vinden maar wel overal bij willen zijn.'

Als hoofdredacteur ging die schutkleur niet meer op. 'Iedereen verlangde de hele dag een mening van je: de redactie, de uitgever, de lezers. Maar het schrijven van redactionele commentaren heeft mij nooit kunnen plezieren. Daar kwam misschien toch dat flatjesmenscomplex naar boven. Who cares wat ik er van vind?'

Valse romantiek

Recensies van De dag dat de krant viel verwijten Ter Horst geen concrete visie te geven hoe het verder moet met de krantenjournalistiek. 'Als ik dat antwoord had, bestond de Haagsche Courant nog.'

Tussen de regels door komt hij wel degelijk met ideeën, zegt Ter Horst. 'Redacties moeten ophouden als werkgelegenheidsprojecten te fungeren. Een Lieve Lita-rubriek door een voormalig correspondent Parijs? Een redacteur die naar het platteland verhuist en opeens een natuurcolumn krijgt? Belachelijk.'

Zijn droomkrant is twintig pagina's broadsheet (groot formaat) met enkel achtergrond en analyse van wat je moet weten over de wereld.

'Eigenlijk zoals de Herald Tribune al die jaren is geweest. Ontdaan van alle schuim, zoals columnisten en luxe bijlagen. Zo'n krant kun je goedkoop met tachtig journalisten maken.'

De Nederlandse journalistiek heeft zich te lang onschendbaar gewaand, vindt Ter Horst. 'Een geruisloze cabrio die vrolijk cruisend het ravijn tegemoet reed. Op de redactie van de Haagsche Courant stond in 2000 nog maar één computer met internet.'

Maar in een Kuifje-verhaal bekken de avonturen nou eenmaal lekkerder. Ter Horst relativeert, maar wijdt ook graag uit over de tijd dat de krantenburelen golden als een verzameling bohémiens voor wie krant en kroeg naadloos in elkaar overliepen. 'Ik heb toen wel mee gezopen hoor.' Het was vooral misplaatste romantisering, concludeert hij nu. 'Tegenwoordig is er een sterke jus d'orange-cultuur ingetreden in de journalistiek en dat is niet eens zo erg. De beste ideeën worden niet op de barkruk geboren maar op de fiets.'

Waarden

Die 'goede oude tijd nog eens lekker herbeleven' is nooit zijn doel geweest. 'Ik heb dit boek geschreven omdat er iets groots en belangrijks aan het verdwijnen is: de krantenjournalistiek als cultuurgoed.'

Ziet hij het niet te somber in, nu de oplage van een aantal kranten weer stijgt? Nee, zegt hij. En neemt de regionale journalistiek als voorbeeld. 'Ik las dat bij uitgever Wegener de afgelopen jaren de helft van de tweeduizend journalistieke banen zijn verdwenen. Er zijn grotere gemeenten in Nederland waar geen enkele journalist meer bij de gemeenteraad zit. Controle op wat de door ons gekozen mensen uitspoken, is er niet.'

Hij ziet het ook in zijn eigen stad Den Haag. 'Wat betekent de ondergang van Vestia voor Den Haag? Het is een ramp. Zeventig bouwprojecten liggen stil, maar niemand schrijft diepgaand over de gevolgen voor de stad.'

De papieren krant mag volgens Ter Horst verdwijnen, maar de waarden van goede journalistiek moeten blijven. 'Online heb ik nog niets gezien wat de journalistieke taak van de papieren krant evenaart. Als de krant er niet meer is, kan iedereen zijn gang gaan.'

CV

1979-1982 Stadsverslaggever Haagsche Courant

1985-1987 Verslaggever NRC Handelsblad

1989-1991 Chef redactie NRC Handelsblad Media

1998-2000 Assistant Editor Cape Argus, Kaapstad

2001-2006 Hoofdredacteur Haagsche Courant

2006-2010 Hoofdredacteur Intermediair

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden