De krant is een kwajongen

Vanaf 1 maart gaat het persinstituut van de Universiteit van Amsterdam via een 'nieuwsmonitor' de mediaberichtgeving volgen. Doel: de maatschappelijke discussie stroomlijnen....

Een verademing was het voor advocaat Stefan Kalff om in een van zijn zaken van doen te hebben met de buitenlandse pers. Een Engelse journalist die bijna 'smeekte om bevestiging' van een feit. En toen de advocaat daaraan beroepshalve niet kon voldoen, werd er niet gepubliceerd.

Journalistiek met een zekere zuiverheid en beroepseer, kortom. 'De man van, ik meen persbureau Reuters, zeurde door, hij had één bron. Hij moest er twee hebben om überhaupt te kunnen publiceren. Dat maak ik hier zelden mee. Hij vroeg beleefd of hij nog eens mocht terugbellen . De hele benadering is anders. '

Stefan Kalff, media-advocaat te Amsterdam en raadsman van vele bekende Nederlanders die zich door de media onheus bejegend voelen, moet over de grens om nog iets van respect te vinden voor het journalistieke ambacht. Hanteren de Nederlandse media het basisbeginsel van double check eveneens, 'dan wordt dat knap verwaarloosd.'

Hij stelt dat de waan van de dag hier prevaleert , ethische grenzen worden overschreden, journalisten veelal slordig zijn, elkaar napapegaaien en snel kiezen voor 'liever fout vandaag, dan correct morgen'.

Neem wat hij noemt 'de koppencultus': 'Waarom zou de kop boven een artikel de lading niet moeten dekken? Waarom mag dat de halve waarheid zijn? Dat kan slechts een commercieel doel hebben: koop mij! De financiën spelen kennelijk zo'n rol dat onpartijdigheid en onafhankelijkheid verwateren, als ze al niet geheel zijn weggevallen. Welnu, als nieuws koopwaar is, laten we de media dan benaderen als een gewone branche waar regels voor aansprakelijkheid gelden.'

In Nederland is de krant geen meneer meer, maar een kwajongen. De standing van het vak is vervlogen. Met graagte citeert Kalff uit het proefschrift van Mark Deuze, die onderzoek deed onder honderden journalisten: De Nederlandse journalist heeft een politiek links beeld van zichzelf en is niet bijzonder levensbeschouwelijk dan wel religieus ingesteld: hij ziet zichzelf als iemand die per definitie kritisch en zelf sceptisch omgaat met de overheid, ambtenarij en zakenleven: hij wil niet alleen het laatste nieuws brengen, maar ziet voor zichzelf ook nog een taak weggelegd in het uitleggen en interpreteren van het nieuws.

'Wat is een journalist eigenlijk? Het is ten eerste geen beschermde titel. Niet dat dat meteen zou moeten, maar ik denk wel dat het vak gebaat zou zijn bij meer vorm en inhoud. Mijn ervaring is dat het niveau gemiddeld veel te laag is. Als ik journalisten aan de lijn heb denk ik vaak: weet jij wel waarover je praat? '

Kalff heeft dagelijks te maken met valse publicaties in de boulevardbladen. Hij deed de zaak 'Buurman Caroline Tensen', maar stond ook prinses Margarita en haar man bij. Hij ziet weliswaar verschillen tussen boulevardbladen en de 'serieuze' pers, maar weigert in zijn benadering van de media een al te scherp onderscheid te maken.

Niks kaf en koren. 'Serieuze kranten hebben tegenwoordig ook societyrubrieken. Ze willen meesnoepen van die markt, omdat ze voelen dat hun lezers daarin zijn geïnteresseerd. De normen zijn over de volle breedte verlaagd. Naarmate de informatiemarkt toeneemt, vermindert de kwaliteit ervan met een evenredig percentage.'

Klagen

De klachten van de media-advocaat passen in een veel bredere kritiek op de Nederlandse journalistiek en de wijze van berichtgeving. Politici durven steeds openlijker te klagen over de keerzijde van de 'mediacratie', waarin zij geen dader maar slachtoffer zijn.

Er zijn de laatste jaren zwaarlijvige rapporten verschenen van onder meer de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (Medialogica, 2003) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (Focus op functies, 2005), waarin de media tegen het licht worden gehouden. Steevast klinkt door: als gevolg van commercialisering en verhevigde concurrentie, gaat kwaliteit verloren. Journalisten creëren een eigen werkelijkheid (hypes) en wakkeren tegenstellingen aan.

Minister Donner van Justitie stelde vorig jaar mei - in navolging van voorgangers als Elco Brinkman en Ruud Lubbers - dat journalisten zich vaker laten leiden door wat verkoopt.

Donner ziet als grootste bedreiging van de persvrijheid juist een teveel aan vrijheid. Die leidt snel tot vrijblijvendheid. 'Media' moeten zich verantwoordelijk opstellen en elkaar minder nap raten - elkaar gebruiken als 'bron'. 'Daardoor is niemand meer verantwoordelijk voor de waarheid. Iedereen zegt het immers.'

'Een waakhond die te vaak loos alarm geeft, heeft geen functie', aldus de minister, die concludeert: 'Bij iedere andere tak van bedrijvigheid waar (...) het gevaar van verlies van kwaliteit zo groot is, zou de wetgever allang hebben ingegrepen. De persvrijheid verzet zich hiertegen.'

Donner legde met deze woorden een nieuwe kiem voor discussie die sinds de moord op Fortuyn ('de kogel kwam van links') in steeds meer maatschappelijke geledingen in hevigheid wordt gevoerd.

Kalff: 'Burgers zijn steeds meer geneigd om op hun ponteneur te gaan staan als ze worden benadeeld door de media. Ook de mediasector ondervindt de gevolgen van de juridisering van de samenleving.'

De kritiek neemt inderdaad toe, stelt ook mediasocioloog Peter Vasterman, die onderzoek doet naar mediahypes. Vasterman vond de opmerkingen van Donner herkenbaar. 'De media worden steeds sneller en hijgeriger en zelfs een tikkeltje hysterisch. Dat heeft met snelheid te maken: snel nieuws overnemen, allemaal achter elkaar aanrennen. Zo gaan dingen rondzingen en als een bewering almaar wordt herhaald, wordt het vanzelf een feit. Er is minder aandacht voor eigen verantwoordelijkheid, of iets echt waar is.'

Oude kritiek

Emeritus-hoogleraar Informatierecht Gerard Schuijt is minder overtuigd en vindt dat er vanuit Den Haag te gemakkelijk verwijten klinken. 'De kritiek is zo oud als de media zijn. Nu beweert de WRR (Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid) weer dat media onder druk van de commercie negatief zijn veranderd. Natúúrlijk zijn media veranderd. Maar ze zijn áltijd commercieel geweest en hebben áltijd achter het nieuws aangehold.

'Critici papegaaien elkaar na dat media elkaar napapegaaien. De grondhouding blijft: de boodschapper heeft het gedaan. Is altijd zo geweest.'

Schuijt is geneigd de zaak om te draaien. 'Vroeger namen journalisten voor een minister de hoed af en wachtten ze af of het hem behaagde de krant een paar woorden toe te spreken. Dat is er niet meer meer bij: ze moeten verantwoording afleggen. Als je op zoek gaat naar concrete klachten, hoor je dat politici vinden dat ze onderbelicht zijn in hun beleid, omdat ze worden bekritiseerd. Daar moet je een flinke korrel zout op leggen.'

De commercialisering van media heeft zijn schaduwkanten, erkent ook hij. 'Maar journalistieke concurrentie leidt ertoe dat zaken boven water komen die anders zouden blijven liggen. En is nou echt onderzocht hoe de media vroeger waren en hoe ze nu zijn? Dat ''steeds meer'' en ''steeds erger'', is dat wetenschappelijk onderbouwd? Bij mijn weten niet. En die nuance past in deze discussie.'

Nieuwsmonitor

De eerste pogingen tot een dergelijke wetenschappelijke inventarisatie worden momenteel ontwikkeld. Vanaf 1 maart gaat het persinstituut van de Universiteit van Amsterdam via een 'nieuwsmonitor' de mediaberichtgeving volgen. Doel: de maatschappelijke discussie stroomlijnen.

Vasterman, betrokken bij het onderzoek: 'We hebben de laatste jaren grote affaires gehad waarbij veel kritiek is geuit op de media. Zaken die duizenden nieuwsberichten en duizenden minuten tv-zendtijd hebben opgeleverd, zonder dat ooit is teruggekeken op de patronen die zich voordeden. Zo wordt de discussie vernauwd tot een kop in de Telegraaf.'

Schuijt: 'Aan degelijk onderzoek is groot gebrek. Als iedereen elkaar napraat dat de media niet deugen, koop ik daar weinig voor. Daarmee zeg ik niet dat ze geen fouten maken. Maar er hoeft maar één woordje verkeerd te staan, of ''de media'' krijgen de schuld.'

De nieuwsmonitor past in een proces van 'zelfreflectie' dat zich voltrekt bij krant en omroep. Daarbij past het afleggen van verantwoording, zoals dat in tal van maatschappelijke sectoren gangbaar is geworden.

Kalff: 'Een pers die zichzelf serieus neemt, kan ook tegen kritiek. Tegenwoordig wordt alles kritisch belicht, dus waarom de media dan niet? De schroom om iets over de media te roepen, is gelukkig wat minder aan de orde, maar de drempel is nog niet geslecht.'

Otto Scholten, voor het NIOD onderzoeker naar de Srebrenica-berichtgeving, directeur van het Persinstituut en verantwoordelijk voor de nieuwsmonitor: 'De journalistiek kan zich niet langer doof houden voor een samenleving die steeds kritischer wordt over het functioneren van media. Verantwoording afleggen is een noodzaak geworden. Tot nu toe hebben de media daarbij als platform gediend. Nu zijn ze zelf aan de beurt.'

Paradox

Schoorvoetend komen media over de brug . Zo zijn sommige kranten overgegaan tot het aanstellen van een ombudsman en is de bereidheid om fouten te corrigeren, verbeterd. Maar extern ligt dit anders.

Scholten: 'Hier komt een lastig probleem om de hoek. Verantwoording afleggen is één, maar in onze democratie is de onafhankelijkheid van de media een cruciale waarde. Daar zit een haast onoplosbare paradox.'

Volgens Schuijt moet behoedzaam worden gehandeld. 'Iedereen mag zich jounalist noemen, het is een vrij beroep. Je kunt een journalist niet uit zijn beroep zetten, want dan raak je aan de vrijheid van meningsuiting. In de Tweede Wereldoorlog hadden we een persgilde, waarbij de Duitsers bepaalden wie van goed gedrag was en wie niet. Ik ben er als de dood voor dat de journalistiek een besloten beroepsgroep wordt.'

Toch wordt ook de druk tot externe verantwoording hoger. De WRR bepleit een versterking van de positie van door de media 'benadeelden', als ook voor het optuigen van de Raad voor de Journalistiek - zonder dit overigens nader uit te werken. De raad is geen tuchtcollege en kan geen sancties opleggen. Hij spreekt slechts een ethisch oordeel uit over journalistiek handelen. Een negatief oordeel blijft zonder effect. Hoewel het aantal uitspraken jaarlijks groeit (honderd in 2004) is de Raad volgens Kalff niet meer dan 'een papieren tijger.' De Raad is te veel 'slager keurt eigen vlees'.

'Zodra je de Raad voor de Journalistiek een wettelijke verankering geeft, loop je tegen de Grondwet aan', waarschuwt rechtsgeleerde Schuijt. 'Ik heb de rechtspraak tegen de media de afgelopen twintig jaar goed bijgehouden. Er zijn hele genuanceerde uitspraken gedaan, in het besef dat het opleggen van sancties aan media direct de vrijheid van meningsuiting aantast, zoals die is geregeld in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.'

Kalff begrijpt goed dat politiek-filosofische standpunten worden ingenomen over vrijheid van nieuwsgaring. 'Maar als je redelijk overdachte kritiek uit, stijgt meteen een gebrul op en vallen termen als persbreidel. Dat getuigt van een angst die ik verdacht vind. Bovendien, het is geen wetenschap, maar een commercieel onderdeel van de samenleving met een vrije markt.'

'

Vrijheid van meningsuiting is een fetisj, vindt Kalff - een ziekelijke en bijgelovige verering. 'Iedere poging de media te normeren wordt tegemoet getreden met het tonen van de fetisj. De rede verdwijnt en verontwaardiging zet de toon.'

Het kan in het buitenland, dus waarom niet hier? Kalff: 'Daar zie ik een mate van gestrengheid en een opleidingssfeer, dat ik zeg: ja, het journalistieke vak wordt er serieus genomen. In Frankrijk is er ook een juridische noodzaak, omdat je daar wèl een probleem heb als je onzin opschrijft. Dat kan fors in de papieren lopen. En wordt de pers daar gebreideld? Welnee, dat is aantoonbaar onjuist.'

Tuchtrecht

De advocaat bepleit een gedragscode voor de journalistiek die voorwaarden stelt voor zorgvuldigheid. In een later stadium zou dan een tuchtrecht moeten worden ontwikkeld, inclusief de mogelijkheid financiële sancties op te leggen. 'Want dat is een effectieve prikkel voor zorgvuldig handelen. En media die uit hoofde van winstbejag schandalen blijven kweken, kunnen we missen als kiespijn. Zo'n gedragscode opstellen, is heus niet zo ingewikkeld . Dat zijn trucs om er maar niet op in te hoeven gaan.'

De harde lijn is nodig omdat media 'nog veel te hoog te paard zitten'. Kalff: 'Ze leggen zeer moeilijk verantwoording af, willen altijd het laatste woord. Ik heb destijds een weddenschap gewonnen over de gênante wijze waarop het Algemeen Dagblad met Bram Peper is omgegaan. Dat was een reputatiebeschadigende campagne, dat rook je door de zinnen heen. En die krant bleef maar doorgaan, want hij had de boel getild.

'Ik wedde dat als de feiten uiteindelijk anders zouden komen te liggen, het AD niet de sportiviteit zou opbrengen om te zeggen: wij zaten fout. Toen alles tot in detail was onderzocht en er met Peper niet zoveel mis bleek, heeft het AD een slap bericht gemaakt. Ze stelden vast dat er toch nog een paar bonnetjes waren blijven liggen, daar kwam het ongeveer op neer. Let wel, de man was burgemeester van Rotterdam, de grootste haven ter wereld. Als een vader die met een prachtig rapport van zijn kind wordt geconfronteerd en zegt: je hebt wel een vijf voor gym. Vergeet ook niet dat Peper wel was genoodzaakt op te stappen als minister.'

Het parlement van de Raad van Europa heeft in 1998 een resolutie aangenomen over het recht op privacy, mede naar aanleiding van de dood van prinses Diana. Daarin staan aanbevelingen voor lidstaten om media beter met de privacy te laten omgaan. Kalff: 'Het Europese hof voor de rechten van de mens hecht daar waarde aan blijkens haar rechtspraak. Een van die punten luidt: als kranten informatie hebben gepubliceerd die bewezen onjuist is, moeten zij die net zo prominent rechtzetten .' Overigens heeft Bram Peper meermalen met juridische stappen tegen het AD gedreigd, maar hij heeft ze nooit ondernomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden