De kracht van de documentaire The centre will not hold schuilt in de hoogbejaarde Joan Didion

TV-recensie Hanna Bervoets

De hoogbejaarde Joan Didion is de ster van de Netflixdocumentaire over haar leven. Ze betovert én onttovert tegelijk.

Op sommige momenten is het lastig te geloven dat ze dezelfde persoon zijn. De 82-jarige Joan Didion, ster van de Netflixdocumentaire The centre will not hold: hoogbejaard maar pratend met grote handgebaren, even fragiel als strijdbaar. En dan de jongere Didion die op foto's voorbijkomt, 24, dan weer 36; schrijver, essayist, rijzende ster van intellectueel Amerika. Die jonge Didion heeft iets ondoorgrondelijks, afstandelijks haast, waar de bejaarde Didion vooral vertedert - al zou het kunnen dat ik beiden hiermee beledig.

Beeld uit The centre will not hold

In The centre will not hold vertelt filmmaker Griffin Dunne Didions levensverhaal. Dunne is Didions neef, het zou kunnen dat zijn nabijheid tot het onderwerp zich wreekt. De filmmaker wil volledig zijn en vooral in het eerste uur van de film levert dat een oppervlakkig portret op. We zien Didion als twintiger naar New York vertrekken om voor Vogue te werken. Ze ontmoet schrijver Jim Dunne, ze trouwen, verhuizen naar Californië en adopteren een baby. Ondertussen schrijft Joan voor verschillende tijdschriften, ze maakt een essaybundel, een roman, geeft feestjes waar Janis Joplin ook komt.

De laatste helft van de film, over de dood van Didions man en dochter, is krachtiger, maar The Centre will not hold biedt vaak te weinig context om de reeks anekdotes en feiten goed te kunnen plaatsen. Didion was een van de grondleggers van de persoonlijke essayistiek, baanbrekend destijds, maar dat vertelt de film niet.

Ik moest denken aan twee soortgelijke schrijversportretten, die over Nora Ephron en Susan Sontag, generatiegenoten van Didion. In Everything is copy, over Ephron, tonen de makers hoezeer Ephrons persoonlijke leven weerslag vond in haar oeuvre. Regarding Susan Sontag, over Sontag, is op een liefdevolle manier genadeloos: Sontag was zo kritisch dat het moeilijk was met haar te leven, haar bewijsdrang echter ook haar krachtigste drijfveer. De films hebben een duidelijke rode draad, The centre will not hold ontbeert die. Maar: Sontag en Ephron leven niet meer, Didion wel. Misschien is het niet wenselijk een leven te duiden voor het voorbij is.

De kracht van Dunnes film schuilt in het optreden van de hoogbejaarde Didion zelf, die nog altijd goudeerlijk formuleert. Zoals wanneer Dunne haar vraagt naar de hippie-scene: 'Hoe was het om een vijfjarig kind aan de lsd te zien?', vraagt hij. 'O', antwoordt Didion onbeschroomd: 'Dat was goud, voor een schrijver.'

De mooiste scène is ook meteen de afwijkendste. Dunne vertelt zijn tante een jeugdherinnering: weet ze nog hoe hij als 5-jarige op bezoek kwam? Zijn zwembroek was kapot, zijn piemel hing er half uit, de hele familie schaterde maar tante Joan niet: daar was hij haar dankbaar voor. De bejaarde Didion lacht zonder geluid te maken, haar blik verraadt een haast kinderlijk plezier. Het is diep ontroerend en Dunne weet het: een still van de scène dient als persfoto. Dat heeft ook iets ongemakkelijks, omdat het moment zowel betovert als onttovert; het berooft de jongere Didion van haar misschien wel zelfgekozen ongenaakbaarheid.