De kracht en zwakte van narcisten

Een beetje narcisme kan gezond zijn. Martin Appelo benadrukt de negatieve, verwoestende kanten van de narcist.

Martin Appelo: Een spiegel voor narcisten

***

Boom; 312 pagina's; euro 24,95.


'Al vroeg beheerste ik de Franse kunst van de stalen vuist in de fluwelen handschoen. Altijd argumenteren, dat kon ik als de beste, maar ze moesten wel mijn zin doen. Een kleine dictator... en het moet worden gezegd: ik had vaak gelijk.'


Aan het woord is Pim Fortuyn, de man die Nederland een aantal jaren in de ban hield met zijn flamboyante voorkomen, boude beweringen en snelle opmars naar de top. De man die over zichzelf als dreumes in zijn autobiografie schreef 'Ik, het bijzondere jongetje, dat nergens in en bij paste, moeders mooie, chique prinsje...'


De man, kortom, die met enig recht in Martin Appelo's boek Een spiegel voor narcisten optreedt als een van Nederlands duidelijkste en bekendste narcisten. Andere prominente voorbeelden in het boek zijn Neelie Kroes, Nina Brink, Zlatan Ibrahimovic en Steve Jobs.


Gezondheidspsycholoog en psychotherapeut Appelo beschrijft hun levens om te laten zien hoe narcisme in de praktijk kan uitpakken. Voor het definiëren van het fenomeen kiest hij niet voor de gebruikelijke dimensionale variant, waarbij we allemaal ergens zitten op de glijdende schaal van te weinig narcisme via gezond narcisme naar een narcistische stoornis. Hij kiest, om te benadrukken hoe verslavend en verwoestend narcisme voor de narcist en zijn omgeving kan zijn, liever voor de smallere definitie van een duidelijk afgebakende psychische stoornis: je hebt het of je hebt het niet. 'Wie een beetje narcistisch is heeft nog steeds een stoornis. En wanneer je een narcist bent, dan doe je er goed aan jezelf aan te pakken.'


In het eerste deel van Een spiegel voor narcisten omschrijft hij het verschijnsel, in het tweede deel passeren Fortuyn en consorten de revue en in het derde deel richt hij zich rechtstreeks tot narcisten met oefeningen en technieken, bedoeld om de aandoening zo veel mogelijk het zwijgen op te leggen.


Wat narcisme is, denkt iedereen wel zo'n beetje te weten. Narcisten zijn de hele tijd met zichzelf bezig, vragen aandacht, geven hoog op over hun kwaliteiten en het zal ze een complete zorg zijn waar jij mee bezig bent. Dat is irritant en leuke vrienden heb je er niet aan, maar waarom zou het verwoestend zijn? Daar ligt een kenmerk aan ten grondslag dat doorgaans wat minder bekend is en in feite de kern vormt van het fenomeen: een instabiele basis.


Voor een beter begrip van narcisme moet je terug naar de jaren waarin het kind een evenwicht moest zien te vinden tussen de behoefte aan symbiose en de behoefte aan autonomie. Als een kind geboren wordt, legt Appelo uit, verlaat het de 'symbiotische oersoep', dat wil zeggen: de voortdurende beschikbaarheid van veiligheid en voeding. Wil het zich veilig hechten aan anderen, dan zal het erop moeten kunnen vertrouwen dat aan zijn behoeftes tegemoet gekomen wordt. Raakt het hierin systematisch gefrustreerd, dan kan het het gevoel ontwikkelen dat het kennelijk de moeite van het verzorgen niet waard is. Het krijgt, zoals Appelo het uitdrukt, te weinig oersoep.


Het kind kan ook te veel oersoep krijgen. Wanneer het op eigen houtje wat wil ondernemen en de ouders het daartoe de kans niet geven, wordt zijn behoefte aan autonomie gefrustreerd. Het kind kan dan het gevoel ontwikkelen dat het niets zelf kan.


Systematische frustratie leidt tot onzekerheid, angst of depressie. Dat vraagt om een uitweg en narcisme kan die uitweg bieden. Door je kwetsbaarheid te ontkennen, te roepen hoe geweldig en bijzonder je bent, jezelf op te blazen en je energie naar buiten te richten, raak je steeds verder verwijderd van die angstige, verwaarloosde en boze kern. De aandacht en het applaus van anderen heb je nodig om het superbeeld van jezelf te onderstrepen. Voor enige wederkerigheid in contacten is nauwelijks meer ruimte, en als anderen niet met applaus maar met kritiek komen, schop je die van je af, omdat scheuren in je verdedigingswal de angstige, boze kern blootleggen.


Appelo legt helder en gedetailleerd uit hoe narcisme werkt, hoe de verschillende vormen van frustratie in de kindertijd tot verschillende varianten van narcisme kunnen leiden en hoe de narcist vaak in een vicieuze cirkel belandt: de kritiek van anderen maakt dat hij de mensen die hij aanvankelijk met zijn bijzonderheid aantrok weer van zich afstoot, en zo blijft hij alleen met opnieuw het gevoel van zijn kindertijd: zie je wel, anderen zijn er helemaal niet voor me.


Zwak wordt het betoog als Appelo de narcistische cirkel over de levensbeschrijvingen van bekende figuren legt. Het aanwijzen van narcistische eigenschappen is bij alle vijf niet zo'n probleem, maar de relatie met de instabiele basis - waarvan we net hebben geleerd dat dat het cruciale verschil is met andere vormen van ijdeltuiterij en egocentrisch gedrag - is eigenlijk alleen bij Fortuyn overtuigend. Bij bijvoorbeeld Neelie Kroes en Nina Brink is er simpelweg te weinig over de prille kinderjaren bekend, en berusten Appelo's speculaties over gebreken in de oersoep op de aanname dat die er wel moeten zijn geweest, omdat ze anders geen narcisten geworden waren. Zo belandt Appelo zelf in cirkels.


De oefeningen waarmee het boek besluit, zullen ongetwijfeld nuttig zijn om een en ander mee aan banden te leggen, maar zouden narcisten heus geneigd zijn daarin de vereiste discipline en tijd te investeren?


Zoals Appelo zelf zegt: met zijn gevoel van macht en onkwetsbaarheid is narcisme vaak ook gewoon lekker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden