De Koude Oorlog was bloedlink

Al viel de Bom niet, de Koude Oorlog was wel degelijk levensgevaarlijk. Oost en West wisten lang niet altijd van elkaar hoe ze dachten, aldus de Utrechtse militair historicus Jan Hoffenaar in zijn oratie....

Soms verlangen mensen stiekem terug naar de Koude Oorlog. Weliswaar leefde Europa onder de voortdurende dreiging van een allesverwoestende nucleaire oorlog, de wereld was tenminste overzichtelijk opgedeeld in links en rechts. Zolang de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie elkaar maar als sumoworstelaars in evenwicht hielden, leefden de West-Europeanen in vrede en voorspoed.

Tegenwoordig loert het gevaar overal, van sinistere Arabische bendeleiders tot schijnbaar geïntegreerde moslims die zich plotseling opblazen in de metro, van Talibanstrijders tot schurkenstaten die aan een kernbom werken.

Tijdens de Koude Oorlog was de dreiging groot, maar ook duidelijk. John Lewis Gaddis, de aartsvader van de Amerikaanse Koude Oorlog-historici sprak van de long peace, afgedwongen door wederzijdse nucleaire afschrikking.

Nostalgie naar de Koude Oorlog is echter misplaatst, zegt dr. Jan Hoffenaar, hoofd van de afdeling onderzoek van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, die vorige week zijn oratie uitsprak als bijzonder hoogleraar militaire geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Ten eerste was van werkelijke vrede geen sprake. Via lokale handlangers vochten de grote machtsblokken hun conflict uit in Azië, Afrika en Zuid-Amerika, ten koste van de lokale bevolking. Ten tweede wordt de herinnering aan de Koude Oorlog positief gekleurd door de wetenschap dat zij goed is afgelopen. De Russen kwamen niet en de Bom is nooit gevallen.

Maar dat had ook anders kunnen lopen. De Russische president Poetin herinnerde vorige week nog aan de Cubacrisis van 1962, toen de wereld op het randje van de nucleaire oorlog balanceerde. Maar ook in oktober 1961, kort na de bouw van de Berlijnse Muur, en aan het begin van de jaren tachtig, toen de Sovjet-Unie zich in het nauw gedreven voelde door het beleid van de Amerikaanse president Reagan, was een oorlog dichterbij dan menigeen bevroedde, aldus Hoffenaar in zijn oratie.

Afschrikking

Tijdens de Koude Oorlog stonden twee ideologische blokken tegenover elkaar. Ze beconcurreerden elkaar op elk terrein: politiek, militair, economisch en cultureel. Maar door de ontwikkeling van kernwapens was de Koude Oorlog bovenal een psychologisch spel. Voor het eerst in de geschiedenis ontwikkelden staten wapens met de expliciete bedoeling ze niet te gebruiken. Maar afschrikking was slechts mogelijk als zij hun tegenstanders ervan konden overtuigen dat ze absoluut bereid waren de wapens wél te gebruiken.

Bij de Koude Oorlog hoorde daarom verbaal wapengekletter om de andere partij te waarschuwen. De vrede kon slechts gehandhaafd worden als beide partijen dit mechanisme doorzagen en zich rationeel opstelden.

‘Zo werd er in het Westen destijds ook over gedacht. De Sovjetleiders werden gezien als rationele machtspolitici’, aldus Hoffenaar.

Na de val van de Muur in 1989 zijn veel Oost-Europese archieven opengegaan. Ook hebben historici kunnen praten met politici en militairen uit het voormalige Oostblok. Daaruit is een ander beeld gerezen, zegt Hoffenaar.

‘De invloed van ideologie is veel groter geweest dan men aannam. Op basis van het marxisme-leninisme geloofden veel Oost-Europese leiders dat het kapitalisme inherent agressief was, omdat het altijd naar expansie streefde. Velen geloofden werkelijk dat een oorlog tussen communisme en kapitalisme op termijn onvermijdelijk zou zijn.’

Uit historisch onderzoek is gebleken dat beide machtsblokken niet wilden aanvallen, maar ook dat ze elkaar voor geen cent vertrouwden. ‘In zo’n sfeer kan één verkeerde inschatting via een keten van acties en reacties leiden tot een wereldoorlog die niemand gewild heeft’, zegt Hoffenaar. ‘De situatie was absoluut niet stabiel.’

In oktober 1961, enkele maanden na de bouw van de Berlijnse Muur, was zo’n oorlog gevaarlijk dichtbij. De impulsieve Sovjetleider Chroesjtsjov wilde een apart vredesverdrag met de DDR sluiten, waardoor het Westen de toegang tot West-Berlijn ontzegd zou worden. Hij schatte de kans dat de Amerikaanse president Kennedy een oorlog om Berlijn zou riskeren maximaal 5 procent. Hoffenaar: ‘Voor een eventuele nucleaire oorlog vind ik dat toch een vrij groot risico.’

Poolse troepen trokken zich samen langs de grens met de DDR. Tsjecho-Slowakije werd in staat van oorlog gebracht. Tegelijkertijd vond een grootscheepse oefening van het Warschau Pact plaats. Het Westen beschouwde deze manoeuvres als een show, maar in werkelijkheid oefenden de Oost-Europese troepen de invasie van West-Europa. De crisis was voorbij toen Chroesjtsjov half oktober inbond. Evenmin als Kennedy heeft hij echter beseft hoe dicht de wereld bij een allesvernietigende nucleaire oorlog was.

Blitzkrieg

Naderhand is in de archieven een operatieplan van het Warschau Pact gevonden. In een Blitzkrieg hadden de troepen van het Warschau Pact binnen tien dagen aan de Atlantische kust moeten staan. Troepen van het Poolse Volksleger zouden via de Noordzeekust naar Nederland oprukken. Daarbij zouden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht door kernbommen getroffen worden. In totaal zouden NAVO en Warschau Pact ruim 2200 nucleaire bommen in Europa tot ontploffing brengen.

Het aanvalsplan was zeer onrealistisch, aldus Hoffenaar. Het was bijvoorbeeld allerminst duidelijk hoe de Polen Nederland moesten veroveren, als er tegelijkertijd atoombommen werden afgeworpen. Ook is onbekend of het plan overeenkomt met het werkelijke aanvalsplan dat nog altijd in gesloten archieven in Moskou ligt.

Wat echter wel duidelijk is: het Warschau Pact zag de aanval als de beste vorm van verdediging. Het wilde geen oorlog, maar áls er een oorlog zou uitbreken, moesten de troepen meteen doorstoten.

De Berlijncrisis liet ook zien hoe grof het Amerikaanse atoomwapen was, en de daarop gebaseerde strategie van massale vergelding. Het gebruik van kernwapens zou meteen leiden tot een intercontinentale uitwisseling van raketten. Bij deze mutually assured destruction (mad) was het alles of niets.

Daarom ontwikkelde de NAVO in de jaren zestig de flexible response-strategie, waarbij ook kleinere, tactische kernwapens op het slagveld konden worden ingezet. ‘Het Warschau Pact had een conventioneel overwicht. Daarom zou de NAVO vrij snel naar het tactisch kernwapen moeten grijpen. De gedachte was dat het Warschau Pact dan wellicht bij zinnen zou komen. Pas als dat niet gebeurde, zouden ook strategische kernwapens worden ingezet.’

Het was een heldere strategie, met logische stappen. Maar uit historisch onderzoek is gebleken dat het Warschau Pact heel anders zou hebben gereageerd dan de NAVO destijds voorzag. ‘De Amerikanen geloofden dat de Sovjet-Unie een oorlog beperkt wilde houden tot Europa. Maar de Sovjet-Unie beschouwde de VS als de ware vijand. Daarom wilde zij Amerika zo snel mogelijk bestoken met intercontinentale raketten’, aldus Hoffenaar. ‘Dat is ook op congressen verteld door voormalige generaals van het Warschau Pact. Voor Amerikaanse generaals, die ook aanwezig waren, was dat echt een eye opener.’

SS-20

De spannendste periode van de Koude Oorlog was volgens Hoffenaar misschien wel het begin van de jaren tachtig. De Amerikaanse president Reagan zette een enorm bewapeningsprogramma op stapel. Volgens veel westerse waarnemers reageerde hij op de Sovjet-Unie, die in de jaren zeventig een enorme nucleaire vloot had opgebouwd en de SS-20 raketten had gestationeerd. Bovendien wilde hij van Amerika weer een sterke en zelfbewuste natie maken, nadat het zo gedemoraliseerd was geraakt door Vietnam en Watergate.

Maar in Moskou werd er heel anders tegenaan gekeken. Hoffenaar: ‘‘Russische politici en militairen telden alle maatregelen van Reagan op en kwamen tot de conclusie: ze bereiden een aanval op ons voor. Dat vind je terug in notulen van geheime vergaderingen. Ook vroegere generaals van het Warschau Pact vertellen het. Waarom bouw je zo’n gigantisch arsenaal op, als je het niet wilt gebruiken?’

Bij zijn dood werd Reagan lof toegezwaaid als de man die de Koude Oorlog won. Door zijn bewapeningsprogramma had hij de Sovjet-Unie op de knieën gekregen. Toen Sovjetleider Gorbatsjov toenadering zocht, had hij zich een vaardig en flexibel onderhandelaar getoond. ‘Reagan kwam tot de conclusie dat Gorbatsjov te vertrouwen was. Het is een van de schaarse momenten in de geschiedenis waarop personen de doorslag gaven’, zegt Hoffenaar.

Ondanks de oprisping van Poetin is de Koude Oorlog voorbij. Eén ding kan geleerd worden van deze periode, vindt Hoffenaar. ‘Het is belangrijk om je te verplaatsen in je tegenstander en te weten vanuit welk denkraam hij opereert.’

Die les is relevant in de strijd tegen terrorisme. ‘Het is duidelijk dat de Amerikanen in Irak en Afghanistan veel te simpel dachten over het exporteren van democratie naar een totaal andere samenleving met een stammencultuur.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.