De kosten van de crimineel

Pluk ze! Raak die criminelen waar ze de meeste pijn voelen: in hun portemonnee. Vijf jaar geleden werden de wettelijke mogelijkheden verruimd tot 'ontneming' van crimineel geld....

MARC VAN DEN EERENBEEMT

HET BEGIN was veelbelovend. Drugsondernemer Cees H., groot geworden in de hasj-vaart, kreeg in 1994 een claim voorgeschoteld van een half miljard gulden. Dat duizelingwekkend hoge bedrag werd van hem geëist door de Amsterdamse officier van justitie J. Wortel. Zo wilde de aanklager de winst afromen die met de smokkel van 269 duizend kilo hasj was gemaakt.

De vordering kreeg veel aandacht in de media. Het Grote Plukken was begonnen, zo leek het. Eindelijk zou worden bewezen dat misdaad niet loont. En de bestrijding van de misdaad, met name de georganiseerde criminaliteit, zou misschien wel zichzelf kunnen bedruipen. Net zolang tot er geen misdaad meer over was.

Maar de megavordering van Wortel, die sindsdien niet meer is geëvenaard, werd afgewezen door de rechtbank. De eis was 'onvoldoende toegelicht', oordeelden de rechters. De officier kwam terstond met een nieuwe berekening: ditmaal had hij een groot deel van de smokkelkosten afgetrokken en kwam hij op een illegale winst van ruim 307 miljoen gulden.

Volgens de advocaat van Cees H., P. Doedens uit Utrecht, lag het totaal anders: zijn cliënt zou zelfs drie miljoen gulden hebben moeten toeleggen op de risicovolle handel. Als getuige-deskundigen voor deze boude stelling liet hij twee drugshandelaren opdraven. Een van hen werd door de brutale strafpleiter omschreven als een 'uitmuntende praktijkdeskundige zonder vaste woon- en verblijfplaats'.

De criminele accountants rekenden de Amsterdamse rechtbank voor dat de Pakistaanse leveranciers 70 procent van de opbrengst hadden gekregen, terwijl bovendien een groot deel van de contrabande tijdens de smokkelreizen verloren was gegaan.

Ook de post 'algemene kosten' moest door de edelachtbaren niet worden vergeten. Die zou hebben bestaan uit smeergeld, de huur van onderduikadressen en bewakingspersoneel. Plus de kosten van rechtsbescherming natuurlijk, die op een miljoen gulden moeten worden begroot.

Een keurige boekhouding kon natuurlijk niet worden overlegd. De drugshandel is nu eenmaal geen wereld van bonnen en kwitanties, stelde advocaat Doedens. Hij eindigde met de conclusie: 'Het gaat er straks om welk verhaal het meest aannemelijk is. We zullen zien wiens vinger het natst is.'

De rechtbank, moe van de financiële acrobatiek, besloot het pragmatischer aan te pakken. Het rechtscollege gaf officier Wortel eind 1994 de opdracht eerst maar eens te bewijzen dat de in beslag genomen goederen van H.

- twee villa's, banktegoeden en een jacht, gezamelijke waarde zeven miljoen gulden - inderdaad had verdiend met de drugshandel.

Sindsdien ligt de zaak stil. Advocaat Doedens weigert wijselijk ieder commentaar. Cees H., die een paar zware gevangenisstraffen moet uitzitten, slijt zijn dagen in de stilte van de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught. Zal hij de gevangenis berooid verlaten? Drie jaar geleden zei hij tegen de Volkskrant dat hij nog gefortuneerd genoeg was om direct naar 'een tropisch eiland' te vertrekken.

In de zaak van Cees H. kwamen veel vragen aan de orde waar de juridische wereld, inclusief de Hoge Raad, nog steeds mee worstelt. Hoe bereken je de precieze hoogte van wederrechtelijk verkregen voordeel? Moet bij de vaststelling daarvan rekening worden gehouden met gemaakte kosten, zoals omkoping en de aanschaf van wapens? Ook andere vragen bleven onbeantwoord. Mag justitie bijvoorbeeld een armlastige overvaller die zijn buit heeft opgemaakt aan coke en hoeren, nu wel of niet lastig vallen met een vordering?

Plukken is niet zo makkelijk als het klinkt. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie presenteerde deze week een onderzoek naar vijf jaar 'ontnemen van wederrechtelijk verkregen vermogen', zoals plukken officieel heet. De opbrengst van het plukken (20 miljoen gulden) steekt schril af tegen de kosten daarvan (123,5 miljoen). Het aanpassen van het ambtelijk apparaat op de in 1993 wettelijk verruimde ontnemingsmogelijkheden bleek een prijzige zaak.

De pluk-ze-baten komen vooral uit relatief kleine zaken, zo blijkt. In tweederde van alle ontnemingen moest de crimineel minder dan 25 duizend gulden inleveren. In slechts 13 procent van de gevallen was sprake van meer dan een ton. In één zaak werd een vordering van meer dan een miljoen gulden toegewezen. Terwijl het juist de bedoeling was de zwaarste criminelen te laten bloeden. Tot overmaat van ramp werd dit hoogste plukresultaat ook nog eens met succes opgeëist door Luxemburg.

De optimistische schatting van het ministerie van Justitie (in vijf jaar tijd zou 112 miljoen worden binnengeharkt) bleek 'verre van realistisch', oordeelden de WODC-onderzoekers. Rechters blijken pluk-ze-eisen gemiddeld te halveren. In hoger beroep blijft van het gevraagde bedrag meestal niet meer dan een kwart over.

Ook speelt de trage rechtsgang een rol bij de tegenvallende resultaten. Een groot aantal vorderingen, met een totale waarde van meer dan honderd miljoen gulden, wacht nog op een definitief oordeel van de rechter. De rechtbank in Den Haag ging dit jaar akkoord met een pluk-ze-eis van 20 miljoen gulden tegen een drugsbaas. Maar het is de vraag of dat succes voor het Openbaar Ministerie (OM) in hoger beroep stand houdt. Het is daarom nog niet meegeteld bij de opbrengsten.

Niet bekend

Geconfrontreerd met de magere resultaten, pleitte procureur-generaal D. Steenhuis, bij het OM verantwoordelijk voor de ontnemingspraktijk, afgelopen week voor een omkering van de bewijslast. Personen die worden verdacht van een misdrijf en eigenaar zijn van bijvoorbeeld dure auto's, zouden moeten kunnen aantonen dat deze rechtmatig zijn verkregen. Kunnen de verdachten dat niet, dan mogen de goederen door justitie worden afgepakt.

Die omkering van de bewijslast zou een spectaculaire omwenteling betekenen voor het hele Nederlandse strafrecht. Nu kan alleen de fiscus nog profiteren van dat juridische gemak. Beter justitie achter je aan dan de Belastingdienst, is dan ook het devies in de criminele wereld.

De WODC-onderzoekers menen dat het OM eerst maar eens beter met de huidige middelen moet leren werken. Politie en justitie blijken namelijk een hekel aan rekenwerk te hebben. 'Het doen van administratief en financieel onderzoek roept bij de meeste agenten negatieve associaties op', aldus het rapport van het WODC.

Nu is de laatste jaren wel veel energie gestoken in de verbetering van de financiële vaardigheden van de politie. Bij de politiekorpsen zijn Bureaus financiële ondersteuning (BFO's) opgezet. Bij de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) kan een afdeling Forensische accountancy worden geraadpleegd. En het Landelijk Rechercheteam (LRT) heeft een gezelschap bedrijfseconomen, juristen en leden van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) geformeerd, dat de meest gecompliceerde zaken moet kunnen aanpakken.

Maar deze gespecialiseerde teams blijken kwetsbaar. De teamleden worden belaagd door recruiters van accountantskantoren. Die proberen de beste rechercheurs te verleiden tot een overstap naar de 'forensische' accountancy, een strafrechtelijk-financieel specialisme. Berucht is de leegloop van de afdeling Forensische accountancy van de CRI. De 'omgezwaaide' accountants worden later, als werknemer van grote kantoren als Moret en KPMG, tegen een gepeperd tarief weer ingehuurd door de overheid.

De achterblijvers ontmoeten veel problemen op hun zoektocht naar misdaadgeld. Hoe stel je bijvoorbeeld vast wat de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel is? De Hoge Raad heeft een deel van die vraag opgelost door vorig jaar te besluiten dat moet worden uitgegaan van het concreet door de verdachte genoten voordeel. Heeft deze in een hifi-zaak een televisietoestel gestolen, dan telt niet de officiële winkelprijs van het apparaat, noch de inkoopprijs van de winkelier: voor de Hoge Raad is doorslaggevend welke prijs een gestolen televisie kan opbrengen op de zwarte markt.

Dat was een streep door de rekening van het OM, dat de dief liever de hele verkoopprijs wilde berekenen. Zo moest 'de situatie van voor het misdrijf worden hersteld'. Nu ziet justitie zich gedwongen de gangbare prijzen voor gestolen goed bij te houden, om die later door te berekenen aan de gesnapte dief.

Op veel pluk-ze-vragen is nog niet door de hoogste rechter beslist. Nog steeds is niet uitgemaakt op welk moment de precieze winst moet worden bepaald. Wat is bijvoorbeeld de waarde van een aandeel Weweler dat is verkregen door misbruik van voorwetenschap? Is de datum van aankoop bepalend, of het moment dat de verwachte koerswinst werd gerealiseerd? Wat is de waarde van een staatslot dat twee weken voor de trekking werd gestolen?

Juristen debatteren ook nog over de vraag in hoeverre rekening moet worden gehouden met gemaakte kosten. Mag een crimineel de aankoop- en transportkosten van een partij drugs aftrekken voordat hij wordt geplukt? Een Rotterdamse rechtbank oordeelde in een heroïnezaak in 1994 van niet, aangezien ook deze 'bedrijfskosten' weer betrekking hadden op verboden handelingen. Andere rechters stonden kostenaftrek wel toe.

Al deze problemen vallen in het niet bij de moeite die justitie zich moet troosten om de weg te vinden in de juridische spookkastelen die criminelen bouwen om hun geld weg te sluizen naar veiliger oorden. Dat zijn bovendien vaak oorden waar ze over een Nederlands verzoek tot rechtshulp de schouders ophalen.

Nieuw met stip: de Verenigde Arabische Emiraten. Een van de verdachten in de zaak rond drugsbaron Etienne U., Naveed K., bleek zich daar in financiële zin te hebben verschanst. Het OM heeft niet meer geprobeerd de financiële vrijstaat te bewegen beslag te leggen op de hasjgelden. Johan V., alias de Hakkelaar, geniet financiële onkwetsbaarheid in onder meer Ecuador.

Het best bewaarde geheim van de pluk-ze-praktijk is echter dat wie niet betaalt weinig problemen van justitie hoeft te verwachten. Als de verdachte zijn geld tenminste goed heeft opgeborgen en zich zo arm voordoet als een kerkrat. De toegestane zes maanden vervangende hechtenis wordt door het OM zelden opgelegd. De reden: de Nederlandse rechter huivert bij het idee dat plukken meer zou zijn dan alleen het 'afromen' van de buit, en een straf op zichzelf zou zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden