De kortste weg naar De Nachtwacht

Sloop de (nieuwe) Zuidvleugel, als inconsequent toevoegsel aan Cuypers' ontwerp - het was een idee. Over één ding waren de inzenders van de opdracht voor een nieuw Rijksmuseum het eens....

Het meest bijzondere plan, het vergaandste ook dat in één klap alle ruimteproblemen van het museum opgelost zou hebben, deed nog mee tot aan de laatste ronde, maar haalde het uiteindelijk niet. Het Nieuwe Rijksmuseum van de Italiaanse architect Francesco Venezia (1944) is een sprookje, maar hij overschreed er de opdracht mee. Hij lostte dan wel het ruimteprobleem van het museum op, maar zadelde het ook op met een paar nieuwe problemen.

Achter het bestaande museumgebouw van Cuypers ontwierp hij een compleet nieuw gebouw, een elegant trapezium van strakke gewelven die tweemaal om elkaar heen zijn gevouwen. 'Een paleis dat zichzelf presenteert als een watertuin', zegt het juryrapport. Het zou het museum niet alleen een compleet nieuw gezicht hebben gegeven, maar vooral ook het plein zelf.

Het uitgangspunt van de prijsvraag voor Het Nieuwe Rijksmuseum - een van de grootste (een half miljard gulden) en meest prestigieuze opdrachten in Nederland in de komende jaren - was de terugkeer naar het oorspronkelijk concept van het gebouw van P.J.H. Cuypers uit 1885. Zijn ontwerp is door latere verbouwingen dichtgeslibt geraakt, de twee open binnenhoven aan weerzijden van de onderdoorgang werden dichtgebouwd. Het gebouw was onoverzichtelijk geworden en versleten, geen mens kon er de weg meer vinden.

Bij de presentatie werd benadrukt hoe groot de waardering van alle zeven inzenders voor het oorspronkelijk ontwerp van Cuypers is. Alle zeven concludeerden dat het gebouw het best tot zijn recht zou komen als het teruggebracht werd in zijn oorspronkelijke vorm, 'hetgeen niet gestuurd wordt door een modieuze hype', zegt de jury, 'maar omdat eenieder tot het inzicht kwam dat Cuypers zijn plan uitermate intelligent concipieerde.'

En het grootste obstakel, de fiets-voetgangersonderdoorgang die het museum in tweeën verdeelt en de route erbinnen tot een complex probleem maakt, werd door de zeven zelfs als een zeldzaam stedelijk element beschouwd, uniek in Europa. Een groot aantal van de inzenders vond dat juist de ideale plek voor de nieuwe entree van het museum.

Rode draad in de visies van de zeven is een nieuwe verbinding tussen de oostelijke en westelijke binnenhoven door een ondergrondse entree, die de stromen bezoekers de ruimte geeft, zoals de piramide van het nieuwe Louvre. In alle visies, op die éne van Venezia na, is het nieuwe museum te klein om de collectie in haar huidige omvang geheel te kunnen tonen. Voor het Rijksmuseum is het geen probleem, het stelt de kwaliteit van de ruimten, 'met name de lichtinval', boven de kwantiteit.

Op 21 maart zijn de visies gepresenteerd, in drie sessies kwam de jury tot een oordeel. De jury bestond uit rijksbouwmeester Jo Coenen; Ronald de Leeuw, hoofddirecteur van het Rijksmuseum; Fons Asselbergs namens de staatssecretaris van Cultuur; Schelto Patijn, oud-burgemeester van Amsterdam en de publicist Max van Rooy, geadviseerd door een technische commissie.

Al in de eerste sessie vielen de drie Nederlandse architecten af, hun voorstellen werden te vergaand gevonden wat hun ingrepen in Cuypers' ontwerp betreft. In de tweede ronde sneuvelde om die reden ook het plan van de Oostenrijkse architect Heinz Tesar. Drie plannen bleven uiteindelijk over: die van het Spaanse duo Cruz & Ortiz, de Fransman Chemetov en de Italiaan Venezia.

Venezia's sprookje, weten we nu uit het eindoordeel van de jury, wierp 'stof tot grote discussie' op. 'Wat door de een gewaardeerd werd als de moed tot verder kijken, viel voor de ander buiten de Amsterdamse realiteit en dus hors concours.' Het plan verdween daarmee, helaas, buiten beeld. In de laatste ronde ging het alleen nog om de plannen van Chemetov en Cruz & Ortiz.

In het ontwerp van Cees Dam (1932) en Diederik Dam (1966) speelt licht een belangrijke rol. De daken van de twee middentorens aan de zuidzijde worden door glazen torens vervangen, als lichtbakens in de nacht; in de middenbeuk van de onderdoorgang tekenden zij een langgerekte glazen lantaarn. Onder de onderdoorgang en de twee binnenhoven ligt in hun ontwerp een lager gelegen, groot en monumentaal binnenplein, dat de twee binnenhoven met elkaar verbindt.

Hubert-Jan Henket (1940) ziet ook het entreegebied ondergronds, maar de ingang ervan niet in de onderdoorgang, maar aan de voorzijde van het museum. Hij ontwierp een bijzondere toevoeging: een eivormig paviljoen op een van de binnenhoven voor de afdeling Aziatische kunst, geïnspireerd op Le Commencement du Monde van Brancusi.

Erik Knippers (1963) werpt eerst een slotgracht om het museum op, om die dan weer te openen met daaroverheen een loopbrug die door de onderdoorgang voert, met onder die brug een nieuwe entreehal. Van Heinz Tesar (1939) kwam een van de meest revolutionaire ideeën: hij wil de Zuidvleugel, nog maar zes jaar geleden vernieuwd, slopen als een inconsequent toevoegsel aan het idee van Cuypers.

Paul Chemetov (1928) ontwierp onder de onderdoorgang een vrij toegankelijk forum, dat de twee binnenhoven met elkaar verbindt; daar bevinden zich de entree, de museumwinkel, het café en het restaurant. Opmerkelijk in zijn ontwerp is een complex van tuinen, met een tentoonstellingstuin, een horecatuin, een contemplatieve bibliotheektuin, aan de voorzijde een esplanade en aan de zijkant zelfs een kindertuin.

In de laatste ronde moest hij het opgeven tegen Antonio Cruz (1948) & Antonio Ortiz (1947). Ook zij leggen de entree in de onderdoorgang, maar hun plan werd verkozen door hun heldere routevoering. Met diverse in- en uitgangen van de binnenhoven naar het museum zelf maken ze verschillende routes mogelijk, zelfs een aparte die direct van de touringcar naar De Nachtwacht voert en terug. Hun binnenhoven hebben een bijzondere lichtval door kristalachtige daksculpturen, en als extra cadeau voorzagen ook zij het museum van een apart paviljoen voor de Aziatische kunst. Henket en Venezia deden dat ook, maar Henket in een ei dat er te klein voor bleek, en Venezia's paviljoen staat op andersmans grond. Cruz & Ortiz bleven keurig binnen de kadasterlijnen van het museum zelf.

Het Nieuwe Rijksmuseum. Plannen & Maquettes. Rijksmuseum, Amsterdam, tot en met 30 april. Dagelijks van 10-17 uur, gratis op donderdagavonden van 18-21 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden