De koopman van Venetië: Theo Boermans

Als woede en engagement tot mooie toneelvoorstellingen leiden, dan belooft De koopman van Venetië een kraker te worden. Want regisseur Theu Boermans (58) is door subsidiënten tot het kookpunt gebracht....

In Chinees-Indisch restaurant Wei Ming in Dronten schuift Theu Boermans snel een portie Chinese garnalen in pittige knoflooksaus naar binnen. Om de hoek, in theater De Meerpaal, wordt intussen voortvarend gewerkt aan de voorstelling De koopman van Venetië, maar de regisseur is gehaast en geërgerd, en moet vooral even stoom afblazen. ‘Ze kunnen mijn gezelschap de nek omdraaien, ze kunnen me alle middelen van mijn bestaan afnemen, ze kunnen me zeggen: ‘U bent niet meer welkom.’ Maar ze kunnen me niet mijn liefde voor het toneel afnemen, want dat is de reden van mijn bestaan. In het ergste geval zal ik mijn heil ergens anders moeten zoeken, en dat zal niet in Nederland zijn. Dan beschouw ik mijn rol in het Nederlandse theater als uitgespeeld.’

Theu Boermans is boos, woedend bijna. Beledigd ook. De artistiek leider van het Amsterdamse toneelgezelschap De Theatercompagnie werd door de Raad voor Cultuur doorgestuurd naar het Fonds voor de Podiumkunst, dat hem vervolgens negatief beoordeelde. De Amsterdamse Kunstraad oordeelde positief maar gaf geen geld, omdat men ervan uitging dat het Fonds dat wel zou doen. Er loopt nu weliswaar een bezwaarprocedure, en de Amsterdamse wethouder van cultuur wil nog een gesprek met hem, maar als er niets gebeurt, is het gedaan met de carrière van Theu Boermans, althans in het Nederlandse theater. ‘Ja, als het echt allemaal misloopt, dan moet ik wel naar het buitenland. Mijn artistiek leider zijn en regisseurschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat waarborgt mijn artistieke autonomie, die bepalend is voor de kwaliteit van mijn voorstellingen en voor een ander belangrijk aspect van mijn werk, de talentontwikkeling van acteurs. Ik moet de vrijheid hebben dat te kunnen doen. Als het alleen om regisseren gaat, is het lucratiever dat in het buitenland te doen. Bovendien heb ik een aantal filmplannen die ik graag wil realiseren.’

Intussen zijn de ontslagaanvragen voor uw 23 medewerkers de deur uit en moet u ook nog een nieuwe voorstelling maken. Een hectische tijd. ‘Ik ben dan ook behoorlijk verbijsterd over al deze ontwikkelingen. En somber ook, ja. Niet eens zozeer voor mijzelf als wel voor al die mensen met wie ik soms al twintig jaar heb samengewerkt en die ik nu misschien moet ontslaan.

‘Je voelt je zo reddeloos, omdat het buiten je wil en buiten je macht om gebeurt, en dan ook nog eens op grond van zulke slechte argumenten. Echt, daar lusten de honden geen brood van, zo slecht is dat advies van het Fonds inhoudelijk onderbouwd. Allemaal bij elkaar gesprokkeld en bezijden de feiten, om een vooropgezet scenario uit te voeren: men heft het gezelschap op en pikt de 2 miljoen in die daarmee vrijkomen. De Theatercompagnie dreigt slachtoffer te worden van een geheel nieuw subsidiestelsel, en ik word intussen van loket naar loket gestuurd, die uiteindelijk allemaal gesloten blijken.

Maar de kwaliteiten van u als regisseur worden niet betwist. Sterker: u wordt een van de belangrijkste toneelleiders van het land genoemd. ‘Wat heb ik daaraan als mijn gezelschap intussen om zeep wordt geholpen? Het is ook zo beledigend voor de mensen die er werken. Ze worden zomaar aan de kant gezet, terwijl we toch prachtige voorstellingen hebben gemaakt. Soms is er ook wat mislukt, natuurlijk, maar dat mag gelukkig in het theater.’

Het is niet zo dat men vindt dat Theu Boermans zijn tijd heeft gehad, en dat nu ruim baan moet worden gegeven aan een nieuwe generatie? ‘Nee, niemand zegt: ‘Die Boermans is echt helemaal uit de tijd, alleen ziet hij dat zelf nog niet.’ Dat is juist het idiote van dit alles. Als ze mijn voorstellingen lelijk en ouderwets zouden vinden, als ze vinden dat mijn theater als een tang op een varken slaat, dan is dat duidelijk. Maar dat zeggen ze niet. Nee, ze zeggen: ‘Die Boermans is een van onze grote toneelleiders.’’

Toen uw groep in de problemen kwam, is een aantal prominenten, onder wie Frits Bolkestein, Jan Blokker en Freek de Jonge, in actie gekomen. Helpt dat? ‘Ze hebben dat op eigen initiatief gedaan, en het is ontzettend bemoedigend. Datgene waarvoor ik sta en waarmee ik bezig ben, is kennelijk voor een aantal mensen de moeite waard geweest. En dat is belangrijk, je voelt je als het ware minder alleen, je wordt bevestigd in je streven.’

Legt de verwarrende fase waarin u en uw gezelschap nu verkeren geen doem op het werken aan De koopman van Venetië? ‘Nee, absoluut niet. In het repetitielokaal gaat de knop meteen om, dan ben je met elkaar met de voorstelling bezig en zijn alle problemen voor dat moment voorbij. Maar ik sta nog niet buiten of ik moet weer bellen met de raad van toezicht, de zakelijk leider, de advocaat. Dat is tamelijk schizofreen, ja. De meeste van de stukken waaraan ik werk, raken aan datgene wat ikzelf op dat moment doormaak. Ik kan in die stukken, zoals vorig jaar Ajax van Sophocles en De eenzame weg van Schnitzler, de mechanismen blootleggen die onder allerlei machtsspelletjes zitten, en zodoende mijn kwaadheid en gekwetstheid wat op afstand zetten.’

‘Een voorstelling over hebzucht en intolerantie.’ Zo afficheert De Theatercompagnie De koopman van Venetië. In Shakespeares stuk is geld de maat van alle dingen. Met geld wordt liefde bedoeld en met geld wordt macht bedoeld. Het kwaad heet in dit stuk hebzucht en iedereen is erdoor bevangen. In de confrontatie tussen de rijke koopman Antonio en de joodse woekeraar Shylock gaat het ook om thema’s als intolerantie en niet gewenst zijn.

Nogal actueel, zou je zo zeggen. Kiest u uw stukken daarop uit? ‘Mijn voorstellingen moeten wel iets met de tijdgeest van doen hebben, ja. In het klassieke toneelrepertoire vind je tal van stukken die actueel zijn. In De koopman gaat het om het al dan niet toelaten van vreemde culturen, in dit geval in de persoon van Shylock. Je ziet hoe hij kaltgestellt wordt; je ziet de mechanismen eronder. Dat kun je vertalen naar hoe wij in Nederland, vanuit onze christelijkliberale en kapitalistische samenleving met andere culturen omgaan. Waar liggen de grenzen van onze tolerantie? Daar gaat De koopman over.’

En ook over probleemwijken en Marokkaanse jongeren? ‘Nee, theater hoeft voor mij niet één-opéén te gaan over de problemen in Amsterdam-West. Je kunt door dit stuk laten zien wat er gebeurt als mensen willen meedoen, maar niet kunnen of mogen. En waar uiteindelijk het fascisme vandaan komt, en het antisemitisme. Shylock is bij mij niet de gierige jood, maar de man die tot in zijn ziel is beledigd en daardoor eigenlijk gedwongen wordt tot fundamentalisme.’

Boermans is zijn theatercarrière begonnen als acteur. In 1968 ging hij, op uitdrukkelijk verzoek van zijn vader, naar de Toneelschool in Maastricht, waar hij vier jaar later zijn diploma behaalde. Ruim veertien jaar speelde hij, eerst bij het Amsterdams Toneel en later bij Zuidelijk Toneel Globe. Tussendoor maakte hij nog een wereldreis van anderhalf jaar om te achterhalen hoe hij in het leven stond.

Het klinkt allemaal niet alsof theater van begin af aan uw roeping was. ‘Dat was het ook niet. Toen ik aan die opleiding begon, had ik nog nooit een toneelstuk gezien. Ik ben opgegroeid in de jaren zestig in Venlo, waar weinig te beleven viel. Met een paar vriendjes speelden wij de studentenopstand in Amsterdam na. Veel kwajongensgedoe; ik ben veelvuldig met de politie in aanraking geweest. Ik was zo’n beetje de gangmaker in demonstraties die volledig uit de hand liepen. Ik ben van school gestuurd, heb op een internaat gezeten, in Duitsland in fabrieken gewerkt, en dacht eigenlijk nooit na over wat ik zou willen worden. Tot mijn vader op het idee kwam me naar de toneelschool te sturen, zo ongeveer de enige optie die nog open was.’

Uw vader had zelf ook artistieke ambities: hij was een verwoed amateurtoneelspeler en schreef later liedjes en revues. ‘Het was ongetwijfeld zijn droom zelf het theater in te gaan, maar door de oorlog is het er niet van gekomen. Hij is nog een tijdje journalist geweest en daarna onderwijzer. De eerste keer dat hij naar me is komen kijken, was bij Globe, in De redders van Gerrit Komrij. Daarin speelde ik Jezus, in een opgesneden badpak, met hoge hakken en syfilisvlekken in het gezicht. Ja, wij waren overduidelijk avant-garde in die tijd. Mijn vader moet toen gedacht hebben: hier komt het publiek niet voor, en is toen zelf stukken gaan schrijven voor het amateurtoneel. Hij heeft daar uiteindelijk behoorlijk furore mee gemaakt, als een soort Carmiggelt, de chroniqueur van het Limburgse leven.’

Zoon Theu heeft twintig jaar lang de revues van zijn vader geregisseerd. Elke maandag ging hij naar Venlo om met de amateurs daar te werken. Enorme spektakels waren dat, met tweehonderd man op het toneel, en duizenden Limburgers die kwamen kijken. Het was ook zijn eerste ervaring als regisseur, en toen hij ervoer dat de tijd er niet naar was om als acteur verder te groeien, besloot hij zijn eigen gezelschap op te richten. De Trust, met spelers als Jaap Spijkers, Anneke Blok en Marieke Heebink. Aanvankelijk in Arnhem en later in Amsterdam schreef hij met De Trust theatergeschiedenis door het spelen van jonge, wilde, Duitse schrijvers en door bloederige, gewelddadige opvoeringen van Griekse tragedies. In 2001 fuseerde De Trust met de groep Art & Pro en ontstond De Theatercompagnie.

Uw voorstellingen zijn over het algemeen tamelijk somber, vol geweld, en ook nogal duister. U lijkt mij geen levensgenieter. ‘Dat is een misverstand. Regisseurs die hun voorstellingen optimistisch en hoopvol laten eindigen, zijn in het dagelijks leven doorgaans asociale en zwaarmoedige types. Bij mij is het andersom. Bovendien kijken we in het theater bij voorkeur naar het lijden en de ondergang van iemand anders. Dat is al zo oud als het theater zelf. Op dit moment ga ik echt niet fluitend door het leven, zeker niet nu ik mensen moet ontslaan, maar over het algemeen ben ik een opgewekt mens, die ontroerd kan raken door de absurditeit van het bestaan en daar vaak erg om moet lachen. Ik weet ook wel dat het leven zinloos is, maar dat maakt het des te interessanter om te leven. Als je, zoals ik, zonder god en gebod leeft, is het wel zaak voor jezelf een paar ethische coördinaten vast te leggen. Anders wordt het een puinhoop.’

Heeft dat zonder god en gebod leven onder meer geresulteerd in uw drie huwelijken? ‘Ik ben drie keer getrouwd geweest, dat klopt, hoewel die eerste keer geen naam mag hebben want dat was een kortstondige bevlieging op de toneelschool. Maar met mijn exen heb ik nog steeds een prima verhouding. Dat moet ook wel: ik heb een zoon van 26 uit mijn tweede huwelijk, en een zoon van 12 en dochter van 10 uit mijn derde. Die van 10 en 12 wonen drie dagen per week bij mij, hun moeder en ik delen het ouderschap. Het zijn geweldige kinderen. Beeldschoon ook, maar dat is beslist niet mijn verdienste, maar de verdienste van hun moeder.’ Waarom laat een gezonde, heteroseksuele man als u een prachtige, getalenteerde vrouw als Paula van der Oest, uw derde echtgenote, schieten? ‘Ik heb veel prachtige vrouwen laten schieten, of ze hebben mij laten schieten. Dat gaat zo met prachtige, getalenteerde vrouwen. Ik heb kennelijk een zwak voor vrouwen die op het punt komen dat ze hun eigen weg moeten gaan. Je hebt allebei een leven, allebei een carrière, en als de belangen niet meer stroken, kan je soms beter je eigen weg gaan. Daar is op zich niets mis mee. Mis is het pas als er verraad en bedrog in het spel komen.’ Heeft u van die scheidingen nooit spijt gehad? ‘Ik heb mij in het algemeen nooit veel illusies gemaakt dat de dingen voor eeuwig zijn. Maar uiteindelijk hebben al mijn huwelijken die afliepen mij pijn gedaan, vooral voor de kinderen. Ook al was ik er zelf misschien mede de oorzaak van. Het heeft niet eens zozeer te maken met het feit dat je niet meer van elkaar houdt, maar dat je leven een andere richting op gaat dan de gezamenlijke richting van daarvoor. Dan komen twee verschillende ambities en karakters in botsing. Belangrijk is dat je op een goede manier, en als het kan zonder pijn, uit elkaar gaat. Dat is een verplichting die je tegenover elkaar hebt.’

Uw imago van de regisseur-charmeur met mooie actrices om hem heen, klopt dus niet? ‘Ik weet dat ik klaarblijkelijk wat dat betreft een slechte naam heb. Iedereen denkt dat ik een notoire vreemdganger ben, maar dat is absoluut niet aan de orde. In mijn jonge leven als acteur was dat overigens wel zo, maar dat hoort nu eenmaal bij het acteursbestaan.’

U heeft nu al weer een paar jaar een nieuwe relatie, met een veel jongere vrouw die nog aan het begin van haar theatercarrière staat. ‘Daar kun je allerlei theorieën op loslaten, maar zoiets gebeurt gewoon. Hoe noem je dat ook alweer: de innerlijke leeftijd? Welnu die is bij mij 24, de leeftijd waarop alles nog in wording is. In mijn levensgevoel is alles altijd in wording, en daar voel ik me ook erg toe aangetrokken. Als de dingen niet meer bewegen, voel ik me niet prettig, want dat betekent stilstand en uiteindelijk neergang. Mijn leidmotief is: waar je stappen zet, wordt het grond.’

Komend voorjaar gaat voor Boermans een lang gekoesterde wens in vervulling: de verfilming van Gysbrecht van Aemstel van Vondel. Een megaproject, met een budget van 8 miljoen euro, geproduceerd door Matthijs van Heijningen. De opnamen zijn in Roemenië; in de Donau-delta zullen delen van Amsterdam worden nagebouwd. En dan is er het plan voor een tv-serie over Ayaan Hirsi Ali, waarvan het scenario ter beoordeling ligt bij het Stimuleringsfonds. Over de opkomst en de ondergang van het fenomeen Ayaan, over moed en doorzettingsvermogen, en waar dat vandaan komt.

Weet u al wie Ayaan gaat spelen, toch niet Katja Schuurman met schoensmeer op? ‘Er zijn wel Somalische actrices, maar die zitten in Parijs. Voor mij is Ayaan een combinatie van Jeanne d’Arc en Antigone. Ik ben vooral geïnteresseerd in haar drive, en het opportunisme om haar missie te volbrengen. En in de manier waarop in dit land met haar is omgegaan, de mechanismen die daarachter zitten.’

Maar eerst De koopman. In veel steden is de voorstelling bijna uitverkocht. Dat moet prettig zijn. ‘Dat geeft een goed gevoel. Als het in Eindhoven en Delft in de voorverkoop al vol zit, is dat het bewijs dat er voor dit theater een breed publiek is. Ik probeer de onzekerheid over de toekomst van mijn werk in Nederland buiten de deur te houden. Mijn zoon van 12 had laatst een krantenknipsel met als kop ‘Theatercompagnie wordt opgeheven’. Hij was ervan overtuigd dat wij nu worden veroordeeld tot de bedelstaf, en dat hij een bijbaantje moet gaan zoeken. Ontroerend. Ach, als het moet zullen we huis en haard verlaten – daar waar we stappen zetten, wordt het grond.’

cv

Mattheus Augustinus Irene Carmen Boermans

geboren 11 januari 1950 in Willemstad, Curaçao burgerlijke staat Drie keer getrouwd geweest, drie kinderen

opleiding 1968 tot 1972 Toneelschool Maastricht werk Van 1972 tot 1984 acteur bij Amsterdams Toneel en Zuidelijk Toneel Globe 1988 Richt De Trust op, wordt artistiek leider Maakte voorstellingen als Bloedbad en Hamlet, 2001 De Trust fuseert met Art & Pro en wordt De Theatercompagnie, Boermans wordt artistiek leider, 2002 Regisseert Hamlet, 2004 Regie van Een Meeuw met Halina Reijn en Carice van Houten, 2005 Regie Don Carlos, 2006 Regie De Uitverkorene, 2007 Regie Ajax van Sophocles met Hans Kesting

De koopman van Venetië door De Theatercompagnie gaat 13 november in première in de Stadsschouwburg, Amsterdam, daarna tournee t/m 23 december. www.theatercompagnie.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden