DE KONINKLIJKE FIRMA'S

JE ZOU de titel guitig kunnen noemen. Gekust door de koning: dat belooft een verhandeling over royale ondeugendheid. Maar er blijkt enige misleiding in het spel....

JAN BLOKKER

De ondertitel biedt wetenschappelijker houvast. De lezer dient zich voor te bereiden op 'een historisch-antropologische studie naar de ontwikkeling van de positie van de koninklijke maîtresse aan het Franse hof in de zeventiende en achttiende eeuw', en wat daarbij verder ook aan erotische of seksuele faits et gestes te pas kan zijn gekomen, de volle nadruk ligt op de sociale (machts)positie, dus vanzelfsprekend ook op de sociale kwetsbaarheid, van de vorstelijke concubine.

Geen slaapkamergeheimen derhalve, maar desalniettemin lijkt het me alleszins gerechtvaardigd dat van de dissertatie binnenkort een handelseditie zal verschijnen ten gerieve van een zogenoemd breed publiek. Want wat Hanken heeft verzameld, geordend en beanalyseerd over haar onderwerp is in kwantiteit en kwaliteit van hoog gehalte, altijd wetenswaardig, niet zelden amusant en bijna helemaal gevrijwaard van het sociaal-wetenschappelijk bargoens dat zulk soort onderzoek nogal eens kan ontsieren. Het blijft eigenlijk beperkt tot het begrip 'figuratiesociologie' dat, ter onderscheiding van de discipline waarin het gedrag van film- en toneelfiguranten wordt bestudeerd, misschien beter gelezen kan worden als configuratiesociologie, omdat het vooral gaat om het samenstel van relaties binnen een hiërarchie. Hanken maakt zelf de even aardige als verhelderende vergelijking tussen het hofleven in de dagen van Lodewijk XIV en XV, en wat ze noemt 'de huidige kantoorcultuur van sommige grote bedrijven'. De maîtresse als employee - enerzijds naar de ogen gekeken vanwege haar speciale verstandhouding met 'de baas' en de gunsten die ze daarom kon helpen verlenen, maar anderzijds om dezelfde reden voortdurend belaagd door wantrouwen, jaloezie en rivaliteit. Haar functie was in zekere zin geformaliseerd - ze werd op een gegeven moment 'gepresenteerd' en heette de maîtresse en titre - maar stelde tegelijkertijd, afgezien van 's konings ledikant, in concreto natuurlijk betrekkelijk weinig voor, dat wil zeggen dat elke maîtresse haar eigen prerogatieven, bevoegdheden en machtsmiddelen opnieuw zelf moest maken.

Om die deels verheven, deels onderdanige, deels vogelvrije, deels hyperafhankelijke positie te verduidelijken schetst de studie in geuren en kleuren de door duizenden personeelsleden bevolkte organisatie die we een hofhouding noemen: van de reusachtige bestuurshuishouding waaraan de vorst geacht werd leiding te geven, tot aan zulke ogenschijnlijk ondergeschikte, maar in werkelijkheid relevante details als de verdeling van de 'besteedbare' ruimte - wie woonde, op hoeveel vierkante meter en in welke nabijheid (of op welke eerbiedige afstand) van het centrum in het paleis, en waar mocht de maîtresse domicilie kiezen?

Daaromheen is het fijnmazige stelsel geschilderd van patronage en protectie, van omkoping en smeerdiensten, van roddel en achterklap, en niet te vergeten van devotie of pseudo-devotie die, telkens weer ontketend door de al dan niet geaccrediteerde geestelijkheid, het instituut van de 'erkende' cocotte in de wielen probeerde te rijden: een ware microcosmos waarbinnen nauwelijks grenzen bestonden tussen een privé en een openbaar leven en die, zonder een noemenswaardige relatie met de natie te onderhouden, die natie niettemin representeerde.

Dat de koning 'recht' had op zijn maîtresse kon door de Kerk in morele termen worden betwist, maar werd doorgaans gedoogd op grond van de overweging dat zijn huwelijk haast per definitie uit staatsbelang in plaats van liefde was gesloten. De taak van de koningin beperkte zich tot het baren van liefst zoveel mogelijk kinderen, want er gingen er onderweg veel dood en het voortbestaan van de dynastie moest in ieder geval gewaarborgd blijven; nogal wat maîtresses onderhielden goede of soms zelfs hartelijke betrekkingen met de echtgenote van hun minnaar.

Hanken benadrukt dat de positie en de status van de maîtresse in de loop der jaren zijn veranderd, en maakt - met Norbert Elias (Die höfische Gesellschaft) als leidsman - de samenhang duidelijk tussen die veranderingen en bepaalde ontwikkelingen binnen het universum van de Tuilerieën en Versailles. De spectaculairste verschuiving was misschien die uit 1745, toen Lodewijk XV een burgermeisje tot maîtresse déclarée verhief: hoe de derde stand een beslissende bres sloeg in het monopolie van de adel - en niemand die toen nog kon vermoeden dat Antoinette Poisson als Madame de Pompadour de beroemdste van alle bijzitten zou worden. En beroemd wordt ze bovenal door een uitzonderlijk talent om in de giftige slangenkuil te overleven èn door wat we modern haar sociaal-culturele trendgevoeligheid zouden noemen.

De verleiding om haar bevindingen uit de tijd van het ancien régime door te trekken naar vergelijkbare mechanieken in de late twintigste eeuw heeft Hanken niet willen weerstaan. Ik noemde al de door haar gesuggereerde analogie met de hedendaagse kantoorcultuur, en in een epiloog extrapoleert ze er nog eens lustig op los van de oude Lodewijkiaanse naar de latere Europese hoven, waar de maîtresses en titre weliswaar verdwenen, maar de buitenechtelijke vriendinnetjes van vorsten en prinsen nooit van wijken wisten.

De 'theorie' die ze daarbij langs een omweg ontvouwt over 'veranderende verhouding tussen journalisten en politici' en waaruit ze probeert te verklaren waarom schandaalverhalen tegenwoordig weer zo hoog scoren, lijkt me grotendeels onzin - haar enige 'autoriteit' is ook Mitchell Stephens (Geschiedenis van het nieuws - Van de tamtam tot de satelliet), en die kun je moeilijk de Norbert Elias van de persgeschiedenis noemen.

Aardiger (en actueler) is uiteraard de verwijzing naar de troebelen bij de Engelse koninklijke familie - maar op dat punt is de promovenda door de actualiteit toch nog weer ingehaald. Veel verder dan de Camilla-tapes was ze blijkbaar niet toen ze haar manuscript moest voorleggen, en op grond van dat laatste nieuws concludeert ze dat 'de positie van Charles als toekomstig koning' niet meer vanzelf spreekt. Dus Diana's veelbesproken televisie-interview gemist, en daarin vooral - want de rest deed er natuurlijk niet zo erg veel toe - het begrip 'firma' waarmee Lady Di de hofhouding van Buckingham Palace aanduidde. Een mooier teken van continuïteit op het gebied van vorstenhuizen en hun (bed)geheimen zou Hanken zich niet hebben kunnen wensen.

Caroline Hanken: Gekust door de koning.

De handelseditie verschijnt in april bij Meulenhoff.

ISBN 90 290 5127 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden