De koninginnedagvogel voelt zich steeds minder thuis in de stad

AMSTERDAM - Het leidt ieder voorjaar weer tot opwinding bij vogelliefhebbers: de terugkeer van de gierzwaluw uit Afrika, en dan vooral: de terugkeer van de gierzwaluw naar de stad. Vanaf half april worden de eerste exemplaren gesignaleerd, maar ergens eind april is er dan opeens die dag dat ze volop rondcirkelen in het avondlicht. Dan pas is het voor veel vogelaars echt lente. En omdat die betreffende dag vaak rond 30 april ligt, heeft de gierzwaluw in Amsterdam de bijnaam 'koninginnedagvogel'.


Maar de vraag is: hoe lang is de gierzwaluw nog een typische 'zomergast' van de historische stad? Volgens de jaarlijkse Stadsvogelbalans, die Vogelbescherming Nederland dinsdag presenteerde, gaat het slecht met de gierzwaluwen in de oude steden. Tegelijkertijd koloniseert de vogel, die slechts drie maanden in Nederland blijft, relatief nieuwe steden als Zoetermeer en Almere. Oorzaak: de oude, vooroorlogse wijken raken ongeschikt als broedbiotoop. Door dakisolatie, door het verdwijnen van spleten en gaten in gebouwen.


Vogelbescherming Nederland houdt een slag om de arm, omdat gierzwaluwen (tussen de 30.000 en 60.000 broedparen) pas sinds zes jaar consistent worden geteld in het kader van het zogeheten Meetnet Urbane Soorten (MUS). 'Maar in die zes jaar is de trend licht dalend', aldus woordvoerder Jip Louwe Kooijmans. De lichte toename in nieuwe woonwijken compenseert de flinke afname in de oude stadswijken niet.


De analyse is volgens Kooijmans snel gemaakt als het gaat om de gierzwaluw. 'Hij is voor zijn broedsucces voor 99,9 procent afhankelijk van onze bebouwing.' Want verder leeft de gierzwaluw voornamelijk in de lucht, waar hij eet (insecten), slaapt en vermoedelijk zelfs paart. De vogel komt alleen naar de grond in de broedperiode. 'Dat is eigenlijk het enige moment waarop het mis kan gaan.'


Volgens Louwe Kooijmans zijn er eenvoudige methoden om de gierzwaluw makkelijker te maken. 'Door het aanbrengen van een neststeen in nieuwe huizen, bijvoorbeeld.' Dat is niet meer dan een steen met een holte erin. Ook goed voor huismus, spreeuw, kauw en huiszwaluw. Met de meeste 'huizenbroeders' gaat het niet goed. Vooral de spreeuw holt in aantal achteruit, 40 procent in de afgelopen twintig jaar. 'Die is hard op weg om, net als de huismus, op de Rode Lijst te komen.'


De achteruitgang van de huismus lijkt overigens gestopt. Na een halvering in de laatste 25 jaar, is er in de laatste jaren zelfs sprake van lichte groei. Watervogels (veel eenden) doen het beter in de stad, evenals exoten. Met parkvogels als winterkoning, roodborstje en merel gaat het daarentegen slechter. Louwe Kooijmans: 'De kwaliteit van het groen in de stad is vaak armzalig. Een plataan lijkt wel groen, maar er zit nauwelijks een levend mechanisme in. Ook met exotische bomen en struiken kunnen inheemse insecten, en vogels, niets.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden