De koningin als gewone vrouw

Corstiaan de Vries was allroundkunstenaar, voordat hij – met dank aan koningin Juliana – portrettekenaar werd. Het liefst tekende hij kinderen....

Corstiaan de Vries, op 30 mei op 72-jarige leeftijd in Amsterdam overleden, was een verfijnd, elegant en succesvol kunstenaar. Hij tekende met kleurpotlood – uitsluitend van Caran d’Ache – zachtaardige portretten. In 1973 portretteerde hij koningin Juliana als een gewone vrouw met een hondje op schoot. Het betekende zijn doorbraak en hij kreeg opdrachten uit binnen- en buitenland. Hij kon champagne drinken en zijn carrière als cabaretier, muzikant, tekstschrijver, decor- en kostuumontwerper achter zich laten. Hij was een gedreven gastheer en maakte zijn woningen in het Gooi en later Amsterdam, tot opwindende tempels vol (veelal Aziatische) beelden,kandelaars, kristal, ivoor, kunstboeken en spannende rariteiten. Zijn huis aan de Oudezijds Voorburgwal werd beroemd om de ‘bado-eetotheek’; een vertrek met een witte vleugel, een barokke, voorbeeldig gedekte eettafel en een groot rond bad.

In de Nederlandse kunstwereld werden zijn portretten als ‘gelikt’ en ‘wezenloos’ afgedaan, maar Corstiaan en zijn opdrachtgevers trokken zich er weinig van aan. Hij behoorde niet tot de grensverleggende avant-garde, hij wilde niet te zeer doordringen tot de ziel van de geportretteerde. Dat kon pijnlijk zijn. Hij hield gepaste afstand. Zijn passie was schoonheid.

Corstiaan de Vries kwam uit een Rotterdams arbeidersgezin. Zijn vader was lasser bij de gemeentelijke waterleidingdienst en had weinig begrip voor de dartele zoon, die al op 4-jarige leeftijd aardig piano speelde. Corstiaan tekende graag, organiseerde kinderstraatfeesten, zong liedjes op het podium en maakte poppenkastpoppen. Van zijn vader moest hij naar de ambachtsschool. Hij werd huisschilder en kreeg een afkeer van verf. Op de Rotterdamse kunstacademie volgde hij de opleiding decoratieve kunsten. Tegelijkertijd nam hij pianolessen en speelde, in 1957, voor de NCRV-radio zijn eigen compositie Lentemorgen. Bij de oprichting, in 1959, van het Lurelei-cabaret begeleidde hij Adèle Bloemendaal en Eric Herfst op de piano. Die taak werd door Frans Halsema overgenomen, maar Corstiaan bleef muziek schrijven en tekeningen maken voor de programma’s.

Hij kreeg opdrachten voor muurschilderingen, glasmozaïeken en wandtapijten, werd docent tekenen, verhuisde naar Laren en maakte in 1964 als cabaretier zijn televisiedebuut. Hij ontwierp decors, kostuums, en een lp-hoes voor The Golden Earring, maar begreep dat hij moest kiezen. Het werd het kleurpotlood, en dat bracht verwarring. Opdrachtgevers meenden dat een echt portret in olieverf werd geschilderd: Een getekend portret bleef een ‘voorstudie’.

Na de beeltenis van koningin Juliana, waarvoor zij te midden van vijfentwintig kunstenaars tien minuten op Huis ten Bosch poseerde, was ook dat probleem verholpen. Weken, soms maanden was hij van huis. Hij logeerde op buitens en paleizen en maakte hotelsuites tot atelier. Vooral kinderen boeiden hem, omdat zij hoop en verwachting bieden. Kinderportretten beschouwde hij als verstilde illusies, bedoeld om de herinnering te bewaren.

Corstiaan werkte streng en gedisciplineerd, maar als het mooi weer was, moest hij naar Zandvoort. Hij creëerde zijn eigen paradijs, waarin hij heel selectief zijn vrienden toeliet. Ruimhartig, maar – net zoals in zijn portretten – gaf hij de ware geheimen nooit prijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden