De kolonel blijft koppig lijken identificeren

Laboratorium no. 124 is de laatste hoop van Russische moeders. Hier kunnen de dode lichamen uit de Tsjetsjeense oorlog een naam krijgen....

Met lege oogkassen kijkt de schedel in de lens van de camera. Een soldaat maakt digitale opnames, en draait hem een stukje naar links en naar rechts, zodat de schedel straks op de computer van verschillende kanten is te bekijken.

Luitenant Boris Sjkolnikov klikt, en op het scherm worden de botten als door een wonder bekleed met vlees. De computer zoekt in het fotobestand naar gezichten die bij de schedel passen - de gezichten van honderden soldaten die in Tsjetsjenië zijn verdwenen en te boek staan als vermist.

De computer staat in een doodlopend zijstraatje in Rostov-na-Donoe, de stad waar het Russische militaire hoofdkwartier in de Noordelijke Kaukasus is gevestigd. In een vervallen gebouw is daar het Centraal Forensisch Laboratorium no. 124 ondergebracht. Voor honderden Russen die erachter proberen te komen wat er is gebeurd met hun naasten, is het lab hun laatste hoop.

Hier zijn onder leiding van kolonel Vladimir Sjtsjerbakov sinds het begin van de oorlog in 1995 meer dan driehonderd lichamen geïdentificeerd, en regelmatig komt er uit Tsjetsjenië een nieuwe 'vracht tweehonderd' - legercode voor de lijken van omgekomen soldaten.

De kolonel is een gedreven mens. Hij vindt het zijn plicht ervoor te zorgen dat geen enkele soldaat zonder naam wordt begraven. 'Toen onze jongens in Afghanistan sneuvelden, stopten we maar wat in een zinken kist en stuurden dat naar huis. Soms alleen wat stenen. Voor Russen is het een revolutionaire mentaliteitsverandering dat je verplicht bent moeders het lichaam van hún kind terug te bezorgen.'

Laboratorium no. 124 werd min of meer toevallig het centrum voor identificatie van gesneuvelde soldaten. Na de eerste, desastreus verlopen bestorming van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny begonnen de lijken te arriveren in Rostov-na-Donoe. Vaak onherkenbaar verminkt of verbrand.

Sjtsjerbakov moest maar zien wat hij met ze deed. De lijkenhuizen waren veel te klein, de kolonel had geen apparatuur, hij moest het rottend vlees op de binnenplaats van het lab in grote pannen van de lijken laten koken. De ouders die persoonlijk naar Rostov waren gekomen voor de identificatie van hun zoons moesten langs de stinkende en kokende ketels.

Met eindeloos lobbyen heeft Sjtsjerbakov geld bij elkaar gekregen voor een autoclaaf, zodat dat die taferelen tot het verleden behoren, en ook computers, centrifuges en een sequencer voor de analyse van DNA. Zelfs de moeilijkste gevallen kan het laboratorium nu aan.

De generaals in Moskou hebben besloten laboratorium no. 124 onder het mom van een reorganisatie op te heffen. Het ministerie van Defensie wil dat er een eind komt aan het identificatiewerk.

Tegen de zin van het lab zijn vorig jaar de lichamen van 235 onbekende soldaten in Moskou begraven. Het was een ceremonie met militaire pracht en praal, bedoeld om de indruk te wekken dat de oorlog in Tsjetsjenië tot het verleden behoorde. Zand erover. Het lab herinnert er op ongemakkelijke wijze aan dat er nog steeds bijna elke dag soldaten sneuvelen en er nog steeds zo'n tweehonderd worden vermist.

'Als iemand wordt geïdentificeerd, geeft dat de nabestaanden eindelijk zekerheid', zegt Jelena Zjoebrovskaja. Sommige moeders klampen zich vast aan elke strohalm, en hopen tegen beter weten in dat hun zoons al die jaren gevangen worden gehouden door de Tsjetsjenen.

Zjoebrovskaja kan het weten: als voorzitter van het Comité van Soldatenmoeders in Rostov heeft ze tientallen mensen geholpen bij het zoeken naar hun zoons. 'Gesneuveld uit onze provincie: 214 personen', staat er op een briefje aan de muur van haar piepkleine kantoortje in de komandatoera. 'De militairen vinden dat het 124ste te veel geld kost en dat het te veel de aandacht vestigt op de verliezen', vermoedt ze. 'De oorlog wordt toegedekt.'

Hoeveel lichamen hij precies heeft geïdentificeerd mag kolonel Sjtsjerbakov niet zeggen. De verliezen in Tsjetsjenië zijn door het Kremlin tot staatsgeheim verklaard. Een voorzorgsmaatregel.

De publieke opinie is moe van de oorlog, en voor het eerst sinds het begin van de militaire campagne in 1999 wijzen peilingen uit dat meer dan 50 procent van de Russen vóór onderhandelingen is. Het leger heeft besloten de meeste lichamen niet meer naar Rostov te brengen, en ze ter plekke te identificeren. In het verleden heeft dat meer dan eens tot pijnlijke fouten geleid; ouders kregen het verkeerde lichaam thuisbezorgd.

Ondertussen gaat de kolonel koppig door met identificeren. Hij heeft een plan opgesteld om forensische gegevens van alle militairen te verzamelen voordat ze de strijd in worden gestuurd. In andere landen is dat standaard, maar in Rusland heeft zelfs niet iederesoldaat een identificatieplaatje van metaal. 'Alleen een heel complex van maatregelen garandeert dat we iedereen kunnen identificeren', betoogt hij vol vuur.

Dankzij de koppigheid van de kolonel heeft lijk no. 68 sinds vorige week zijn naam terug. De overblijfselen die in maart 1995 op het laboratorium arriveerden, zijn bijna niet als menselijk te herkennen. Ze waren afkomstig uit een tank die door de rebellen in brand was geschoten. Het lab kan lijken identificeren door vinger- of zelfs de voetafdrukken te vergelijken met die van familieleden.

'Vingers branden als lucifers', zegt dactyloscopisch expert Valeri Rakitin. 'Voeten zitten stevig ingepakt in schoenen.' Maar wat er van lijk no. 68 over was, paste in een sigarenkistje: een stuk schedel, een paar ruggewervels. Die konden pas worden geanalyseerd toen vorig jaar eindelijk het nieuwe DNA-lab was geïnstalleerd.

Het is er pijnlijk schoon, de machines glanzen, in petrischaaltjes liggen crèmekleurige stukjes bot te weken. De modder en ellende van de oorlog zijn hier ver weg. no. 68 was soldaat Pavel Doejajev, vermist sinds januari 1995.

Hij is de 46ste van de 235 voortijdig als 'onbekende soldaat' begraven lichamen die alsnog zijn geïdentificeerd. Net als de anderen wordt Pavel Doejajev opnieuw begraven in het dorp waar hij vandaan kwam.

Als het aan kolonel Sjtsjerbakov ligt is de erebegraafplaats in Moskou over een paar jaar leeg. De kans is groot dat het door het ingrijpen van het ministerie zover niet komt. 'Ik heb mijn plicht als officier, burger en gelovig mens gedaan', zegt hij. 'God zal ze zeker straffen.'

Eén nederlaag heeft hij al geleden. In het armenhoekje aan de rand van het Noorderkerkhof van Rostov, op een paar kilometer van het lab, liggen rijen identieke graven. Het zijn meer dan honderdvijftig burgerslachtoffers uit Tsjetsjenië. Aan de identificatie van burgers begint zelfs laboratorium no. 124 niet. Te weinig gegevens. Te weinig geld. Op elk graf ligt een eenvoudige steen met een nummer en een grafkrans van plastic in het wit-blauw-rood van de Russische vlag, de kleuren verbleekt door de sneeuw en de regen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden