Column

'De koffie was smerig. Ik denk dat ze niet zo vaak bofte'

De oude dag komt met gebreken, althans een vermoeden daarvan, dat ik graag ontkend of desnoods bevestigd wilde hebben. Daarom stond ik in het voorgeborchte van een oogkliniek te staren naar een koffieautomaat die steeds waziger werd; men had iets in mijn ogen gedruppeld en verzocht in de wachtkamer 'plaats te nemen'. Daar ben ik van nature te rusteloos voor, zéker in een oogkliniek, waar ze je elk moment kunnen vertellen dat allebei je ogen eruit moeten en wel onmiddellijk.

Beeld ANP

Ik nam dus geen plaats, maar drentelde heen en weer voor die koffieautomaat en dacht na over glazen ogen. Die kleine adertjes maken ze met minuscule draadjes rode wol, had ik eens gelezen. Maar... 'Doet-ie het niet?', hoorde ik naast me vragen. Een kleine, dikke vrouw van een jaar of 60, zo te zien van Polynesische komaf.

Haar vriendelijke, ronde gezicht stond naar chronische berusting; niet alleen in een eventueel kapotte koffieautomaat, maar in alles wat het leven ons zoal voor de voeten werpt. Ze had één lief, bruin oog. Voor het andere zat een witte pleister. 'Deze ken ik nog niet', zei ze. Met ontzag bekeek ze de inderdaad nogal indrukwekkende koffiemachine. 'En ik kom váák in ziekenhuizen hoor. Ik ken al die koffieapparaten. Maar deze niet...' Ze lachte weerloos.

Na moeizaam turen ontwaarde ik de tekst 'AFVALRESERVOIR LEGEN' op het digitale schermpje. Er stak een sleuteltje in de deur van het apparaat en die twee glazen ogen in het verschiet verschaften mij ongekende daadkracht: ik opende het deurtje, trof daadwerkelijk een bak vol koffieprut aan, schoof de bak eruit, leegde hem in de belendende prullenbak en schoof hem terug.

De automaat gaf een tevreden zoemgeluidje en verklaarde 'MAAK UW KEUS'. Met open mond keek de vrouw toe. 'Dat u dat dúrft!', riep ze uit. Ik probeerde te kijken als iemand die dagelijks wildvreemde koffieautomaten op gang helpt en tapte twee bekertjes cappuccino.

'Nou, wat doet u dat handig!', riep de vrouw. 'Ik zeg altijd maar: God helpt wie zichzelf helpt!' En, na een slokje: 'Wat een heerlijke koffie! Veel lekkerder dan in al die andere ziekenhuizen. We boffen maar, hè?' Weer die weerloze glimlach. De koffie was smerig. Ik denk dat ze niet zo vaak bofte.

Door die druppels zag ik inmiddels alles alsof ik onder water liep. De dokter riep me binnen, scheen een tijdje met ijselijk felle lampen in mijn ogen en concludeerde dat alles volkomen in orde was. Even later stond ik beduusd knipperend op straat.

Ik zag nu echt bijna niets meer.

En daarvoor ga je dan naar een oogkliniek.

Reageren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden