'De Koerdische lente' is al weer voorbij

De oorlog in Irak werpt zijn schaduw in het zuidoosten van Turkije vooruit. De grote angst van de Koerden daar is dat het Turkse leger Noord-Irak binnentrekt....

Van onze verslaggever Eric Outshoorn

Uit de rookafvoer van Hasans ocakbasi (grill) hangt een zwart uitgeslagen sliert gestold vet. Resultaat van Hasans jarenlange pogingen zijn klanten te voeden met zijn geroosterde kip- of kebabspiesjes. En ofschoon die tevreden zullen zijn met Hasans snelle hap, zijn het er te weinig om van te leven.

Hasan is geboren in Diyarbakir, de grootste stad van Zuidoost-Turkije. Hij is er nooit weggegaan, in tegenstelling tot veel van zijn stadgenoten die zijn uitgeweken naar Istanbul, of geëmigreerd naar Duitsland of Nederland.

Stadgenoot Aydin repareert elektromotoren. Zijn zaak van amper twee vierkante meter staat er vol mee. Zijn assistent is bezig met het opnieuw wikkelen van een spoel met fijn koperdraad. Aydin kampt met het zelfde probleem als Hasan: vakmanschap genoeg, maar te weinig klanten.

Op deze middag dat de regen nu eens niet gestaag neerdruist, dringt de vraag zich op waarom zij wel in Diyarbakir zijn gebleven. De vier wegen die de oude binnenstad in kwarten snijden, zijn bijna de enige die verhard zijn. Passerende Koerdische vrouwen dragen vaak een witte hoofddoek met een felgekleurd kalotje erop, maar hun broekspijpen en schoenen druipen van de modder. Automobilisten kennen geen genade.

Diyarbakir is een stad van stuitende armoede. Ver weg van de regering in Ankara. De bevolking is overwegend Koerdisch, wat geen pr is in de ogen van het kemalistische establishment.

Burgemeester Feridun Celik heeft de grootst mogelijke moeite zijn stad draaiend te houden. Fondsen uit Ankara arriveren slechts mondjesmaat en tot overmaat van ramp werpt de oorlog in Irak zijn schaduw vooruit.

De Koerden in de regio zien de bui al hangen, want zij zijn niet vergeten hoe zij na de Golfoorlog in 1991 werden overspoeld door een stoet vluchtelingen uit Irak, terwijl tegelijkertijd een ongekend wrede oorlog werd uitgevochten tussen de Koerdische afscheidingsbeweging PKK en het leger.

Even was er hoop toen vorig jaar november de militaire uitzonderingssituatie werd opgeheven en de vier zuidoostelijke provincies weer onder een burgerbestuur vielen. Het leger staakte grotendeels zijn pesterijen en intimidaties van de bevolking, waardoor de parlementsverkiezingen veelal ongehinderd verliepen.

'Ja toen waren we redelijk optimistisch', verzucht de gepensioneerde Mehmet, leraar Engels, die zijn hopeloze pensioentje tracht aan te vullen met de verkoop van handgeknoopte kelims, 'originele Koerdische tapijten', wijst hij op de stapels onverkochte waar. Mehmets zonnige blik op de toekomst is omgeslagen door de oorlog in Irak. Zoals ongeveer bijna iedereen in deze stad ligt het Savasa Hayir (Nee tegen de oorlog) Mehmet in de mond bestorven. Want Saddam Hussein mag dan erg zijn, Bush is dat evenzeer, vinden ze hier.

Hun grootste angst is dat het Turkse leger op grote schaal Noord-Irak binnentrekt. 'In dat geval zullen ze zonder twijfel weer de hele regio tot militair gebied verklaren. En dan kunnen we onze burgerrechten voor de komende jaren weer vergeten', zegt Mehmet.

De voortekenen zijn niet gunstig. Nadat het Turkse parlement vorige zomer onder druk van de Europese Unie een ongekend aantal wetswijzigingen aannam, leek het voor de Koerden de goede kant op te gaan. Eindelijk werd het verbod op het lesgeven en het verzorgen van radio- en televisieuitzendingen in het Koerdisch opgeheven, zij het met een aantal restricties.

Maar 'de Koerdische lente' duurde niet lang. De speciale aanklager Sabih Kanadoglu stuurde aan op het verbieden van de pro-Koerdische Hadeppartij. Zijn poging dat voor de parlementsverkiezingen gedaan te krijgen mislukte, maar twee weken terug boekte hij meer succes. Hadep werd verboden door het Constitutionele Hof.

De Turkse strijdkrachten vertrouwen hun Koerdische burgers voor geen cent, daar heeft vijftien jaar burgeroorlog een rol in gespeeld. De grootste angst van het leger is dat de Turkse Koerden zich zullen willen aansluiten bij hun Iraakse broders indien die het wagen een onafhankelijk Koerdistan uit te roepen.

Maar oud-leraar Mehmet wil niet al te pessimistisch klinken, zegt hij terwijl hij wijst naar het ooievaarsnest op het dak van de tien eeuwen oude Ulu-moskee. 'Kijk, die leylek komt altijd terug, dus misschien is er wel hoop voor onze stad.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden