De koek wordt groter, de werkende krijgt minder

56,7 miljard brutowinst voor bedrijven, maar lonen stijgen amper

Van elke euro die het Nederlandse bedrijfsleven verdient, gaat 73 cent naar werknemers en zelfstandigen. Dat was ooit meer. Nieuwe cijfers van het CBS zetten het debat over de groeiende ongelijkheid op scherp.

De laatste werknemers van gasmeterfabriek Elster-Instromet in Silvolde (Achterhoek). Dit bloeiende Nederlandse familiebedrijf met 125 werknemers werd in 2001 verkocht aan het Duitse Ruhrgas. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Een boze Karl Marx sprak te midden van de ellende van de industriële revolutie van de 'exploitatiegraad' - de mate van uitbuiting dus. Arbeidsinkomensquote, het woord dat tegenwoordig wordt gebruikt, klinkt een stuk vriendelijker, maar het meet min of meer hetzelfde: welk deel van de koek naar de bedrijfseigenaren gaat, en wat er overblijft voor 'de arbeiders'.

Dat is steeds minder, blijkt uit nieuwe cijfers die het CBS vrijdag presenteerde. Van elke euro die bedrijven verdienen, ontvangen werknemers en zelfstandigen 73 cent. In 2013 was dat 5 cent meer. Halverwege de jaren negentig kregen zij zelfs 81 cent. Alles wat overblijft, is winst voor de eigenaren van het bedrijf.

Deze cijfers brengen de groeiende ongelijkheid terug op de politieke agenda. Het loonaandeel daalt niet alleen hard, de trend blijkt ook lange tijd te zijn onderschat. Tot nu toe ging het CBS er in zijn berekeningen gemakshalve van uit dat zelfstandigen gemiddeld hetzelfde verdienen als werknemers. Op die manier zou de arbeidsinkomensquote veel hoger liggen: niet 73 maar ruim 79 cent op iedere euro. Met de werkelijkheid heeft dat weinig meer te maken. Een zzp'ende bouwvakker krijgt namelijk (veel) minder dan collega's in loondienst die volgens de cao betaald krijgen. Een kritisch rapport hierover van De Nederlandsche Bank (DNB) vorig jaar was aanleiding de methode te herzien.

De nieuwe CBS-cijfers komen op een politiek brisant moment. Vorige week bekritiseerden achtereenvolgens DNB, het Centraal Planbureau (CPB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de magere loongroei in Nederland. Behalve onrechtvaardig is dat ook slecht voor de economie. Bedrijven hebben tenslotte klanten nodig met voldoende geld om hun producten en diensten te kopen.

Tekst gaat verder onder de grafiek

Pure winst voor de baas

Als voornaamste oorzaak wordt de flexibilisering van de arbeidsmarkt genoemd. Toch moet de trend niet enkel toegeschreven worden aan de snelle opkomst van de zzp'er, vindt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS. 'Die ruim 1 miljoen zzp'ers zijn een typisch Nederlands fenomeen. Maar wij zien de arbeidsinkomensquote in alle landen dalen. Helaas is Nederland daarin geen uitzondering.'

Grote winnaar zijn de ondernemingen. Hun winsten zijn na de crisis tot recordhoogte gestegen. In het eerste kwartaal van dit jaar boekte het Nederlandse bedrijfsleven, uitgezonderd de financiële sector, een brutowinst van 56,7 miljard euro. Dat is het beste kwartaalresultaat sinds het begin van de meting in 1999.

Wat de werknemer aan loon verliest, is pure winst voor zijn baas, want lage lonen voor werknemers betekenen ook: lagere loonkosten voor de werkgever. Wat deze ontwikkeling ook laat zien, is hoezeer de onderhandelingspositie van werkenden tegenover hun werkgevers is verzwakt. Die zwakte vertaalt zich niet alleen in een teleurstellende loonontwikkeling, maar ook in banen die rücksichtslos worden weggesaneerd door management dat ver boven de werkvloer zweeft. In de besluiten van een Amerikaanse multinational spelen de belangen van de werknemers van een fabriek in de Achterhoek geen enkele rol.

Tekst gaat verder onder de grafiek.

Stijgende productiviteit, maar minder besteedbaar inkomen

Bedrijven profiteren van de stijging van de arbeidsproductiviteit. Met andere woorden: een werknemer maakt in minder tijd steeds meer spullen of levert meer diensten. Maar van die hogere productiviteit ziet de gemiddelde Nederlander amper iets terug: niet in extra vrije tijd, en ook niet in de portemonnee. Sinds 2001 groeide de economie (het BBP) per hoofd van de bevolking met maar liefst 11 procent, rekent CBS-econoom Van Mulligen voor. In dezelfde periode dáálde het besteedbaar inkomen per Nederlander met 4 procent.

Over hoe die ontwikkeling gekeerd kan worden, woedt sinds enkele jaren een hevig debat onder internationale wetenschappers. De Franse econoom Thomas Piketty gooide in 2013 de knuppel in het hoenderhok met zijn Kapitaal in de 21ste eeuw. Het boek was ook hier een bestseller, maar zijn alarmerende conclusies werden voor Nederland enigszins gerelativeerd. In Nederland is de vermogensongelijkheid weliswaar vrij hoog, maar de inkomensongelijkheid blijft tot de laagste ter wereld behoren. Met de nieuwste stroom cijfers, die erop wijzen dat ook in Nederland de inkomens van werkenden steeds meer achterblijven bij die van bedrijfseigenaren, komt deze geruststellende conclusie op de tocht te staan.

Als medicijn tegen ongelijkheid pleit Piketty onder meer voor een internationale belasting op grote vermogens. Daarin heeft lang niet iedereen vertrouwen. De Amerikaanse historicus Walter Scheidel, eerder deze maand geïnterviewd in deze krant, komt zelfs tot de fatalistische conclusie dat door de eeuwen heen alleen oorlogen, builenpest en andere ellende de groeiende ongelijkheid een halt konden toeroepen.

Iets van die pikzwarte boodschap is ook terug te zien in Nederland. Tijdens de economische crisis na 2008 stortten de winsten zodanig in dat de arbeidsinkomensquote enige tijd weer steeg, vertelt Van Mulligen van het CBS: 'Maar dat lijkt mij nou niet de ideale manier om dit probleem op te lossen.'


Verder lezen: 5 manieren om de groeiende ongelijkheid een halt toe te roepen

Onder wetenschappers is een verwoed debat gaande over hoe de stijgende ongelijkheid - en dus de dalende arbeidsinkomenquote - gekeerd kan worden. Het regent ideeën:

• Lang leve het volkskapitalisme, stelt Branko Milanovic, voormalig hoofdeconoom bij de wereldbank. Met andere woorden: laat de gewone vrouw en man meedelen in, bijvoorbeeld, de stijgende aandelenwinsten van hun bedrijf.

• Vergeet het maar. Oorlogen, epidemieën en andere rampen zijn het enige wat écht helpt tegen ongelijkheid, luidt de sombere conclusie van historicus Walter Scheidel in zijn nieuwste boek.

• Onzin: 'demondialiseer', stellen Franse denkers als Frédéric Lordon. Oftewel: hijs de natiestaat terug op het schild.

• Econoom Thomas Piketty bepleit het omgekeerde: voer een mondiale vermogensbelasting in.

• Doe als in de twintigste eeuw, betogen linkse wetenschappers als James Galbraith en Wolfgang Streeck: zet in op sterke vakbonden.

Machteloos

De laatste werknemers van gasmeterfabriek Elster-Instromet in Silvolde (Achterhoek). Dit bloeiende Nederlandse familiebedrijf met 125 werknemers werd in 2001 verkocht aan het Duitse Ruhrgas. In 2006 nam de Amerikaanse investeringsmaatschappij CVC het over, die het zes jaar later weer doorverkocht aan een Britse durfinvesteerder. Elke nieuwe eigenaar zette het mes erin. CVC verplaatste 60 banen naar Turkije en Slowakije. De volgende opkoper schrapte nog eens 30 banen. Vorig jaar kwam de gasmeterfabriek in handen van de Amerikaanse multinational Honeywell. De laatste banen worden nu verplaatst naar Mainz. De fabriek gaat nog dit jaar dicht. Iedereen wordt ontslagen. De werknemers voeren nu actie voor een beter sociaal plan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.