Column

De knal is het verhaal van de vuurwerkfanaat

Je hebt van die mensen die het hele jaar door met pijlen en duizendklappers bezig zijn. Wat beweegt hen?

Beeld epa

Waar kijkt u vannacht om vijf over twaalf naar? Misschien naar de lucht, door het raam. Daar ziet u rode schichten, blauwe strepen, goudgroene glitters. En u hoort geknal, geknetter en geknisper.

Of misschien kijkt u niet naar buiten, maar naar de tv. Daar ziet u min of meer hetzelfde: het vuurwerk bij het Scheepvaartmuseum op NPO1, of de sierpijlen boven de Erasmusbrug op RTL4 - ook in dat geval hoort u knallen, begroet met oohs en aahs van het publiek.

Wat u niet ziet, zijn de mensen die al dat vuurwerk afsteken. Wie zijn dat? En: wat beweegt hen?

Daarover gaat Schitterend!, vanavond om 21.15 op NPO2. In deze ietwat onevenwichtige maar intrigerende documentaire interviewt filmmaker Nan Rosens vuurwerkfanaten. Zoals verzamelaar Roel, die als kind al de etiketten van zijn rotjes in een plakboek plakte. En hobbyexpert Toon, die de nachten voor een grote vuurwerkshow wakker ligt van de spanning. Of John en Harold, die het carbidschieten van hun vaders leerden.

De vele geïnterviewden hebben verschillende dingen gemeen. Zo stamt hun vuurwerkfascinatie steevast uit hun kindertijd. Ze zijn het hele jaar met pijlen en duizendklappers bezig, met Oudejaarsavond als apotheose. Ze besteden honderden, soms duizenden euro's aan hun hobby. En: het zijn bijna allemaal mannen.

Vooral dit laatste aspect wordt opvallend breed uitgemeten. 'Jongens hebben per definitie iets met vuur', beweert vuurwerkkenner Fred. 'Mannen kijken nu eenmaal graag in de verte', verklaart carbidschutter John, 'dat is dat jagersgevoel.' Zelfs importeur Evelien, een van de weinige vrouwen die aan het woord komen, zegt: 'Vuurwerk blijft een beetje een mannending, het worden oermannetjes die met gevaarlijke dingetjes spelen.'

Je kunt je afvragen in hoeverre het gendercliché klopt, maar de geïnterviewden lijken ervan overtuigd. Daarbij laten ze stuk voor stuk doorschemeren dat het hun, de mannen, niet om de kleurtjes gaat maar om de knallen.

John: 'Die knal gaat door je hele lichaam, dan denk je: wow, dat voelt goed.'

Roel: 'Het is bewezen dat je van lage tonen een beetje dronken wordt, een euforisch gevoel.'

Toon: 'Ik vind dat mooi, omdat het gecontroleerd is.'

Harold: 'Niet iedereen kan het waarderen, dat maakt het extra leuk.'

John: 'Ja, dat degenen die eromheen staan zeggen: Wow, dat was me er eentje! En dat de boze buurman zegt: En nou is het afgelopen.'

Zo draait het afsteken van vuurwerk waarschijnlijk niet alleen om de schittering, maar ook om macht, en controle. Zou het toeval zijn dat alle geïnterviewde vuurwerkfanaten blanke, heteroseksuele mannen zijn: goed- maar niet per se hoogopgeleid?

Misschien gaat het te ver om te stellen dat al dat geknal een manier is om een bepaalde positie op of terug te eisen, maar wanneer u vanavond naar de lucht staart, denkt u dan eens aan de man die die vuurpijl aanstak. Dat geknetter is zijn verhaal; die knal is zíjn boodschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden