De kleine wintervlinder: een nederig beestje

Een nederig beestje, die kleine nachtvlinder. Maar als je er goed naar kijkt, zoals Ties Huigens van de Vlinderstichting graag doet, blijkt het over tamelijk bijzondere eigenschappen te beschikken.

De paring van de kleine wintervlinder (vrouwtje boven, mannetje beneden) kan wel twee tot vier uur duren. Beeld Anne Geene

'Nee, de kleine wintervlinder is niet bepaald het mooiste vlindertje. Maar het is wel een spectaculaire soort. Om te beginnen omdat hij nu vliegt, in de winter. Dat past niet in het beeld dat wij van vlinders hebben. Je kunt ze nu zelfs vrij makkelijk zien dwarrelen. Als je in het donker rijdt, in de koplampen van de auto, of 's avonds thuis, als je de gordijnen open hebt en het licht aan, tegen de buitenkant van het raam.

'Van de 2.300 nachtvlindersoorten zijn er enkele tientallen die in deze tijd van het jaar vliegen. De kleine wintervlinder is daarvan een van de meest algemene soorten. Hij ontpopt doorgaans in oktober of november, dan komt hij als volwassen vlinder uit de grond. Hij vliegt als het tussen de nul en tien graden is. In een zachte winter zoals deze kan hij soms ook in januari gezien worden. Tot op zekere hoogte verdraagt hij vorst, vermoedelijk omdat hij een hoog suikergehalte in zijn bloed heeft.

'Het vrouwtje is vleugelloos, ze kan niet vliegen. Ze lijkt eigenlijk niet eens op een vlinder, eerder op een kever. Ze brengt haar hele leven door op een boom of op een paaltje. Het fascinerende vind ik dat kleine wintervlinders, al lijken ze gemankeerd, toch uitermate succesvol zijn. De mannetjes vliegen wel, heel efficiƫnt zelfs. Ze hebben relatief grote vleugels voor hun gewicht.

'Nectar drinken doet de kleine wintervlinder ook al niet. Hij heeft geen roltongetje waarmee vlinders doorgaans de nectar van bloemen drinken. Kleine wintervlinders teren puur op de reserves die ze in het rupsenstadium hebben aangemaakt. Als volwassen vlinder eten ze niet meer. Dat zou ook niet kunnen, want in deze tijd van het jaar is er geen geschikt voedsel te krijgen.'

De kleine Wintervlinder

(Operophtera brumata)

Kenmerken Mannetje grijsbruin. Voorvleugellengte: 13-16 mm. Vrouwtje is vleugelloos.

Verspreiding Zeer algemeen voorkomend, overal waar bomen zijn.

Kwetsbaar

'Bijna alle nachtvlindersoorten met vleugelloze vrouwtjes zijn buiten het voorjaar en de zomer als vlinder actief. De winter is de tijd van het jaar dat er weinig natuurlijke vijanden zijn. Het kan dus een soort ontsnapping zijn voor die vleugelloze vrouwtjes. Die zijn weinig mobiel en dus erg kwetsbaar. In de evolutie heeft het zich waarschijnlijk zo ontwikkeld dat van de vleugelloze vlinders alleen de soorten overleven die in de herfst en de winter actief zijn.

'In het rupsenstadium zijn de vrouwtjes ook weer niet helemaal weerloos. Ze kunnen spinseldraadjes maken. Wanneer ze verstoord worden - als er vogels of andere natuurlijke vijanden in de buurt zijn - kunnen ze zich laten vallen van het blad aan zo'n spinseldraadje. Op het moment dat de aanval voorbij is, klimmen ze via dat spinseldraadje weer omhoog. Als je in het voorjaar in het bos loopt, zie je die spinseldraadjes hangen en voor je het weet heb je zo'n rupsje in je haar.

'Ze leggen in deze periode hun eitjes, vaak in de buurt van bladknoppen. In het vroege voorjaar komen de eerste rupsen uit. Kleine wintervlinders zijn polyfaag, ze eten bladeren van meerdere boomsoorten. Ook fruitbomen - ze zijn bij fruittelers dan ook niet populair. Ze verspreiden hun eitjes over verschillende bladknoppen. Die eigenschappen verklaren deels hun succes.'

Vogelvoer

'De rups van de kleine wintervlinder is het belangrijkste voedsel voor veel vogels, zoals de koolmees en de bonte vliegenvanger. Dat is nog een reden waarom de kleine wintervlinder relatief veel aandacht trekt, als belangrijke schakel in de voedselketen. Als er weinig rupsen zijn, dan heeft dat grote gevolgen voor de overleving van jonge koolmezen.

'Voor de overleving van de rupsen is het enorm belangrijk dat ze direct kunnen eten als ze uit het eitje komen. Ze moeten het hebben van jonge blaadjes, dus dat komt heel nauw. Als ze te vroeg uitkomen, is er nog geen blad, en sterven veel rupsen. Als ze te laat uitkomen, is het blad te oud. Dan zit er te veel tannine in en weinig water en stikstof. Dan duurt het rupsenstadium langer, de poppen zijn uiteindelijk kleiner, en de vlinders ook. En hoe langer het rupsenstadium, hoe hoger de natuurlijke sterfte door predatie.

'De temperatuur is vermoedelijk een belangrijke sensor voor de rups om te bepalen: nu moet ik uitkomen. De temperaturen zijn in de afgelopen dertig jaar snel gestegen. Het risico bestaat dan - zou je zeggen - dat ze massaal te vroeg uitkomen, als er nog geen blad is.

'Maar uit onderzoek van het Nederlands Instituut voor Ecologisch Onderzoek blijkt dat kleine wintervlinders zich snel hebben aangepast. Ze komen nu, bij dezelfde temperatuur, vijf tot tien dagen later uit dan in de jaren negentig. Niet omdat zo'n individuele rups denkt: ik moet later uitkomen, maar wel vanwege natuurlijke selectie: de beesten die later uitkomen hebben een hogere overlevingskans. Zo ontwikkelt zo'n eigenschap zich verder.'

De koolmees. Beeld thinkstock

Paring

'Rond half juni laten de rupsen zich definitief uit de boom naar beneden zakken. Daar kruipen ze in de strooisellaag, tot wel tien centimeter onder de grond, tot ze verpoppen. De mannetjes komen vaak als eerste uit. Die vliegen al volop rond als de vrouwtjes uitkomen en de bomen weer inklimmen. Ze paren dan al vrij snel. Zo'n paring kan wel twee tot vier uur duren. Het mannetje blijft gewoon heel lang op het vrouwtje zitten. Dat doet hij om de kans zo groot mogelijk te maken dat zijn sperma gebruikt wordt, dat het vrouwtje met zo weinig mogelijk andere mannetjes paart. Het lijkt erop dat het vrouwtje daarbij tamelijk weerloos is. Die zit daar op die boom en wordt door meerdere mannetjes gegrepen.

'Soms neemt een mannetje het vrouwtje ook mee in de vlucht, dan vliegt er dus een parend koppeltje. En zo kunnen de vlindervrouwtjes zich toch iets verder verspreiden dan die ene boom waarop ze zaten.'

Ties Huigens (39) is bioloog en werkt bij de Vlinderstichting, waar hij zich vooral op nachtvlinders richt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.