De kleine stroompjes van zon, wind en hout

Nederland zal in 2020 bij lange na geen 10 procent van zijn elektriciteit uit duurzame bronnen halen, zoals de overheid wil....

BROER SCHOLTENS

OVER ZOVEEL onbegrip konden ze bij het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten alleen maar hun hoofd schudden. Een kwart van de dakpannen in Nederland vervangen door zonnecellen voor de stroomproductie - zoals minister Borst van Volksgezondheid wil - daar hoefden ze bij de koffieautomaat maar weinig woorden aan vuil te maken. Een weinig realistisch idee; op korte termijn niet haalbaar, vindt ir. Pieter Kroon van de afdeling Beleidsstudies van het ECN.

Zonnecellen zijn nog veel te duur voor grootschalig gebruik. En er is geen uitzicht op een snelle prijsdaling door technologische verbeteringen en grootschalige serieproductie. Dat is een belangrijke reden waarom er niet zoveel terechtkomt van het doel dat de overheid zich enkele jaren geleden stelde: in het jaar 2020 moet 10 procent van de energie komen uit duurzame bronnen, waaronder zon en wind.

Het zal niet meer dan 3 tot 5 procent zijn, blijkt uit de recent gepubliceerde Nationale Energieverkenningen 1995-2020 van het ECN. Kroon is medeopsteller van dit rapport, dat in opdracht van het ministerie van Economische Zaken is gemaakt.

Er zijn twee redenen waarom de politieke wens voorlopig nog ver af staat van de realiteit. Toen de overheid haar doelstelling in 1995 in de Derde Energienota formuleerde, leefde iedereen in de veronderstelling dat de energieprijs sterk zou blijven stijgen.

Sindsdien is de olieprijs, waaraan de energieprijs is gerelateerd, flink gedaald. Tot 2020 is er volgens de ECN-studie nog maar een lichte stijging te verwachten. Een lage olieprijs schrikt potentiële investeerders in dure alternatieven zoals zonnecellen af, omdat investeringen niet rendabel zijn.

Een andere factor is de economische groei in Nederland. Die bedraagt 3,3 procent per jaar, aanzienlijk meer dan de 2,3 procent die indertijd was ingeschat. Expansievere groei zal resulteren in een hoger energieverbruik, waardoor de procentuele doelstelling nog moeilijker te halen zal zijn.

Om die 3 tot 5 procent duurzame energie te halen, zijn enorme inspanningen nodig, berekent het ECN. De windturbines op land bijvoorbeeld, wekken nu 250 megawatt aan elektrisch vermogen op. Naar schatting zijn er ongeveer duizend turbines.

In 2020 moet dat vermogen vernegenvoudigd zijn, tot 2000 à 2500 megawatt: vijfduizend windturbines. Dit aantal raakt planologische grenzen. Meer turbines zijn er ruimtelijk gezien op land niet neer te zetten.

Bovendien: ondanks fiscaal gunstige maatregelen stagneert de bouw van windparken nu al. Het afgelopen jaar is er maar dertig megawatt aan windvermogen bijgebouwd, aanzienlijk minder dan de tweehonderd die was gepland.

Plannen voor windparken in vooral windrijke regio's in Friesland en Groningen ondervinden grote weerstand. De bezwaren zijn vaak van planologische aard. Omwonenden hebben problemen met mogelijke horizonvervuiling en eventuele geluidhinder.

En juist van de bouw van veel windturbines op land moet Nederland het de komende jaren hebben. Bij de huidige fiscale maatregelen is die duurzame energiebron namelijk als een van de weinige rendabel.

Dat kan niet worden gezegd van zonnecellen voor stroomproductie, waarmee in principe miljoenen daken van huizen bedekt zouden kunnen worden. Uit de ECN-studie blijkt dat in Nederland stroom uit de zon vele malen duurder is dan elektriciteit uit een gasgestookte centrale.

In Nederland is één megawatt aan zonnecellen geïnstalleerd, op enige honderden daken van nieuwbouwwoningen. Het zijn dik gesubsidieerde demonstratie- en proefprojecten.

De ECN-studie gaat ervan uit dat dit elektrische vermogen over twintig jaar driehonderd tot zeshonderd maal zo groot moet zijn. Dat betekent: enige honderdduizenden huizen met zonnepanelen op het dak, 10 procent van het Nederlandse woningbestand. 'Zonnestroom zal tegen 2020 nog steeds duurder zijn dan de gebruikelijke alternatieven zoals aardgas', stelt het ECN.

Niet alleen zon en wind blijven achter bij de prognoses. Ook de omzetting van biomassa, bijvoorbeeld hout geteeld op plantages in de Baltische staten, blijkt duurder uit te vallen dan was gedacht, stelt Kroon.

Vrijblijvendheid moet worden ingeruild voor verplichtingen, nu blijkt dat overheidsdoelstellingen voor duurzame energie niet zullen worden gehaald, vindt het ECN. 'Er moeten harde afspraken komen met bijvoorbeeld de elektriciteitssector en de woningbouwsector. Meerjarenafspraken met verschillende sectoren zullen minder vrijblijvend moeten worden ingevuld. Voor die invulling is overigens nog wel tijd', stelt onderzoeker ir. Piet Boonekamp, mede-opsteller van het ECN-rapport.

Op het ministerie van Economische Zaken wordt gewaarschuwd voor al te stellige conclusies. 'Het zijn scenario's en dat is toch een veredelde vorm van koffiedikkijken', zegt drs. Hans Koenen, bij het ministerie verantwoordelijk voor duurzame energie.

De afgelopen jaren heeft het kabinet diverse stimuleringsmaatregelen in het leven geroepen. Zo bestaat er een energie-investeringsaftrek en is er de REB, de Regulerende Energie Belasting, een heffing van enkele centen op elke kilowattuur elektriciteit. Stroom uit duurzame energie is daarvan uitgezonderd.

Naast stimuleringsmaatregelen besteedt het ministerie tientallen miljoenen guldens per jaar aan onderzoek aan zonnecellen, om bijvoorbeeld het rendement ervan te verbeteren. Ook worden demonstratieprojecten gefinancierd om ervaring op te doen. Maar te veel is ook niet goed.

Koenen: 'Het is dodelijk voor de ontwikkeling van een energiebron wanneer die door allerlei subsidies te vroeg op de markt wordt gezet of technische mankementen vertoont, en wanneer dan blijkt dat die niet concurrerend is. Zonnestroom zal zich daarom geleidelijk moeten ontwikkelen.'

De overheid is verder van plan om, als eerste stap naar de grootschalige bouw van windparken op de Noordzee, bij te dragen aan de realisatie van een demonstratiepark tien kilometer uit de kust van IJmuiden. Zestig miljoen gulden overheidsgeld is ervoor beschikbaar. Het park zal in 2001 of 2002 draaien, verwacht Koenen.

Dit soort maatregelen moet uiteindelijk leiden tot een substantiële bijdrage van duurzame energie. Mocht het tempo de komende jaren onvoldoende zijn, dan kan de minister een verplichtstelling afdwingen. In de recent door de Tweede Kamer aangenomen Elektriciteitswet is dat vastgelegd.

'Uitzicht daarop leidt blijkbaar tot ideeën', stelt Koenen. 'De energiedistributiebedrijven hebben zich vorig jaar verplicht, in 2000 3 procent van hun omzet uit duurzame bronnen te halen.' Dergelijke signalen uit de markt geven Koenen vertrouwen in de toekomst.

'We wisten indertijd dat onze doelstelling van 10 procent in 2020 ambitieus was. Het is echter nu nog niet de tijd om te dwingen. Maatregelen zijn nog te recent ingevoerd. We zullen eerst het volledige effect ervan moeten afwachten. In 2000-'01 moeten we kijken waartoe de vrijwilligheid leidt waarvoor we hebben gekozen. Pas dan gaan we kijken wat er moet gebeuren, bijvoorbeeld of er verplichtsteling moet komen.'

Extra maatregelen om de doelstelling te halen, gaan de samenleving geld kosten, heeft het ECN berekend. 'In de vorm van fiscale maatregelen en heffingen betreft het vanaf 2010 150 miljoen gulden per jaar, geleidelijk oplopend tot 850 miljoen in 2020', zegt ECN-onderzoeker Boonekamp.

Dit geld is met name nodig om meer biomassaprojecten met geïmporteerd hout te realiseren en om de bouw van extra windturbines (op zee) te kunnen financieren. Boonekamp: 'Die 850 miljoen gulden is overigens maar 2 procent van het geld - veertig miljard gulden per jaar - dat in de Nederlandse energiesector om gaat.'

Broer Scholtens

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden