Weblog

De kleine slaveneigenaren van Amsterdam: dit zijn ze

Wie hadden er in Amsterdam in 1863 nog slavenaandelen? Heel wat Amsterdammers, blijkt uit onderzoek van een historica en haar studenten aan de Vrije Universiteit. Onder die aandeelhouders bevonden zich behalve rijkaards ook gewone burgers.

Wim Bossema
1863, slaveneigenaren in Amsterdam bij de afschaffing van de slavernij Beeld Vrije Universiteit / Jaap Fokkema
1863, slaveneigenaren in Amsterdam bij de afschaffing van de slavernijBeeld Vrije Universiteit / Jaap Fokkema

Historica Dienke Hondius van de Vrije Universiteit in Amsterdam brengt met haar studenten in kaart waar die aandeelhouders woonden in het jaar dat de slavernij werd afgeschaft, 150 jaar geleden. Ze vonden alvast tachtig adressen in Amsterdam. Bekijk de kaart hier.

300 gulden per slaaf
Wat mij het meest opviel aan die lijst was dat er naast de bekende grote rijkaards als de familie Insinger en de deelnemers aan het fonds Deutz ook kleine aandeelhouders waren. Dat kwam omdat de aandelen waren overgeërfd naar armere takken van de familie, vertelde Hondius, of cadeau waren gedaan aan de brave huishoudster, ook omdat hun waarde was gekelderd.

Bij de emancipatie konden ze 300 gulden per slaaf in Suriname compensatie opvragen, 200 gulden voor een slaaf op Curaçao.

Over die kleine slaveneigenaren is weinig bekend. Een greep uit de adressen geeft een indruk om wat voor personen het ging.

Elisabeth Brandt (1786) Egelantiersdwarssraat 64, had een aandeel in de slavin Caro Volkert en 6/96ste deel in een plantage met 128 slaven, maar die aanspraak werd maar voor de helft erkend door de autoriteiten in Paramaribo omdat er nog iemand was met eenzelfde aanspraak. Brandt had de aandelen verkregen uit een doorverkochte boedel.

Anna de Costa (1839) woonde op de Bloemgracht 75; ze stond als voor die tijd minderjarige onder voogdij van haar moeder, maar had van haar overleden vader aandelen in zes slaven in Suriname: Jeanette, Present, Naatje, Julius en Diana. Of het veel heeft opgeleverd is de vraag want voor dezelfde slaven vroegen nog drie jonge Da Costa's compensatie: Jeudith (1847), Rachel (1858) en Abraham (1835), die op het adres Weesperstraat 46 woonden.

Mietje Wolff woonde op Oudezijds Achterburgwal 54, met de gevelsteen 'God is myn Burgh'. Volgens het archief deed ze 'in ruwe suiker honig etc' en ze had een aandeel in de slaaf Cornelis Oeff.

Koperslager Jan Frederik Droste in de Lindenstraat 89 claimde 1/24ste aandeel in 101 slaven, maar werd afgewezen omdat hij te weinig bewijs van eigendom kon overleggen.

De oude onderwijzer Daniel Coronel (1791) in de Kerkstraat 61 had aandelen in 11 slaven.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden