De klassieke cultuur leeft duidelijk volop onder de bevolking

‘Heee. Weetje hoe handig deze site is menn. ik heb em pas net ontdekt maar je kan net zo goed alles overschrijven :D maar dan leer ik niks maar goed whatever....

Zoals u ziet ben ik verdiept geraakt in de klassieke cultuur. Zwervend over het internet beland ik op Latium.nl, een website waarop je als gymnasiast of algemeen belangstellende vragen kunt stellen over de klassieke talen, en over teksten, spreekwoorden en goden uit de Oudheid. Latium is gelieerd aan Ladywear, Exclusieve Lingerie. Dat kan verklaren waarom er aandacht wordt gevraagd voor ‘Sexy kerstpakjes’ naast de Latijnse woordenlijst.

De site voorziet duidelijk in een behoefte. Zo merkt Kris op: ‘Ik zou graag de Latijnse vertaling van ‘zaai dood en verderf’ willen weten.’ En Levy meldt: ‘heyhey ik ben naar deze site gestuurd voor een vertaling en het schijnt dat ze hier goed zijn. help me please het is voor een tattoo ma ik weet de vertaling ni. ‘don't fuck me i fuck back!’ alvast bedankt. One-love-to-hate@hotmail.com. haast jullie.’

Het stemt vrolijk. De klassieke cultuur leeft duidelijk volop onder de bevolking van Nederland. Levy zou ook eenvoudigweg ‘don’t fuck me’ kunnen laten tatoeëren op zijn lichaam, maar kennelijk reikt hij omhoog naar de beschaving van het Latijn.

Ik kan hem dan ook van harte Lied 16 aanbevelen van de Romeinse dichter Catullus: ‘Paedicabo ego vos et irrumabo’. Die beginwoorden zijn nog net iets schunniger dan het ‘I fuck back’ van Levy zelf.

Het komt goed met Nederland. In de tatoeageshops spreekt men Latijn. Op de Winter Fair van damestijdschrift Margriet komen 75 duizend mensen boeddhaschilderen. Jawel, boeddhaschilderen! Latijn! Allemaal levend en lustig zinkend cultuurgoed. Gymnasiumleerling Peaceboy heeft zelfs een tien gehaald voor een proefvertaling: ‘Ik heb egt fucking veel gehad aan desuh site.’ Zo vertoont de gehele Nederlandse bevolking langzaamaan een mate van beschaving waarop de oude Saksen en Franken jaloers zouden zijn.

Hoofdredacteur Leontine van den Bos van Margriet: ‘Het kan niet op, dames. Ik denk dat wij hier, met z’n allen, een heel grote kracht vertegenwoordigen. Een kracht groter dan de crisis, groter dan de Mexicaanse griep. Die kracht heet: vriendschap, verbondenheid, positiviteit. Jullie zijn het cement van Nederland.’ En daarmee slaat Leontine van den Bos de spijker op de kop, er is kracht, er is cement, alles komt goed.

Je kunt er lacherig over doen, maar het is wel eens plezierig om de dingen van de zonnige kant te bekijken. Daarom is het ook erg jammer dat de Europese president niet net zo’n opzwepende campagne heeft kunnen voeren als de Amerikaanse president en de hoofdredacteur van Margriet. Europa kan wel een paar complimenten gebruiken.

Sterker nog, het oude continent smacht naar een presidentskandidaat die de burgers toespreekt en aanmoedigt: ‘Het kan niet op, burgers. Jullie zijn het cement van Europa.’

Hoog tijd voor een spreker die de tegenspoed niet lichtvaardig opvat, maar die daar toch overheen grijpt naar de toekomst, die de mensen oppakt en meeneemt, allemaal, niet alleen de meestemmers, maar ook de tegenstemmers, niet alleen de gelovigen, maar ook de ongelovigen, niet alleen het eigen volk, maar ook de anderen.

De economische crisis is nog niet voorbij, de kou van de nieuwe verzuiling is nog niet uit de lucht, het milieu is nog niet gered, en we kampen, zoals de speechschrijver van Barack Obama het ooit formuleerde, met een partijgeest die maakt dat politici elkaar verketteren, in plaats van zich aaneen te sluiten en samen te zorgen voor beter onderwijs en schonere energie. Dat ligt niet alleen aan de stemming in den Haag en Brussel, het ligt ook aan onze eigen neiging de voorrang te geven aan twijfel en cynisme.

Daarom zou het mooi zijn een kandidaat, voor wat dan ook, de vraag te horen stellen die de Amerikaanse presidentskandidaat vorig jaar hardop aan alle Amerikanen stelde. Wie zijn we, wie willen we zijn als een natie? Zo’n vraag doet een appèl op een positieve kracht die niet is voorbehouden aan de lezeressen van Margriet, maar die buiten de Margriet Winter Fair eigenlijk nauwelijks ter sprake komt. Het is bovendien een vraag van Kantiaanse allure – wat moet ik doen, wat mag ik hopen? – waarvoor een politicus zich bepaald niet hoeft te schamen.

Wie willen we zijn als een natie? Wie willen we zijn als een verenigd Europa? Er is onder de bevolking voldoende belangstelling voor zulke vragen, maar ze worden in Den Haag en Brussel nog niet indringend gesteld.

‘Ja, we kunnen dit land helen. Ja, we kunnen onze toekomst grijpen’, zei presidentskandidaat Obama vorig jaar, op reis door de Verenigde Staten. ‘We vervolgen onze reis door dit schitterende land, een land waarvan we houden, met de boodschap die we brengen van de vlakten van Iowa naar de heuvels van New Hampshire, van de Nevada-woestijn naar de kust van South Carolina; dezelfde boodschap die we hadden toen het slecht met ons ging en toen het goed met ons ging, dat we uit velen één zijn; dat zolang we ademhalen, we zullen hopen.’

E pluribus unum: uit velen één. Zolang hier in Nederland nog geen kandidaat opstaat die dit morele appèl op ons doet, zijn we voorlopig aangewezen op Vanou, die op de site van Latium schrijft: ‘Ik zou heel graag het volgende vertaald willen hebben in het Latijn: ‘Samen staan we sterk’. Wie kan mij helpen??? Bij voorbaat dank!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden