DE KLAS VAN 1984 'In Nederland wordt het kind van een timmerman timmerman'

Toen ze van school kwamen, wilden ze stewardess, brandweerman of dokter worden. De Volkskrant spoorde alle leerlingen op die in 1984 de Tilburgse basisschool Hasselt verlieten....

In het klaslokaal hangt de geur van kinderzweet, krijt, plaksel en ontsmettingsmiddel. 'Jemig, het ruikt hier echt naar lagere school', zegt Roosmarie van Kaauwen als ze haar neus om de hoek steekt. Veertien jaar geleden was ze voor het laatst in het lokaal van groep acht van de basisschool Hasselt in Tilburg. Net als de meeste van haar klasgenoten die op deze zaterdagmiddag in februari present zijn. Klas 6b uit 1984 van basisschool Hasselt houdt reünie. Wie wát is geworden en waarom níet wat hij vroeger zo graag wilde, daar zijn ze op dit moment, tijdens de koffie, nog niet aan toe.

'We zijn in ieder geval wel een stuk rustiger, hè', zegt José van de Ven, die vroeger zelf het hoogste woord had. Ze hebben elkaar jaren niet gezien, maar al bijna ongemerkt heeft een hergroepering plaatsgevonden. Aan de tafel in het uitgeruimde gymlokaal waar José met het meidenclubje van vroeger zit, neemt ze langzaam weer de leiding op zich. Naast haar Astrid de Cock, die droomde van een carrière als actrice, maar gastvrouw is geworden in een partycentrum. Miranda van Liemde, aan de overzijde, blijkt nog even timide als veertien jaar geleden. Ze wou altijd 'iets met kinderen' en werkt nu in een kinderdagverblijf.

Tegen het klimrek aan de muur staat Edgar Verkooyen, bijgenaamd de 'dikke', wiens ouders een snoepwinkel dreven. Hij is nog steeds flink uit de kluiten gewassen, maar straalt in dit gezelschap een joviale zelfverzekerdheid uit. Edgar gaat het goed. Aan Edgar wordt getrokken door het bedrijfsleven. Als hij volgend jaar van de heao komt, heeft hij een baan voor het uitkiezen.

Naast hem, rechtstreeks uit de nachtdienst, John van de Wouw, banketbakker. 'Ik ben wat jij altijd wou worden', zegt hij tegen David Wulms, dakdekker. Maar die kan zich daar niets van herinneren. Ook niet van de lessen aardrijkskunde en geschiedenis trouwens, die hij op deze school kreeg. En daar baalt hij nu wel eens van. 'Ik wou dat ik meer had opgelet. Aan een potje Triviant kan ik niet meedoen.' Dat hij vanaf de derde klas de geheime liefde van Ingrid Hamers was, nu eigenaar van de kapsalon om de hoek, heeft ze hem op dat moment nog niet verteld.

Aan de lage tafeltjes in de gymzaal proberen deze twintigers hun lagere schooltijd terug te halen. Ze praten niet over politiek, maar over het pleintje waar ze altijd voetbalden, niet over economie maar over de winkels waar ze snoep kochten. Joep Meloen in het buurthuis. Ronald Reagan resideerde in het Witte Huis, maar voor hun waren de VS de thuishaven van The A-team, de tv-serie met die dommekracht B.A.. En op hun kamers hingen posters van Doe Maar, Roberto Jacketti and the Scooters en niet te vergeten de Dolly Dots, die de meisjes op het laatste schoolkamp nog geplaybackt hebben.

'De Jordaan' noemen Tilburgers de kern van de buurt waar de leerlingen van 6b vandaan komen. Een achterstandswijk, die in hedendaags jargon wordt aangeduid als onderwijsvoorrangsgebied. Maar het zijn dezelfde smalle straatjes die nog altijd rond het Textielplein liggen. In de Weefmeesterstraat, de Spinmeesterstraat, de Scheerderstraat en aan het Wolplein staan honderden kleine roodbruine woningen. Ze werden in de jaren twintig gebouwd voor arbeiders in de toen florerende textielindustrie.

Toen deze twintigers de basisschool bezochten, was die bedrijfstak allang ter ziele, maar arbeiders woonden er nog steeds. 'De Hasselt is een echte volksbuurt', zeggen ze op het Tilburgs stadsarchief. 'In de zomer zit iedereen er lekker buiten op de stoep. Maar het is geen achterbuurt.' Die term gebruiken de meeste reünisten echter wel. 'Ik ben er gelukkig geweest, maar ik zou er nu niet met kinderen willen wonen.' 'De kogels vliegen je er om de oren.' 'Ik ben blij dat ik er weg ben.'

Wat er in deze wijk de laatste twintig jaren is gebeurd, is typerend voor dit soort Nederlandse buurten, zegt de Tilburgse socioloog Lou Keunen, die een studie maakte van arbeidersgezinnen in zijn stad. De jaren tachtig waren de jaren waarin de kloof tussen arm en rijk groter werd, maar dat was niet af te lezen aan het straatbeeld. In de Tilburgse binnenstad schoten de terrasjes uit de grond. Het leek een en al hosanna. Maar wie het minder had, verborg dat voor de buitenwereld.

Keunen denkt dat mensen hun armoede camoufleerden en overlevingsstrategieën ontwikkelden. Ze gingen klusjes voor elkaar doen en tweedehands winkels deden goede zaken. In wijken als De Hasselt en dan met name in de Jordaan kwam die 'marginalisering' van het bestaan tot volle wasdom. Uiteindelijk trad de verpaupering toch op. En dat had onvermijdelijk tot gevolg dat wie het iets beter had de wijk ging ontvluchten, waarna er weer meer sociaal zwakkeren instroomden.

Van de leerlingen die basisschool Hasselt nu inschrijft, is volgens directeur C. Kokx het merendeel afkomstig uit een-oudergezinnen en leeft een groot aantal op bijstandsniveau. Van de 250 kinderen op school zijn er 90 van buitenlandse afkomst.

Hé, daar heb je Henkie Tijssens. 'Jemig, jij bent ook echt niets veranderd', klinkt het van de meidentafel. Henkie moest altijd vooraan zitten bij meester Kocks. Met zijn brutale koppie praatte hij op dat beruchte schoolkamp de mini-playbackshow aan elkaar. Als je vraagt wat hij nu doet, zegt hij 'sjacheraar'. Hij heeft een kwinkslag voor elke vroegere klasgenoot. Uit zijn achterzak steekt een GSM'tje, waarmee hij die middag enkele malen 'wat zaakjes' zal regelen. Nee, Henkie is geen spat veranderd.

Ze waren met 25. Slechts twee van hen waren van buitenlandse afkomst, maar dat gaf ze geen uitzonderingspositie, zeggen hun medeleerlingen. De meesten van hen komen uit eenvoudige arbeidersgezinnen. Moeder zat thuis, vader was leerbewerker, tegelzetter, timmerman, metaalbewerker of chauffeur. Een klein aantal kwam van betere huize, zoals Sabine Swaans. Haar vader had een expeditiebedrijf. En dan waren er de middenstandskinderen. Verkooyen had een snoepwinkel, de vader van Rob de Roy was slager.

De economische driedeling lag er niet te dik bovenop in de klas, constateren ze al terugkijkend. Maar toch was iedereen zich er wel degelijk van bewust. De arbeiders woonden in de Jordaan zelf, de rest in de iets grotere huizen eromheen. De groepsvorming stond los van welstandsgroepen. Al waren de grootste herrieschoppers onder de jongens wel Jordaanbewoners. Henkie, de Marokkaan Nourdinne en André van Mook. 's Avonds groepten ze samen op straat. Lol trappen, eieren tegen de ruiten gooien.

'We hadden plezier. Het was de gelukkigste tijd van mijn leven', zegt Van Mook. 'Ach, ik wou vroeger niet deugen', geeft hij volmondig toe. Dat veranderde toen hij zijn huidige vrouw leerde kennen. Het was toen echter al te laat voor een fatsoenlijke opleiding. Daarom is Van Mook allang blij met de baan in het magazijn van de cd-groothandel waar hij nu tien jaar werkt. 'Maar de kleine zal het beter doen.' Tien maanden is ze, die kleine. Zijn trots. In de huiskamer in Loon op Zand staat een computer voor haar klaar. 'Ze zijn er snel bij hoor, die kleintjes.'

'Hassana is dood. Wist je dat?' vertelt een van de meiden in de gymzaal. 'Op haar achttiende overleden. Hersentumor.' 'Erwin is er niet', merkt een ander op. 'Nee logisch', klinkt het. Want Erwin, 'die had een luchtje bij'. 'De vlooi', noemden ze hem ook wel. Hij was het pispaaltje van de klas. In de pauzes werd hij in elkaar geslagen. Op weg naar huis werd hij nagejouwd. 'En je deed mee, want anders was je zelf de volgende.'

Op een dag hadden ze de jas van Erwin in de wc gepropt. Dat was lachen! Nou! Het schaamrood stijgt ze naar de kaken, de volwassen mannen en vrouwen aan die kleine tafeltjes in het gymlokaal van de school. 'Hoe hebben we dat ooit kunnen doen?', vraagt José van de Ven zich af. Niemand weet het; maar juist zij, de grootste pestkop van weleer, is getrouwd met iemand die zelf in zijn jeugd het mikpunt van de klas was. Het kan verkeren.

Vijf uur is het, de eerste pilsjes staan op tafel, als Nourdinne Al Jouharati binnenkomt. Dat is de jongen waar ze vroeger allemaal bang voor waren. Hij en Henkie Tijssens waren de sterksten van de klas. Als er ruzie was, kon je beter aan hun kant staan. 'Een nare jongen, toen. Een pestkop. Hij liet je struikelen, trok je stoel weg als je ging zitten', heeft een van zijn vroegere slachtoffers verteld.

Maar de timide jongen met dat kleine brilletje en die beschaafde krulletjes, die daar schuchter in de deuropening naar zijn vroegere klasgenootjes staat te kijken, ziet er niet uit als een bruut. 'Ze zullen me wel veranderd vinden', had hij al aangekondigd. 'Een stuk rustiger vooral.'

Er is wel meer veranderd. Het gaat van 'je' en 'jij' tegenwoordig op school, ongeacht de leeftijd. Meneer Kokx is 'meneer Chris' geworden. In 1984 vonden zijn leerlingen meester Kokx nog een strenge man. Maar Henkie Tijssens durft ook nu zijn oude leerkracht niet te tutoyeren. 'Hebt u de schoolbel nog?', vraagt hij die zaterdagmiddag. Kokx haalt de bel. Als die werd geluid, moesten alle leerlingen op het schoolplein zich netjes in rijen van twee opstellen. 'Elk kind op een tegel', zegt Roosmarie. 'Bij de eerste bel de mond dicht, bij de tweede rustig naar binnen lopen.'

Als je ze in 1984 daar in die rij had gevraagd wat ze wilden worden, had het waarschijnlijk brandweermannen, dokters en stewardessen geregend. Maar nu weten de meeste van de dertien jongens en elf meisjes van 6b het zich niet goed meer te herinneren. Wat ze zijn geworden, is wel makkelijk vast te stellen. Opvallend is dat niemand zonder werk zit.

Twaalf van de vierentwintig (evenveel meisjes als jongens) hebben wel ongeschoold en merendeels slecht betaald werk. De jongens zijn schoonmaker, sjacheraar, stucadoor, magazijnmedewerker of beroepsmilitair. De meiden werken bij Albert Heijn, in een magazijn of als medewerkster op een kinderdagverblijf. Acht oud-leerlingen van 6b hebben geschoold werk of zijn te omschrijven als 'economisch geslaagd'.

Sabine Swaans heeft het zonder twijfel het verst geschopt. Zij is bedrijfsjuriste. Er zitten een verpleegkundige en een directiesecretaresse tussen. William Ansems werkt op het gerechtshof in Den Bosch en studeert in de avonduren aan de heao. David Wulms (dakdekker) en Ingrid Hamers (kapster) hebben weinig scholing, maar runnen wel een eigen zaak. Vier van de vierentwintig zijn nog bezig met een opleiding. Drie studeren aan een hbo en Nourdinne doet een mbo-praktijkopleiding voor de verkoop.

Het zou niet moeilijk zijn geweest om op de laatste schooldag van klas 6b aan de hand van hun rapporten en schooladviezen te voorspellen wat elk van de kinderen ging doen. Er waren drie bollebozen in de klas: Roosmarie, Sabine en William. Ze kregen een havo/vwo-advies en zijn uiteindelijk allemaal op hun pootjes terecht gekomen.

Dat Henkie Tijssens zelfs zijn lts niet zou afmaken was ook voorspelbaar. De beroepsonderwijs-adviezen voor John (bakker), Leon (schoonmaker), Nicole (Albert Heijn), Astrid (gastvrouw) en José (Albert Heijn) voorspelden al dat hun gaven niet op intellectueel terrein lagen. School interesseerde hen weinig. Ze waren blij als ze aan het werk konden.

Of neem als voorbeeld Silvia Verhoeven. Ook typisch voor een aantal leerlingen uit de klas. Ze kreeg een mavo-advies. Ze volgde dat op en had het er leuk, vooral door de fuiven, vertelt ze. Daarna probeerde ze een jaartje een opleiding voor apothekersassistente, maar dat vond ze saai. Ook de middelbare detailhandelschool verliet ze na anderhalf jaar. 'Ik zag er het nut niet van in.' Haar ouders drongen er niet op aan dat ze op school bleef. Ze ging fulltime werken op haar stageplaats bij Albert Heijn. 'Ik ben zo iemand van: het is wel goed zo.'

Roosmarie, David en Marcel zijn met meester Kokx een rondje door de school aan het maken. Ze staan boven aan de trap waarlangs ze vroeger honderden malen naar beneden zijn gerend. De glimmende houten leuning lijkt uit te nodigen om erover naar beneden te glijden. Maar dikke moeren die er om de meter uitsteken beletten het. Roosmarie, het onberispelijke leerlingetje van weleer, bekent tegen meester Kokx een geheime fascinatie: 'Oh, ik wou vroeger toch altijd zo graag één keer naar beneden glijden.' Ze streelt met haar hand over het hout en betast een van de moeren. 'En zelfs nu heb ik dat gevoel weer.'

Een aantal leerlingen van 6b had wat omwegen nodig om de juiste opleiding te vinden. Roosmarie was de beste van de klas, maar bleek een zoeker. Ze bleef twee maal zitten op de havo en zakte voor haar eindexamen. Ze haalde haar diploma uiteindelijk via de avondschool, studeerde drie maanden aan een mbo voor apothekersassistente, ging een tijdje werken bij Albert Heijn en haalde toen toch haar colloquium voor het hbo, waar ze nu Nederlands studeert.

En Marcel Mutsaers, die er van droomde piloot te worden en met zijn vader altijd vliegtuigen ging spotten. 'Hij kon ook van die mooie vliegtuigjes tekenen', herinnert een klasgenoot zich. Zowel de KLM als de luchtmacht wees hem af. Maar Marcel beet door. Hij ging via de mavo en de mts naar de hts en studeert nu op de pedagogische technische hogeschool aan de afdeling luchtvaarttechniek. Hij solliciteert binnenkort als navigator. Gaat hij toch nog de lucht in, misschien.

Eigenlijk is Nourdinne al Jouharati met zijn mbo-praktijkopleiding de enige die echt afweek van het verwachtingspatroon, en dat in positieve zin. Al zag hij pas heel laat het licht. De toekomst van deze kinderen is niet alleen te voorspellen aan de hand van hun rapporten, maar lijkt sociaal-economisch bepaald. De doorstudeerders komen meestal uit betere milieus. Zij die het na of tijdens voorbereidend beroepsonderwijs of mavo voor gezien hielden, hebben ook vaak laaggeschoolde ouders.

Voor de onderwijzers van basisschool Hasselt is dit alles geen verrassing. Meester Kokx: 'Er zit een bepaald talent in kinderen. Je schaaft eraan, maar het is al heel vroeg bepaald welke kant het op gaat. Dat is misschien iets om fatalistisch van te worden, maar zo is het wel.'

Klas 6b maakt zich inmiddels op voor een remake van de klassenfoto. Ze moeten onwennig dicht bij elkaar staan. Een oud-lerares stapt kordaat op Henkie Tijssens af, die nog snel even aan een shaggie trekt. 'Geef die maar aan mij.' Naast de sjacheraar zit de bedrijfsjuriste. 'Even lachen', vraagt de fotograaf en dan is klas 6b opnieuw vereeuwigd.

'Ook in Nederland wordt het kind van een timmerman vaak timmerman', concludeert Annemarie van Langen, een van de wetenschappers van het Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS) in Nijmegen. Ze volgen daar sinds 1988 tienduizenden basisschoolleerlingen tot enkele jaren in het voortgezet onderwijs, met speciale aandacht voor de onderwijsvoorrangsgebieden (kleinere klassen waardoor er meer aandacht aan leerlingen kan worden gegeven).

De schooladviezen die onderwijzers aan hun leerlingen geven, blijken meestentijds zeer adequaat te zijn. Als ouders hun kinderen toch naar een andere (hogere) opleiding sturen, pakt dat meestal verkeerd uit. Minder hoopgevend zijn de conclusies voor wie kijkt naar de individuele schoolloopbanen. Ruwweg komt het er op neer dat kinderen van allochtonen, laaggeschoolde ouders of ouders uit sociaalproblematische milieus blijven steken in het beroepsonderwijs of op de mavo. Kinderen uit 'betere milieus' komen ook op betere scholen terecht.

Wetenschappers breken zich er het hoofd over. Sommigen beweren dat het Nederlandse onderwijsstelsel een zichzelf reproducerend systeem is. Daarin projecteren de leerkrachten hun verwachtingspatronen op leerlingen en sturen hen op die manier een bepaalde richting op. Lia Mulder van het ITS verwoordt een andere stelling: 'Zeker is dat 90 procent van wat er van een leerling terecht komt, wordt bepaald door zijn complete sociale achtergrond. Slechts 10 procent kan bepaald worden door de school.' Om dat te veranderen, wordt nu al op de crèche aan taalonderricht gewerkt.

Voor klas 6b uit 1984 was dat er allemaal nog niet. Dus zullen ze nooit weten of ze een carrière zijn misgelopen. Enkelen denken deze zaterdagmiddag dat het beter had kunnen aflopen. Maar zij leggen de schuld vooral bij zichzelf. 'Had ik maar beter opgelet', klinkt er vol zelfverwijt uit de mond van dakdekker David Wulms en magazijnmedewerker André van Mook.

Ondanks deze verzuchting zijn de meeste leerlingen van klas 6b redelijk tot zeer tevreden met hun huidige leven. Het merendeel is getrouwd, staat op het punt dat te doen of woont samen. Een aantal heeft al kinderen. André van Mook: 'Het is huisje-boompje-beestje nu. Maar wat is daar tegen? Zo met die kleine en mijn vrouw en af en toe eens op vakantie.' 'En nog een beetje sparen', vult zijn vrouw aan. Hij knikt. 'Ja, dan hebben we het toch goed' José van de Ven, AH-medewerkster: 'Het gaat goed met ons en daar ben ik tevreden mee. Saai hè.'

Met medewerking van: Mark van Driel, Marc van den Eerenbeemt, Peter Giesen, Rob Gollin, Janny Groen, Ineke Jungschleger, Michiel Kruijt, Bas Mesters, Stieven Ramdharie, Mirjam Schöttelndreier, Ellen de Visser

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden