De kindertjes van de rekening

'We missen uw kind! En stiekem hopen we dat uw kind ons ook een beetje mist.' Een brief met deze aanhef ontving ik eind vorig jaar van de inmiddels ter ziele gegane kinderopvanggigant Estro. Een brief alsof mijn kind destijds zonder duidelijke aanleiding van de crèche was verdwenen en daarom net zo plots weer zou kunnen verschijnen. Een aanhef alsof Estro een emotionele band met mijn dochter had opgebouwd.


Een emotionele band was er zeker, tussen mijn dochter en de leidsters die haar van heel kleins af aan met veel liefde hadden verzorgd. Met tranen in de ogen hadden ze afscheid genomen van mijn zoontje toen die naar school vertrok, met open armen was zijn zusje ontvangen. Je haalt je kind niet snel weg uit zo'n vertrouwde omgeving.


Dat doe je pas als het management steeds ingrijpender bezuinigingen doorvoert, de sfeer onder de leidsters vergiftigt en keer op keer afspraken niet nakomt waardoor je voor een plotseling einde van de opvang moet vrezen. De professionaliteit van de verzorgsters werd verdrongen door de rationaliteit van de spreadsheets waarin kinderen heel letterlijk nummertjes zijn.


Het drama Estro laat zien hoe het mis kan gaan als de overheid onvoldoende rekening houdt met de eigenaardigheden van een sector die een goede marktwerking verhinderen. Denk aan schaalvoordelen, een lastig te bepalen kwaliteit, en het feit dat jonge kinderen baat hebben bij een stabiele omgeving en dus niet snel naar de concurrent zullen verhuizen. Deze vormen van wat economen 'marktfalen' noemen, maken zo'n sector juist extra aantrekkelijk voor kapitaalkrachtige partijen die zich kunnen inkopen op zo'n lucratieve, beschermde positie. Want, zoals de Amerikanen zeggen: 'every market failure is a business opportunity'.


Het grootkapitaal in de wereld van de kleinste Nederlandertjes leidde tot financieel gegoochel waar veel mensen veel geld aan hebben verdiend, maar dat de onderneming heeft uitgeput. Ouders van meer dan honderd kinderopvanglocaties weten niet wie zich na de zomer over hun kind zal ontfermen. Duizend medewerk(st)ers vrezen voor hun baan.


Het verhaal begint in 2001 als participatiemaatschappij Waterland kinderopvangbedrijf Catalpa opkoopt. Vijf jaar later verkoopt Waterland Catalpa aan investeerder Bencis. Die maakt in 2010 de grote klapper (bekroond met de 'M&A Awards Best Deal 2010') met de verkoop van Catalpa aan de Amerikaanse investeerder Providence. Met dank aan ING wordt de marktleider in de kinderopvang opgezadeld met een schuld van 280 miljoen euro. Je hebt als bank 'ontwikkeling van de jeugd' als speerpunt van je maatschappelijk beleid of niet.


De economische crisis maakt het leven ingewikkeld voor alle kinderdagverblijven, maar het is deze schuld die de inmiddels tot Estro (Grieks voor 'natuurlijk leider') omgedoopte kinderopvanggigant nekt. Het terugbrengen van de zorg voor kinderen tot het wettelijk minimum biedt geen uitkomst meer. Februari vorig jaar moeten de banken driekwart van de schulden afschrijven. Het begeleidende persbericht rept van een 'nieuwe solide financieringsstructuur' die het Estro mogelijk maakt 'haar dienstverlening, goed werkgeverschap en investeringen in kwaliteit te continueren'. De praktijk van de naschoolse opvang van mijn zoontje is dat de vaste vervangers worden ontslagen, waardoor regelmatig een leidster in haar eentje op de groep staat. Buiten spelen zit er die zomer daardoor vaak niet in. Nu blijkt het ook financieel minder dan solide.


Een jaar nadat de politiek in 2005 met de Wet Kinderopvang inzette op marktwerking verscheen de vuistdikke internationale studie Starting Strong II. Conclusie: de kwaliteit van kinderopvang is beter in landen waar de overheid de regie voert. Deze kan schaalvoordelen benutten, traint het personeel beter en stuurt op pedagogische kwaliteit in plaats van de uiterlijkheden waar ouders voor vallen. Vooral de kleintjes in achterstandssituaties profiteren hiervan.


Inmiddels kunnen we ook in Nederland vaststellen dat de vrije markt niet de gewenste kwaliteit heeft gebracht. De randen van de wet worden opgezocht, wat mogelijk is doordat de capaciteit van het toezicht ver achterbleef bij de groei van de sector. Vorig jaar gaf eenderde van de medewerkers aan dat er regelmatig minder personeel aanwezig is dan wettelijk verplicht.


Toch besluit minister Asscher zijn brief over het faillissement van Estro met de stelling dat de sector er 'zelf' weer 'bovenop' moet zien te komen. Onze kleinsten zijn ondertussen wel heel letterlijk het kind van de rekening.

Rens van Tilburg is econoom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden