De kiezer is zowel links als rechts

Het politieke midden staat onder druk, maar is zeker niet weggevaagd. Ondanks alle wispelturigheid bij de kiezers...

In zijn lange carrière zat PvdA-politicus Ed van Thijn zelden verlegen om een apocalyptisch visioen. Bij zijn afscheid in oktober als senator memoreerde hij de Duitse Weimarrepubliek, waarvan het politieke centrum in 1933 werd vernietigd door extremisten van links en rechts. Een waarschuwing voor het hedendaagse Nederland, meende hij.

Ook koelbloediger geesten waarschuwden voor de ‘leegloop’ van het politieke centrum. Als de grote middenpartijen verliezen, wordt het moeilijker een stabiel kabinet te formeren, stelde bijvoorbeeld SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan onlangs.

De politieke elite is nerveus door de heftig schommelende verkiezingsuitslagen. Zij is geneigd om de kiezers de schuld te geven, zegt politicoloog Wouter van der Brug, die deze week zijn oratie uitsprak aan de Universiteit van Amsterdam. De kiezer zou verwend en sikkeneurig zijn, als stuifzand alle kanten opspatten. Voor goedwillende politici is er geen beginnen aan: het is niet goed of het deugt niet, voor de kiezer.

Maar paradoxaal genoeg gaat onder de electorale wispelturigheid een grote mate van stabiliteit schuil, zo blijkt uit politicologisch onderzoek. Natuurlijk namen de extremen toe bij de verkiezingen van november 2006, vooral aan de rechterkant. Het percentage kiezers dat zich ‘zeer rechts’ noemde, steeg van 11 procent in 2002 naar 17 procent. De groep ‘zeer linkse’ kiezers groeide van 11 naar 13 procent. Ook slonk het ‘midden’ ten gunste van gematigd links en rechts, blijkt uit een analyse in het boek Een verdeeld electoraat van de Twentse politicologen Aarts, Van der Kolk en Rosema.

Stabiel

Toch zijn de opvattingen van kiezers de afgelopen decennia jaar tamelijk stabiel gebleven. De grootste groep kiezers is links in sociaal-economisch opzicht en rechts in sociaal-cultureel opzicht. Simpeler gezegd: ze hechten aan de verzorgingsstaat en zijn tegen immigratie.

Uit beide opvattingen spreekt een sterk verlangen naar veiligheid en orde. Ook de weerzin tegen Europa kan ermee worden verklaard, aldus Van der Brug. Europa staat juist voor economisch liberalisme en open grenzen.

Juist de grote middenpartijen worstelen met de verzorgingsstaat en immigratie, zegt Van der Brug. ‘Niet de kiezers zweven, maar de partijen. De sociaal-democratie en de christen-democratie zijn groot geworden door de opbouw van de verzorgingsstaat.’ Door de globalisering is de verzorgingsstaat onder druk komen te staan. Zowel de sociaal-democraten als de christen-democraten hebben een groot deel van de neoliberale agenda overgenomen. Ze hebben geprivatiseerd, gedereguleerd en de sociale zekerheid afgeslankt. Van der Brug: ‘Daardoor is hun ideologisch profiel onduidelijk geworden. Ze hebben ook geen heldere visie op de toekomst van de verzorgingsstaat. Als de middenpartijen zoekende zijn, worden de uitersten van het politieke spectrum aantrekkelijker.’

Tot dusverre is de verhouding tussen links en rechts in de Nederlandse politiek tamelijk stabiel gebleven. Linkse kiezers zweven doorgaans tussen PvdA, SP en GroenLinks, terwijl de meeste rechtse kiezers zweven tussen CDA, VVD, PVV en sinds kort Trots op Nederland.

Traditioneel werd de tegenstelling tussen links en rechts voornamelijk bepaald door sociaal-economische opvattingen. Heel vaak is gezegd dat deze oude tegenstelling achterhaald is. Uit politicologisch onderzoek blijkt echter het tegendeel. Het electoraat wordt nog altijd verdeeld langs sociaal-economische lijnen: de meeste kiezers hechten sterk aan de verzorgingstaat, maar sommigen geven de voorkeur aan een meer dynamische economie naar Angelsaksisch model.

Maar het politieke denken is wel complexer geworden. Naast de oude scheidslijn is een nieuwe scheidslijn ontstaan, die vooral om immigratie en integratie draait. Verwarrend genoeg wordt ook deze breuklijn door kiezers in termen van links en rechts gedefinieerd. Links wil een open, kosmopolitische samenleving, rechts is tegen immigratie en vindt dat migranten zich moeten aanpassen.

De grootste groep kiezers is economisch links en cultureel rechts. In heel Europa wordt deze combinatie echter zelden aangeboden, blijkt uit onderzoek van Van der Brug. Terwijl de opvattingen van kiezers door twee dimensies worden gestructureerd, is het aanbod van partijen eendimensionaal: op beide scheidslijnen zijn zij links of rechts.

Daarom verwacht Van der Brug de komende tijd belangrijke verschuivingen, in alle Europese landen. ‘Er zijn verschillende varianten denkbaar. Linkse partijen kunnen in cultureel opzicht naar rechts verschuiven. De SP doet dat een beetje, bijvoorbeeld in haar verzet tegen het toelaten van Poolse arbeiders. Die Linke Partei in Duitsland doet het heel duidelijk’, aldus Van der Brug. ‘Het is ook mogelijk dat rechtspopulistische partijen in economisch opzicht linkser worden. Dat zie je bij de Deense Vooruitgangspartij en ook een beetje bij het Vlaams Belang, die de verzorgingsstaat tegenwoordig wat positiever benaderen.’

Van oudsher was politicologisch onderzoek sterk gericht op de opvattingen en voorkeuren van de individuele kiezer. De laatste jaren rees echter het inzicht dat de uitkomst van verkiezingen niet alleen wordt bepaald door individuele voorkeuren, maar ook door het aanbod aan partijen en de manier waarop het politieke bestel is georganiseerd.

De desoriëntatie van het politieke midden komt in heel Europa voor, zegt Van der Brug. In veel landen wordt het effect echter gedempt door het kiesstelsel.

Schofferen

In Engeland kon Tony Blair jarenlang ongestraft de linkervleugel van zijn partij schofferen. Omdat het districtenstelsel grote partijen bevoordeelt, hoefde hij niet bang te zijn voor de opkomst van kleine linkse concurrenten.

‘Het Nederlandse stelsel is heel responsief. Nieuwe partijen hebben het relatief gemakkelijk. Daardoor is het Nederlandse stelsel ook democratisch. Het immigratiebeleid is veel strenger geworden, omdat de kiezer daarom vroeg’, zegt Van der Brug.

Is een stelsel dat grote partijen bevoordeelt, niet stabieler? Regeren wordt moeilijker als grote partijen verliezen aan de vleugels. ‘Je moet inderdaad coalities van meer partijen vormen. Die zijn minder stabiel. Maar ik geloof dat we de situatie niet moeten dramatiseren’, zegt Van der Brug. ‘Het is heel goed mogelijk dat de middenpartijen weer gaan groeien.’

Maar wat moeten ze doen om de kiezer terug te winnen? De eerste kabinetten van Balkenende werden bekritiseerd om hun ‘asociale’ beleid. De huidige ploeg koos voor het motto ‘samen werken, samen leven’, maar staat er in de peilingen al even hopeloos voor.

‘Dit kabinet is erg onzeker. Het straalt weinig zelfvertrouwen uit. Dat geldt eigenlijk voor de hele politieke elite. Wat dat betreft lijkt de situatie op die aan het einde van de jaren zestig. Toen had je ook politieke leiders die niet in ons geheugen gegrift staan, zoals Toxopeus van de VVD en Veringa van de KVP. Toen maakte men zich ook zorgen over de instabiliteit van de politiek. Maar in de jaren zeventig hebben de middenpartijen zich hersteld met sterk geprofileerde leiders zoals Den Uyl, Van Agt en Wiegel’, aldus Van der Brug.

De vergelijking met de Weimarrepubliek is in elk geval ‘totaal inadequaat’, vindt hij. Anders dan in Weimar is het vertrouwen in de democratie groot. Het politieke vertrouwen kreeg weliswaar een knauw aan het begin van de 21ste eeuw, maar is niet structureel gedaald. Op dit moment is het vertrouwen zelfs groter dan in de jaren zeventig.

‘Weimar ging ten onder in een sfeer van straatgeweld. Linkse en rechtse knokploegen wilden een einde maken aan de democratie’, aldus Van der Brug. ‘Tegenwoordig stellen anti-democratische partijen electoraal niets voor. Dat is paradoxaal aan de huidige situatie: ook de vleugels zijn naar het midden opgeschoven.

‘De SP beschouwt zichzelf tegenwoordig als de erfgenaam van Den Uyl. Maar in de jaren zeventig bestond de partij uit maoïsten die Den Uyl verafschuwden. Ook rechtse politici als Wilders en Verdonk hebben niets gemeen met het fascisme van weleer.

‘Dat geldt eigenlijk voor heel Europa. De succesvolle rechtspopulisten zijn niet anti-democratisch. Om succesvol te kunnen zijn heeft een partij als de Aleanza Nazionale in Italië de skinheads eruit gegooid. Alleen in het oosten van Duitsland heeft de neonazistische NPD bij een paar regionale verkiezingen de kiesdrempel gehaald.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.