'De kerk kan nu helemaal niks meer goed doen'

De schandalen over seksueel misbruik hebben de kerkreputatie onrechtvaar-dig zwaar aangetast, vindt de voorman van de kloosterorden. 'Religieuzen berusten nu in de vernedering.'

'Dat de hele samenleving zich nu stort op de katholieke kerk en al onze inzet uit het verleden in een kwaad daglicht stelt, ervaren de oversten als een groot onrecht.' Patrick Chatelion Counet, algemeen secretaris van de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR), de koepelorganisatie van zo'n tweehonderd kloosterorden en congregaties in Nederland, is het zat.


Voor het eerst treedt de KNR, gevestigd in Den Bosch, naar buiten over de misbruikaffaire in de rooms-katholieke kerk, en vooral de afwikkeling daarvan. De kloostergemeenschappen willen niet meer door het slijk worden gehaald en weggezet als 'obscure clubjes'.


Als je geschoren wordt, moet je stilzitten, was tot nu toe het adagium van de KNR. Tijdens de storm die losbarstte over het seksueel misbruik in de r.k. kerk deden de oversten van kloostergemeenschappen, van nature al niet belust op publiciteit en media, er het zwijgen toe. Ze boden excuses aan. Ze probeerden met slachtoffers in gesprek te gaan. Ze betaalden schadevergoeding. Maar voor de rest lieten ze de storm gelaten over zich heen komen.


Intern was er schaamte over de misstappen van broeders en zusters in het verleden. Tegelijk groeide ook het gevoel van onrecht: iedereen keert zich opeens tegen de kerk, we kunnen niets goed meer doen.


De kerk heeft veel kritiek gehad over de manier waarop ze met de misbruikaffaire en de slachtoffers is omgegaan: te star, ongevoelig, niet empathisch. Is die kritiek niet terecht dan?

Chatelion Counet: 'Journalisten en politici oordelen dat de kerk de slachtoffers niet goed behandelt. Dat verbaast mij. Hoeveel schadevergoeding er ook wordt betaald, hoeveel honderden, intussen duizenden, gesprekken van oversten en bisschoppen met slachtoffers er ook plaatsvinden, welke genereuze klachtprocedures en vormen van herstelbemiddeling er ook worden aangeboden, de religieuzen kunnen het blijkbaar nooit goed doen. Ze worden telkens opnieuw persoonlijk verantwoordelijk gehouden voor de misdaden van sommigen van hun voorgangers.


'De Nederlandse samenleving gaat het monster van het seksueel misbruik het liefst te lijf door het te isoleren. In de film Jagten van Thomas Vinterberg zie je hoe een verdachte van kindermisbruik door de gemeenschap als een beest wordt afgeschilderd, zodat hij zo weinig mogelijk meer lijkt op een gewoon mens. Iets soortgelijks gebeurt bij de katholieke kerk. De trekken van de geestelijkheid in de beeldvorming zijn nauwelijks nog menselijk: het seksueel misbruik heeft vroeger plaatsgevonden in een obscure godsdienstige groepering, in duistere instituten, door figuren die door hun vorming al tot sadisten waren gekneed. Dit alles in groot contrast met de instellingen waar wij onze kinderen, gehandicapten en zwakke medemensen nu aan toevertrouwen. Ofwel: het kwaad hoeft ons niet meer te verontrusten, want het is geïsoleerd.'


Vindt u dat de kerk te veel als zondebok wordt gebruikt voor misstanden die ook elders in de samenleving voorkomen?

'Misschien wel, ja. Het is nog steeds niet duidelijk waarom het zo stil blijft rond de verontrustende uitkomsten van de commissie-Samson die het seksueel misbruik in overheidsinstellingen onderzocht. Veel politici staan op hun achterste benen over de kerk. Het misbruik was iets van toen en daar, niet van nu en hier. Van religieuzen wordt niet geaccepteerd dat zij in misbruikzaken weerwoord voeren. Zij moeten de rol van zondebok blijven vervullen en zo de maatschappelijke rust handhaven. Dan hoeft er niet gekeken te worden naar seksueel misbruik dat in 2013 gepleegd wordt door gewone huisvaders, groepsleiders, leraren, hulpverleners.'


Volgens commissievoorzitter Wim Deetman werken kerkleiders niet altijd even goed mee bij de klachtenbehandeling van slachtoffers en werpen zij zelfs onnodige juridische barrières op.

'In feite werpt de katholieke kerk veel minder barrières op dan alle andere maatschappelijke instellingen, inclusief de overheid. Zij geeft het voorbeeld aan andere instellingen om zaken te aanvaarden die verjaard zijn. Geen enkel ziekenhuis, school of sportorganisatie, noch een overheid, gemeente of provincie, zou processen accepteren tegen overleden daders waarbij ook nog eens geen sluitend bewijs hoeft te worden geleverd. De kerk wel. Gevolg is dat de rechtsbescherming van paters en zusters die nu beschuldigd worden bedenkelijk zwak is. Het rechtsprincipe dat iemands onschuld verondersteld wordt tot het tegendeel is bewezen, is hier al lang verlaten.'


Hoe ervaren de oversten van kloostergemeenschappen de misbruikaffaire?

'Het bekend worden van al die gevallen van seksueel misbruik in het verleden heeft hen vervuld met diepe schaamte. Zij hebben hun leven gewijd aan dienstbaarheid, vaak aan mensen in moeilijke situaties. Zij hebben onderwijs toegankelijk gemaakt voor iedereen, ook als ouders dat niet konden betalen. Zij hebben wezen, gehandicapten en moeilijk opvoedbare kinderen opgevangen, die er zonder deze zorg slechter aan toe waren geweest. Dat onderwijs en die zorg gebeurden misschien niet altijd optimaal, zeker naar de professionele maatstaven van nu. Maar ze deden wat ze konden. Dat nu blijkt dat medebroeders zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik beleven de oversten als verraad aan hun goede zaak. Zij willen niets liever dan de slachtoffers, voor zover mogelijk, tegemoetkomen. De collectieve boosheid van de samenleving, die hun inzet uit het verleden als nooit plaatsgevonden lijkt te beschouwen, ervaren zij als uitermate onrechtvaardig, bijna als traditiemoord. Zij zullen dat gevoel en die pijn nooit zelf naar buiten brengen. Het zou kunnen worden uitgelegd als onbegrip voor de slachtoffers. Dat is het laatste wat ze willen.'


Vindt u het te veel eenrichtingsverkeer: dat de kerk haar mond moet houden en alleen maar doen wat anderen verlangen?

'Dat is misschien wat fors gezegd. Minister Opstelten heeft op aandringen van de Tweede Kamer-commissie voor Veiligheid en Justitie uitgesproken dat de kerk tempo moet maken met de vele klachtenprocedures: geen gejuridiseer en geen gemillimeter. Ik wil niet zeggen dat de minister daarmee suggereert dat sprake is van boze opzet, alsof de kerk zaken bewust traineert. Maar wel wordt hiermee opnieuw het zondebokmechanisme versterkt: de kerk deugde vroeger niet, en nu is het al niet beter. Diverse oversten bezwijken onder de druk van slachtofferorganisaties en mediators, doen soms niet geheel vrijwillig concessies. Dat is voor geen van de partijen goed: overleden aangeklaagden krijgen geen eerlijk proces, en de slachtoffers onvoldoende of niet de juiste aandacht.


'Oversten treden in de plaats van hun overleden beschuldigde broeders. Ze kunnen plaatsvervangend schuld op zich nemen en plaatsvervangend vergiffenis vragen. Vanuit hun geloof en hun besef van eigen zondigheid doen ze dat vaak zonder protest. Maar zij zijn zelf geen daders. Hun klooster of congregatie is geen criminele organisatie. De oversten hebben het kwaad niet zelf aangericht. Wat zij doen is de verantwoordelijkheid ervoor op zich nemen. Het zou goed zijn als oversten in vrijheid hun spijt kunnen betuigen, op een manier die niet vernederend is voor henzelf. Soms gebeurt dat. Dat is bevrijdend voor de slachtoffers en zelfs voor de oversten. Daar kan ook een schadevergoeding bij horen, dat is de kwestie niet. Maar vaak krijgen ze die kans niet. Want de beeldvorming in de maatschappij is alleen maar negatief. De oversten berusten in de vernedering. Ze kunnen niet in waardigheid hun spijt overbrengen. Daarom hebben slachtoffers soms de indruk dat het niet van harte gaat. Dat kan verzoening in de weg staan.'


Grote kans dat slachtoffergroepen uw opmerkingen zullen kritisren en zeggen: zie je wel dat de kerk de slachtoffers en het misbruik niet echt serieus neemt.

Chatelion Counet: 'Dat is dan volstrekt onjuist. Ik heb juist willen aantonen dat de kerk alles doet om de slachtoffers tegemoet te treden. Daar schuift ze het Nederlandse strafrecht voor aan de kant: geen verjaring, wel processen tegen overleden daders, schadecompensaties zonder bewijsvoering, talloze verzoeningsgesprekken. Wie dan nog denkt dat slachtoffers niet serieus genomen worden , zal nooit op andere gedachten worden gebracht. Het schuldgevoel dat veel hogere oversten en religieuzen hebben, leidt tot concessies in procedures en tot handreikingen aan slachtoffers die andere instellingen tot voorbeeld kunnen dienen.'


Bijna 2.800 meldingen


Bij het Meldpunt Seksueel Misbruik RKK zijn de afgelopen drie jaar bijna 2.800 meldingen binnengekomen over seksueel misbruik door geestelijken van de katholieke kerk. 80 procent van de meldingen van seksueel misbruik heeft betrekking op leden van orden en congregaties; 20 procent gaat over priesters van bisdommen en leken. Iets minder dan de helft van de meldingen (1.300) is omgezet in een formele klacht van een slachtoffer jegens een geestelijke. De klachtencommissie heeft tot begin juni 680 klachten behandeld en daarover advies uitgebracht: 70 procent werd gegrond verklaard, 30 procent is ongegrond of niet ontvankelijk verklaard. De compensatiecommissie heeft tot dusver 185 uitspraken gedaan over financiële compensatie. Ten minste zeven slachtoffers kregen de hoogste schadevergoeding van 100 duizend euro toegekend, onder wie vijf vrouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden