De kerk als Gods afkickcentrum

In Alles behalve kennis presenteert de tegendraadse theoloog Harry Kuitert zijn 'geestelijk testament'. Zijn boodschap voor de kerken: het wordt opheffen op termijn.

Het doet onwillekeurig denken aan de praktijken van Diederik Stapel. Wetenschappers die hun eigen onderzoeksmateriaal verzinnen, zij het in dit geval doorgaans met de beste bedoelingen. Die wetenschappers zijn theologen, meer in het bijzonder de beoefenaren van de dogmatiek, wier pretentie dat hun godgeleerdheid uit wetenschappelijk gewaarmerkte kennis van God bestaat, op drijfzand berust. Zij hebben het bewijsmateriaal zelf bedacht, of beroepen zich op onderzoeksresultaten van hun voorgangers, die dezelfde dubieuze methode hanteerden.


Hun kennis is geen kennis in de wetenschappelijke zin des woords, want heeft geen betrekking op iets of iemand van wie, dan wel waarvan, empirisch is aangetoond dat hij of het bestaat. Godgeleerden zelf draaien, met dank aan Aristoteles, die bewijsvoering overigens graag om: wat niet bestaat kun je niet onderzoeken, maar wij onderzoeken het en dús bestaat het.


Eeuwenlang is die praktijk zonder slag of stoot geaccepteerd, al probeerde af en toe iemand het balonnetje lek te prikken. Dat deed bijvoorbeeld Friedrich Schleiermacher (1768-1834) met zijn stelling dat wetenschappelijk onderzoek van God onmogelijk is en dat alleen het geloof in God een legitiem object van onderzoek kan zijn. In 1974 poneerde VU-theoloog en -ethicus Harry Kuitert (1924), iets vergelijkbaars met zijn befaamde oneliner 'Alle spreken over Boven komt van beneden, óók de uitspraak dat iets van Boven komt'. Daarmee gooide hij de knuppel in het gereformeerde hoenderhok. Want daar kraaide nog steeds de haan van de aloude Scholastiek.


God zelf was daarin het fundament van alle godskennis die enkel en alleen kon voortspruiten uit de wijze waarop Hij zich liet kennen: in de openbaring van zichzelf aan de mensheid, in Gods Woord, de Bijbel. Daarmee verviel tegelijk de noodzaak om het bestaan van God te bewijzen. Je kon er, net als bij de oerknal, niet achter terug (de term is van Kuitert), maar dat hoefde ook niet. Een fundament behoeft geen fundering.


De preoccupatie met 'de leer', als gebundelde godskennis, is trouwens een typisch reformatorische aangelegenheid. De rooms-katholieke kerk leed er ook wel aan, maar viel er de eenvoudige gelovigen niet mee lastig, terwijl de Heidelbergse Catechismus, als vrucht van de reformatische Scholastiek, zelfs van de eenvoudigste protestantse gelovigen kleine theoloogjes maakte. De leer was belangrijker dan volgzame vroomheid.


Toen Kuitert zijn oneliner lanceerde was hij nog niet zo ver dat hij in één moeite door het bestaan van een Boven bestreed. Dat deed hij pas later, bij wijze van voortschrijdend inzicht, opgedaan tijdens het schrijven van een reeks opzienbarende boeken voor een breed publiek, waarvan een aantal het tot bestseller bracht. Laatste in die rij is Alles behalve kennis, dat de inmiddels 87-jarige theoloog bij de presentatie als zijn 'geestelijk testament' en 'de handtekening onder zijn werk' bestempelde.


In Alles behalve kennis, dat de niet mis te verstane ondertitel Afkicken van de godgeleerdheiden opnieuw beginnen draagt, borduurt hij voort op eerder verschenen werk, zoals Hetzelfde anders zien (2005), waarin hij de stelling poneerde dat God 'van verbeelding' is, een 'denksel', gecreëerd door de mens die eerder al goden schiep om zin en betekenis te verlenen aan een zinloos bestaan in een chaotisch universum.


In zijn verhalen over God legt de mens zichzelf uit. En die verhalen gaan over van generatie op generatie, die ze telkens bijstellen op grond van veranderende historische, culturele en maatschappelijke situaties. Daar is niks mis mee. Maar al die verhalen zijn de basis geworden van wat gelovigen als 'de leer' koesteren en die zij, vaak tegen beter weten in, voor tijdloos, onveranderlijk en rechtstreeks van God afkomstig beschouwen. En dan gebeuren er ongelukken, aldus Kuitert.


De dogmatiek afschaffen hoeft niet van hem. Hij wil haar slechts afhelpen van de pretentie dat zij naar godgeleerdheid streeft. In plaats daarvan zou zij studie moeten maken van de ontwikkeling van geloofsvoorstellingen binnen het christendom, die tezamen zo'n enorme invloed hebben gehad op de westerse beschaving. Dat kan namelijk wél op wetenschappelijke basis; het zorgvuldig beargumenteerde, overzichtelijk opgebouwde Alles behalve kennis bewijst het. Het is echter wat merkwaardig dat de gewezen dogmaticus Kuitert hier voorbijgaat aan het feit dat in de behoefte aan wetenschappelijke bestudering van geloofsvoorstellingen, binnen de theologische faculteiten al sinds jaar en dag wordt voorzien door het vak kerk- en dogmengeschiedenis.


Voor de kerken, waarmee Kuitert door de jaren heen een haat-liefdeverhouding onderhield, heeft hij een minder benijdenswaardige positie in petto. Nu de verkondiging van het ware woord als taak wegvalt, zouden zij zich beschikbaar moeten stellen als afkickcentra voor verslaafde gelovigen, die het voortaan zonder God moeten stellen, maar de zucht naar het transcendente niet probleemloos kunnen weerstaan. Dit betekent opheffing op termijn; kerken verworden zo immers tot instituten wier voornaamste doel het is, zich overbodig te maken.


Kuitert geldt, tegen wil en dank overigens, als het boegbeeld van de moderne richting die de gereformeerde theologie na de oorlog insloeg. Dat ging niet zonder slag of stoot, zoals ook weer bleek, daags na verschijnen van Alles behalve kennis, toen sympathisanten en tegenstrevers van de theoloog zich in de kolommen van het dagblad Trouw verdrongen om hun zegje te doen.


Opmerkelijk was dat enkele jonge theologen hem daarbij afschreven als passé, in een oneigentijdse hang naar het orthodoxe geloof. Uitspraken als: 'Kuitert is een representant van de generatie die massaal afscheid heeft genomen van de kerk' en 'Wij proberen juist weer op te bouwen wat door hem omver is gegooid', doen de vraag rijzen of de voorspelde teloorgang van de georganiseerde godsdienst in Nederland wel aanstaande is.


Maar ook de felle reacties daarop van zijn fans - 'Hij heeft ons van een zware last bevrijd' en 'hem verwijten dat de kerken leeglopen is oneerlijk en respectloos' - tonen aan dat wat Kuitert in zijn laatste boek te zeggen heeft allerminst achterhaald is.


Harry Kuitert: Alles behalve kennis - Afkicken van de godgeleerdheid en opnieuw beginnen.

Ten Have; 304 pagina's; € 19,95.


ISBN 978 90 259 0112 7.


Gert J. Peelen is godsdienstsocioloog en werkt aan de biografie van H.M. Kuitert.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden