De kastaars* van het woordenboek

Eindelijk weten we welke woorden we niet weten. Dankzij het Groot Nationaal Onderzoek, dat nog groter werd dan verwacht.

Weet u wat brijnen ook alweer is? Of hartenlap? Nee? Dan bevindt u zich in goed gezelschap. Want vrijwel niemand van de 369 duizend mensen die de woordenschattest van het Groot Nationaal Onderzoek 2013 hebben gemaakt kent deze woorden. Brijnen is een ander woord voor pekelen. En een hartenlap is een gunsteling, een favoriet.


'Spookwoorden' noemen woordenschatonderzoekers van de Universiteit Gent zulke vergeten begrippen: ze staan wel in woordenboeken, maar in het dagelijks gebruik komen ze niet meer voor. Die woorden hebben de Gentenaren daarom hun woordenschattest uitgemikt.


In maart lanceerden hoogleraar experimentele psychologie en psycholinguïstiek Marc Brysbaert en psycholinguïsten Emmanuel Keuleer en Pawe¿ Mandera een uitdagend computerspelletje via woordentest.ugent.be. Op het scherm verschijnen een voor een woorden - honderd per rondje. Deelnemers moeten per woord zeggen of ze het kennen, ja of nee. Het als spel vermomde onderzoek telt in totaal 53.000 bestaande en 20.500 nepwoorden, verdeeld over 735 lijstjes.


Iedereen die zo'n rijtje woordjes beoordeelt, neemt deel aan het vijfde Groot Nationaal Onderzoek (GNO) naar onze woordenschat. De voorgaande vier GNO's gingen over emoties, slaap, rekenstrategieën en over de invloed van stress op geheugen en aandacht.


Het doel van het huidige GNO: een momentopname maken van de kennis van de Nederlandse woordenschat anno nu. De Gentenaren presenteren hun onderzoeksresultaten vandaag. Morgenavond wijdt het VPRO-programma Labyrint er een uitzending aan.


Het onlinetestje is een groot succes. Sinds 16 maart werd 600 duizend keer een woordenlijstje ingevuld, door zo'n 369 duizend deelnemers. Dat komt neer op ruim anderhalf procent van de Nederlandstalige bevolking. 75 procent beantwoordde één lijstje. Anderen gingen door totdat ze hun score niet meer echt konden verbeteren. 52,6 procent van de deelnemers komt uit Nederland, 45 procent uit België. De overige deelnemers zijn van wisselende komaf.


Hoewel er veel vooroordelen zijn over de abominabele staat van de Nederlandse taalvaardigheid, blijken Nederlandse deelnemers hoger te scoren dan Vlaamse. Nederlanders scoren gemiddeld 74 procent goede antwoorden, Vlamingen slechts 72 procent. Nederlanders blijken na hun 40ste ook meer woorden bij te leren dan Vlamingen.


Vanwaar die verschillen? Een hypothese wil dat Vlamingen sterker vasthouden aan hun dialecten. Dialectwoorden komen niet voor in woordenboeken en dus ook niet in de test. Bovendien kennen niet alle Vlamingen dezelfde dialectwoorden. Mogelijk is ook dat de woordenlijst ondanks alle goede bedoelingen toch enigszins Nederlands getint is, waardoor Nederlanders meer woorden kennen. En de onderzoekers hebben zo'n duizend duidelijk Vlaamse woorden juist niet in de test opgenomen.


Zijn Nederlands en Vlaams dan toch echt verschillende talen?


Nee, zegt Brysbaert: 'Er zijn alleen wel flinke verschillen in woordenschat. Er zijn duizend woorden die eigenlijk alle Vlamingen kennen, terwijl Nederlanders die niet of minder goed kennen. Omgekeerd zijn er twee- à drieduizend woorden die ongeveer alle Nederlanders kennen, maar de Vlamingen minder of niet. Maar daarnaast tellen we ook 16 duizend woorden die Nederlanders en Vlamingen absoluut gemeenschappelijk hebben.' Negentig procent van de wel-bestaande woorden in het GNO kent iedereen: appeltaart; schoolgeld; vruchtbaar; zwembroek. De grote verschillen in kennis zitten in de resterende tien procent van de woordenschat.


De overige uitkomsten van het onderzoek zijn deels opmerkelijk, deels voor de hand liggend. Niet verrassend is bijvoorbeeld de constatering dat het opleidingsniveau van respondenten belangrijk is voor hun woordkennis: hoe hoger de opleiding, hoe meer woorden ze blijken te kennen.


Grappig is de invloed van leeftijd op woordkennis. Die neemt met de jaren duidelijk toe. De test is ingevuld door mensen van tussen de 12 en de 80 jaar. Twaalfjarigen kennen gemiddeld 50 procent van de woorden. Twintigjarigen 65 procent. Veertigjarigen 75 procent. Tachtigjarigen kennen maar liefst 80 procent. Concreet: tussen hun 12de en hun 80ste leren mensen 16 duizend woorden bij.


Dat bijleren van woorden zien de onderzoekers gebeuren in hun uitkomsten. Brysbaert: 'Volwassenen pikken per jaar gemiddeld zo'n tweehonderd nieuwe woorden op. Zelfs na hun vijftigste leren mensen gemiddeld nog zo'n vijftig tot honderd woorden per jaar bij.' Voorbeelden te over: tsunami; gamen; beurtbalkje; googlen; vleesverlater. Brysbaert: 'Mensen leren wel woorden bij, maar er zijn er weinig die ze weer vergeten.' De onderzoekers voorspellen dat de jongeren van nu op hun 80ste zelfs nog meer woorden zullen kennen, doordat de kennis door de gedigitaliseerde wereld enorm toeneemt.


De angst dat hippe nieuwe woorden uit bijvoorbeeld straattaal en computertaal het bestaande Nederlands zullen ondersneeuwen is ongegrond. Brysbaert: 'Die invloeden leveren nu zo'n twee- tot driehonderd nieuwe woorden op. Dat aantal valt in het niet bij de 53 duizend woorden die in het taalgebied het meeste worden gebruikt.'


Kennis van andere talen blijkt te helpen bij het leren van Nederlandse woorden. Hoe meer talen de proefpersoon kent naast de moedertaal, hoe groter zijn Nederlandse woordenschat. Brysbaert: 'Mensen zijn vaak bang voor de negatieve invloed van andere talen. Maar het effect is precies omgekeerd. Zo zien we bijvoorbeeld dat deelnemers die meerdere talen leren, meer Nederlandse woorden kennen. Per geleerde taal komen er meer gekende woorden bij.'


Een eeuw vrouwenemancipatie ten spijt is er nog altijd een traditioneel onderscheid tussen de woordenschatten van mannen en vrouwen. Woorden die samenhangen met techniek of sport zijn vooral 'mannenwoorden'. Vrouwen kennen woorden die samenhangen met kleding en emoties beter dan mannen.


Wat ondanks de hoge respons op het onderzoek niet lukt, is het verschil meten tussen de woordenkennis van stedelingen en die van bewoners van het platteland. Keuleers: 'Uit veel provincies kwamen te weinig reacties om iets zinnigs te kunnen concluderen over de regionale woordenschatten.' Zo vulden te weinig mensen in Groningen, Friesland, Drenthe, Flevoland, Zeeland en Limburg woordenlijstjes in om de omvang en kwaliteit van hun woordenschat te kunnen vaststellen.


De onderzoekers hadden gehoopt op 100 duizend ingevulde lijstjes. 600 duizend stuks overtreft hun stoutste verwachtingen.


Opmerkelijk is dat de onverwacht grote respons de onderzoekers echter niet alleen te tevreden stemt, maar hen ook hebberig maakt: juist nu het zo goed loopt, willen ze dolgraag nog meer data binnenhengelen, uit zo veel mogelijk verschillende regio's. Brysbaert: 'Momenteel worden er nog 19 duizend lijstjes per maand ingevuld. Méér zou fijn zijn, bijvoorbeeld van de mensen die ooit één lijstje hebben gemaakt.'


De site blijft als het aan de onderzoekers ligt oneindig online. Dan kunnen hun opvolgers over honderd jaar weer eens kijken hoe het staat met onze woordenschat.


Het Groot Nationaal Onderzoek is een initiatief van NTR, VPRO en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

10 NEDERLANDSE WOORDEN DIE DE MEESTE VLAMINGEN NIET KENNEN

Kliko vuilniscontainer


Vlaflip dessert


Salmiak drop in poedervorm


Pislink heel erg kwaad


Steggelen ruzie maken, kibbelen


Skûtsje Fries type zeilschip


Toko winkel


Schuifpui verschuifbare buitendeur


Reuring bedrijvigheid, drukte


Giebel giechelend meisje


10 VLAAMSE WOORDEN DIE DE MEESTE NEDERLANDERS NIET KENNEN

Trottinette autoped, step


Foert rot op


Smos broodje gezond


Ambetanterik lastige persoon


Kastaar deugniet, belhamel


Smoutebol oliebol


Bobijn garenklos


Barema tarief, loonschaal


Bissen doubleren


Wegdeemsteren wegkwijnen


10 WOORDEN DIE VROUWEN OPVALLEND VEEL BETER KENNEN DAN MANNEN

Strijkkralen kinderspeelgoed met plastic kralen


Neurasthenie psychische aandoening, ontstaan door stress


Organza een zijden stof


Couperose rode bloedvaatjes die door de huid heen schijnen


Smok werkstof die in plooitjes bij elkaar wordt gehouden


Spijklavendel sterk ruikende plant


Versmaat afwisseling van klemtonen in dichtregels


Kooiker hondjeras van wit-bruine honden


Paillet glimmend plat rondje op kleding


Offwhite crèmekleurig


10 WOORDEN DIE MANNEN OPVALLEND VEEL BETER KENNEN DAN VROUWEN

Misandrie mannenhaat


Konterfeitsel afbeelding


Vivaciteit levendigheid/ vlugheid


Zeehoofd pier of dijk in zee


Exoskelet uitwendig skelet


Rimmen de anus likken


Kevlar harde kunststof


Faden in elkaar overvloeien/langzaam zachter worden (van bijvoorbeeld geluid)


Thesaurier penningmeester, beheerder van de schatkist


Feeder luchthaven/papiertoevoer/ transmissieleiding


BRUSSELMANS AAN KOP

Herman Brusselmans is de bekendste schrijver van het Nederlands taalgebied. Dat is althans de voorlopige uitslag van een auteurstest die de Gentse woordenschatonderzoeker Marc Brysbaert online heeft gezet (auteurstest.ugent.be). Tolkien is tweede, Hugo Claus derde. Dat de Vlamingen winnen is overigens niet verwonderlijk; 20.000 Belgen hebben de test inmiddels ingevuld, tegen 5.000 Nederlanders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden