DE KAPPER OP DE HOEK

'DE belastinginkomsten zijn vier miljard hoger uitgevallen dan verwacht. De VVD wil deze meevaller gebruiken voor lastenverlichting, terwijl de PvdA het geld wil besteden aan werkgelegenheid.' Met enige regelmaat kan men dergelijke teksten in onze dagbladen aantreffen....

COEN TEULINGS

Met deze scheidslijn tussen links en rechts is het gesteld zoals met vele andere: zij vervaagt. De werkloosheid in ons land is te hoog. De vijf grote partijen bepleiten daarom in een of andere vorm lastenverlichting. Lagere belastingen moeten arbeid goedkoper maken, zodat de werkgelegenheid weer kan groeien. Het nieuwe plan van de arbeid van de PvdA valt dus wonderwel samen met het oude stokpaardje van de VVD.

Op het geduldige papier van de partijprogramma's mag de scheidslijn zijn doorbroken, in de dagelijkse praktijk bestaat zij nog steeds. Onder de meeste commentatoren ter linkerzijde is belastingverlaging niet populair. Een pleidooi voor lastenverlichting wordt beschouwd als een vorm van populisme.

Ritzen waarschuwde enige tijd geleden dat wij niet ten prooi mochten vallen aan goedkoop consumentisme. H.J.A. Hofland besprak in NRC Handelsblad die rare suggestie van economen: door belastingverlaging zouden mensen worden geprikkeld om zich meer in te spannen, waardoor nieuw werk zou ontstaan. Hoflands toon liet weinig ruimte voor misverstand over zijn opvatting in deze kwestie. Deze opsomming valt moeiteloos uit te breiden met de mening van andere intellectuelen: het spectrum varieert van ongeloof tot afwijzing.

Toch is dat vreemd. De gedachte dat iedere belastingheffing negatieve gevolgen heeft voor de welvaart van een land, vormt één van de meest fundamentele conclusies van de economische theorie. Een simpel voorbeeld verheldert de kern van het probleem. De kapper op de hoek is bereid iemand te knippen als hij daar netto minimaal twaalf gulden voor ontvangt. Voor minder dan dat vindt hij het niet de moeite waard. Zijn klant wil maximaal twintig gulden betalen. Het verschil van acht gulden is de maatschappelijk winst van deze transactie.

Laten we voor het gemak veronderstellen dat kapper en klant de winst delen. De klant betaalt zestien gulden, vier gulden minder dan hij maximaal zou willen betalen. De kapper ontvangt dan vier gulden meer dan hij minimaal had willen ontvangen. Beide partijen zijn tevreden.

Stel nu dat de overheid via een belasting de helft van de maatschappelijke winst opeist: vier gulden belasting per knipbeurt. Voor kapper en klant blijft nu nog slechts vier gulden over: de kapper rekent achttien gulden voor een knipbeurt, twee gulden minder dan de klant maximaal zou willen betalen. Na aftrek van de belasting van vier gulden, blijft er voor de kapper veertien gulden over: twee meer dan hij minimaal wilde ontvangen. Tot zover is er niks aan de hand. Zolang de overheid haar geld nuttig besteedt, blijft de totale maatschappelijke winst gelijk.

Als de belasting echter wordt verhoogd tot tien gulden per knipbeurt gaat het mis, omdat de belasting hoger is dan de maatschappelijke winst. De kapper blijft in zijn bed en de klant gaat op zoek naar een amateur in zijn kennissenkring. Een winstgevende transactie wordt geblokkeerd door een te hoog belastingtarief. Hoe hoger het belastingtarief, des te meer transacties worden uit de markt gedrukt.

Dit proces heeft met name in de dienstensector in de afgelopen decennia een hoge tol geëist. Juist in die sector zouden grote groepen lager opgeleiden die nu geen werk hebben, emplooi kunnen vinden. Vandaar dat lastenverlichting dringend noodzakelijk is.

Ook ik ontkom echter niet aan de verlokking van het gereserveerde commentaar. Lastenverlichting is broodnodig, maar het gemak waarmee die ons thans in het vooruitzicht wordt gesteld, stemt niet gerust: vijftien miljard is zo weggegeven. Dat geld zal ergens vandaan moeten komen. De Amerikaanse ervaring met de belastinghervormingen van Reagan heeft laten zien dat slechts een klein deel van de lagere belastingtarieven wordt terugverdiend door toename van de economische activiteit.

Belastingverlaging vereist dus bezuinigingen op bestaande collectieve voorzieningen. Dat kan alleen als op grotere schaal dan tot nog toe gebeurt het profijtbeginsel wordt toegepast, bijvoorbeeld in het openbaar vervoer, de volkshuisvesting, de hypotheekrenteaftrek en de zorgsector. Dat verhaal is bij politici minder in trek dan een belofte van lastenverlichting.

Ondanks alle bezuinigingen in de afgelopen vijftien jaar heeft de overheid er nog steeds de handen vol aan te zorgen dat de collectieve uitgaven niet verder oplopen. Ook in de komende kabinetsperiode zal dat probleem op de agenda blijven staan. Politici doen er daarom verstandig aan niet te veel lastenverlichting te beloven. Over kiezersmobiliteit hebben we tegenwoordig niet te klagen, zoals over vier jaar best opnieuw zou kunnen blijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden