De kapper in Canada kostte W.F. Hermans 90 dollarcent

Liefhebbers van kunstenaars vallen uiteen in twee typen. Het ene wil alles van de man of vrouw weten, elk feitje telt, liefst niet voorzien van een interpretatie door een of andere kenner. Het andere type waardeert de auteur en wil hem begrijpen, details zijn ballast, het gaat om de grote lijn die door een kenner kan worden uitgetekend, bij wijze van voorstel.

Als het gaat om Willem Frederik Hermans (1921-1995), vermaard romancier en berucht polemist, worden beide groepen ruimschoots bediend. De feitenfanaten kunnen terecht in Het Grote Willem Frederik Hermans Boek, chronologisch samengesteld uit afleveringen van het Hermans-magazine van Dirk Baartse en Bob Polak. ‘Hoe kleiner het detail, hoe interessanter wij dat vaak vinden’, schrijven ze in het voorwoord, en dat levert een aanstekelijk boek op met anekdotes over vader en moeder Hermans, plattegronden van WFH’s woningen in Groningen en Parijs, en stambomen van de familie.

Wat moeten we ermee te weten dat Hermans’ vrouw Emmy een Mensendiecktherapeute was, dat de inrichting van het huis waar de jonge onderwijzerszoon WFH woonde in de Amsterdamse Eerste Helmersstraat 208-3hoog ‘heel kleinburgerlijk allemaal en smakeloos’ was, en dat zijn oude moeder nog in 1954 op haar Singer-trapnaaimachine monsterzakjes zat te naaien die haar zoon (promoverend geograaf) nodig had op veldonderzoek in Luxemburg?

Wat moeten we met foto’s van de deurknoppen van zijn Parijse huizen, of de mededeling dat zijn eerste Parijse jaren poezenloos waren? Daar moeten we niets mee – en dát nu vindt een fan hoogst plezierig.

Bovendien slaat Het Grote Hermans Boek soms aangenaam door, en draagt feiten aan van een hogere nutteloosheid: mej. Deuschle, de lerares Duits van WFH op het Barlaeus Gymnasium, ‘ligt begraven op Zorgvlied, rechts van Martin van Amerongen, dus schuin vóór Ischa Meijer.’

Twee journalisten die WFH wel eens hebben geïnterviewd, hadden ze daar nog achter kunnen zetten. Maar de echte fan weet zoiets al lang.

Er staan ook nuttige feiten in. Als middelbare scholier ontdekte Hermans dat de moeder van Woutertje Pieterse (in het boek van Multatuli) precies zo Jordanees praatte als zijn eigen vreselijke oma Trui. ‘Geweldig vond ik dat’, wist hij nog in 1995, het jaar van zijn dood. Na die ontdekking is WFH zo’n liefhebber van Multatuli geworden.

Weinig informatie, dat moet wel gezegd, over de reis naar Canada die Hermans in de maanden juli-december 1948 maakte, om daar enige maanden als houtcontroleur voor de Nederlandse papierindustrie te werken.

Maar daarin voorziet een ander boek, Hermans in hout, waarin biograaf-in-spe Willem Otterspeer de niet-afgestudeerde geograaf zoveel jaren later zelfs nareist. Dat betekent niet alleen veel feiten (naar de kapper in Toronto kostte hem 90 dollarcent, en dat vond hij een groot bedrag), maar ook een interpretatie: ‘Hermans zocht oprecht naar de waarheid, maar alleen naar zíjn waarheid.’

Later zou Hermans de novellen ‘Een veelbelovende jongeman’ (1948-1949) en ‘Een landingspoging op Newfoundland’ (1952) schrijven, waarin het Canadese avontuur wordt weergegeven. In werkelijkheid verveelde Hermans zich, voelde zich alleen, begreep tegelijk dat hij als schrijver aan Nederland vast zat, en kwam als een boze man terug om een aantal literaire vrienden van zich af te slaan.

In ‘Een veelbelovende jongeman’ heeft hij de werkelijkheid verhevigd, de uitzichtloosheid benadrukt, het melodrama versterkt, en het naoorlogse literaire Nederland als een land van epigonen (van dichter Roland Holst en essayist Ter Braak) opgevoerd. Naar het zich laat aanzien heeft Otterspeer met deze monografie een sleutelhoofdstuk uit zijn langverwachte biografie voorgepubliceerd.

Hij brengt het leven telkens in verband met het werk, schuwt ook het detail niet (de naam Klondyke, die Hermans heeft gebruikt voor een verhaalpersonage, én als pseudoniem waaronder hij vier thrillers publiceerde, heeft hij in Canada gevonden. Een rivier en een gebied daar dragen die naam), laat doorschemeren dat zijn reis vermakelijk was zonder dat die veel meer oplevert dan de wetenschap dat de kreeft er goedkoop is, en demonstreert zijn affiniteit als hij partijdig wordt.

Zodra Ter Braak ter sprake komt (door Hermans eerst bewonderd, later vermalen), kleineert Otterspeer hem: ‘hij werd wel ‘het ei van Eibergen’ genoemd, door de vorm van zijn hoofd en door zijn kwetsbaarheid op het schoolplein.’ Zo krijgt Ter Braak al geen kans meer.

Hetzelfde gebeurt met Adriaan Morriën, eerst WFH’s vriend, tot die hem vermorzelde in een schotschrift. Morriën sloeg terug met een brochure. Otterspeer begint daar als volgt over: ‘Het is een verweerschrift zonder speciale stilistische hoogstandjes’. Die negatieve inzet kleurt de daaropvolgende analyse.

Aanvechtbaar is Otterspeers stelling: ‘Weinigen in Nederland hebben zoveel ernst gemaakt met het schrijverschap als hij.’ Waarderend bedoeld, niet te bewijzen.

Overigens is de plezierreis van Otterspeer niet geheel vergeefs geweest. In Gros Morne National Park ontdekt hij een geologisch juweel. Hier had de onafgestudeerde fysisch geograaf zijn hart kunnen ophalen. Maar Hermans ging er in 1948 niet eens naar toe.

Volgens de biograaf duidt die veronachtzaming erop dat Hermans geen fysisch geograaf was maar een schrijver. Hermans begon in Campbellton aan de novelle ‘Een veelbelovende jongeman’, die hij in Amsterdam voltooide, en waarin Sebastiaan Klok er niet in slaagt aansluiting te vinden – met wie of wat dan ook: ‘Hij ging zitten op een van de in de grond vastgeschroefde krukken, waarvan de zittingen, die kleine rugleuninkjes bezaten, draaibaar waren en wanneer iemand opstond, door een veer weer in de juiste stand werden geplaatst, alsof ze wilden zeggen: blij dat je ophoepelt.’
De auteur stuurde het verhaal naar de CPNB, als potentieel Boekenweekgeschenk.

De domoren namen het niet.
Dat ongemak in de omgang sluit naadloos aan bij de herinneringen van Hermans’ oud-studenten in Groningen, geciteerd in Het Grote Boek. ‘In de pauze stond hij als een ijsberg in de hal van het lab met zo’n afwerende blik dat geen student hem durfde te benaderen. En als iemand dat toch deed, dan zag je hem denken: hoe kom ik van hem af, hoe kom ik in godsnaam van hem af.’

Het Grote Willem Frederik Hermans Boek. Samenstelling Dirk Baartse en Bob Polak.
Nijgh & Van Ditmar; 336 pagina’s; € 34,90.
ISBN 978 90 388 9312 9.

Willem Otterspeer: Hermans in hout – de Canadese avonturen van Willem Frederik Hermans.
De Bezige Bij; 238 pagina’s; € 19,90.
ISBN 978 90 234 5654 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden