De kansrijke migrant bestaat niet

Van kennismigranten verwachten we enkel een economische bijdrage, maar arbeidsmigranten moeten zich ook aanpassen.

IMMIGRATIE - Minister Leers van Immigratie en Asiel werd onlangs op het matje geroepen bij de premier. In een gesprek met het blad van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA had hij migratie een 'verrijking' voor de Nederlandse samenleving genoemd. Wilders twitterde meteen de 'onzinteksten' van Leers 'een beetje dom' te vinden. De coalitiegenoten passen daarom een retorische truc toe om migratie toch - in de woorden van Leers - 'uit de negatieve sfeer' te kunnen halen. Vanaf heden zijn alleen nog kansrijke migranten gewenst!

Letterlijk zegt Leers in het themanummer 'Migratie in een open samenleving' dat we 'selectief' moeten zijn. Een soortgelijk advies bracht de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) in mei al uit. Overigens in een rapport met dezelfde titel, met het subtiele verschil dat het hier om 'Migratie voor een open samenleving' ging - een te opzichtig betoog voor meer immigratie mocht het bij het CDA niet worden. De RMO adviseert selectie 'op basis van kwaliteiten - talenten, competenties - en niet op basis van disposities waarop migranten zelf geen invloed hebben (land van herkomst, ouders).' Nog zo'n dispositie waar met name kansarme migranten geen invloed op hebben, klasse, wordt wijselijk buiten beschouwing gelaten.

Waar men laaggeschoolde arbeidsmigranten vooral buiten de deur tracht te houden, wordt de deur voor de zogenaamde kennismigranten steeds verder open gezet. De tweedeling tussen kansrijke- en kansarme migranten die daaraan ten grondslag ligt, berust echter op een aantal misverstanden. Zo wordt onterecht de suggestie gewekt dat kansrijke migratie zonder kansarme migratie (het blijft een akelige term) kan bestaan. Op het punt van de integratie wordt met twee maten gemeten waar het om de gewenste sociaal-culturele aanpassing en participatie gaat.

Er valt immers wel wat af te dingen op het voorbeeldige gedrag van kansrijke migranten. Kennismigranten - in het bedrijfsleven ook wel expats genoemd - hebben de naam geen Nederlands te leren, in dezelfde wijken te wonen, en zich terug te trekken in hun eigen nationale clubs. Net als bij laaggeschoolde migranten treedt hier verschil op naar leeftijd, verblijfsduur, beroepsgroep en nationaliteit - maar expats zouden geen cultuur hebben, dus daar hebben we het niet over. Expatcompounds dus als alternatief voor krachtwijken? Het zegt veel over onze opvatting van integratie. Zoals die andere CDA-minister Verhagen het sentiment al eens verwoordde: we willen vooral 'niet teveel last hebben van elkaar'. Het is eigenlijk segregatie wat we willen. Wat dat betreft lijken Turken al meer op expats omdat zij zich - in tegenstelling tot bijvoorbeeld Marokkanen - meer op de eigen groep richten.

Daarnaast gaat het bij kansrijke migranten met name om de positieve bijdrage aan de Nederlandse economie, wat dat op sociaal-cultureel gebied betekent wordt buiten beschouwing gelaten. Een interessante ontwikkeling is de komst van grote groepen kennismigranten uit landen als India, China en Turkije. Hoe verrijken zij straks Nederland, behalve economisch (de PVV is op dit punt 'consequent', omdat zij ook hooggeschoolde moslimmigranten liever geweigerd ziet)? In ieder geval belooft de kapitaalkrachtige groep van expats de overheid niet op kosten voor integratie te jagen. Integendeel, met het oog op hun rendement geven wij hen zelfs een belastingkorting, de 30 procentregeling. De ene groep voor haar economische bijdrage belonen, en de andere groep afrekenen op de sociaal-culturele dreiging die van haar aanwezigheid uitgaat, dat is met twee maten meten.

Het feit dat de overheid geen beleid ontwikkelt voor de integratie van kennismigranten, betekent overigens niet dat er helemaal geen vraag naar begeleiding is. Werkgevers, gemeentes en commerciële partijen bieden deze groep - al dan niet tegen betaling - tal van producten en diensten aan ter ondersteuning van hun verblijf in Nederland. Hospitality-beleid zoals dat heet. Vooral stedelijke overheden zien daarbij in dat kennismigratie een structureel fenomeen is, en dat deze vorm van migratie naast zijn lager geschoolde variant bestaat. De aanwezigheid van kennismigranten betekent een stimulans voor de stedelijke economie (denk aan horeca, winkels en huisvesting), maar brengt ook de vraag naar laaggeschoolde arbeidskrachten (veelal migranten!) op gang (denk aan schoonmaak, beveiliging, kinderopvang). Hospitality zou dus wellicht voor beide groepen op zijn plaats zijn.

En dit is waar de schoen wringt. Natuurlijk redden de financieel draagkrachtige expats het ook wel zonder specifiek overheidsbeleid en zullen de laaggeschoolde arbeidsmigranten door de achterstanden die zij op sociaal en economisch terrein vertonen, blijvend om meer ondersteuning vragen (en dus geld kosten). Maar het is met twee maten meten als we van de ene groep enkel een economische bijdrage verwachten, terwijl de andere groep zich ook op sociaal-cultureel terrein moet aanpassen. In plaats daarvan is er veel voor te zeggen dat de overheid, net zoals bij expats al gebeurt, zich niet bemoeit met de cultuur van laaggeschoolde arbeidsmigranten. Dat doen klassieke immigratielanden als de VS ook niet. Richt je in plaats daarvan op het bestrijden van onderklassenvorming, zowel bij allochtone als autochtone groepen. De fixatie op cultuur selectief toepassen, en, de illusie wekken dat migratie uitsluitend kansrijk kan zijn, dat is pas 'een beetje dom'.

Aniek Smit promoveert op kennismigranten in Den Haag en Jakarta.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden