DE KAMERMUZIEK VAN EEN BLADZIJDE GOGOL

Geen auteur heb ik zoveel gelezen als de typograaf Helmut Salden. Hij verzorgde onder meer bijna alle dundrukedities van G.A....

Ik neem voor de zoveelste keer deel II van de Verzamelde Werken van Gogol in handen. De novellen en het toneel zijn er, in de vertaling van Charles B. Timmer, in bijeengebracht. Ik moet weer zijn op pagina 80. Een bijna witte bladzijde, en ook de bladzijde er tegenover is wit. Precies op de juiste plaats staat boven in het wit in kapitalen: 'De neus.' Ik sla om, een nieuwe witte bladzijde, want een nieuw verhaal hoort op de rechterpagina te beginnen. Op zo'n vijf centimeter van de bovenzijde staat in het midden van de pagina een Romeinse I. Na enig uitgewogen wit begint de tekst. En ik lees die vertrouwde, maar steeds weer opwindende eerste zin: 'Op 25 maart heeft zich in Petersburg een buitengewoon wonderlijke geschiedenis afgespeeld.'

Er staat veel tekst op de bladzijde, maar de pagina is helemaal niet vol. Dat heeft natuurlijk alles met de indeling te maken, wellicht ook met de gekozen letter, de Bembo. Het lezen gaat moeiteloos. Hoe beter de typografische verzorging van een bladzijde, hoe minder die opvalt. Typografie is de kunst die zichzelf onzichtbaar maakt. Maar wat een talent en moeite zijn er nodig om die onzichtbaarheid te bereiken.

Ik blader even terug naar de titelpagina: een wonderwerk van evenwicht en onnadrukkelijkheid. Op band en omslag staat de naam Gogol, in Saldens vertrouwde eigen handschrift: hij was ook een letterschrijver. De rug is welhaast volmaakt: in een uitgespaard vierkantje bovenaan 'Gogol / Werken', iets van onderen het cijfer 2.

Misschien de allermooiste band heeft Salden ontworpen voor de twaalfdelige uitgave van Couperus' Verzamelde Werken: crème-kleurig linnen, op het voorplat, iets boven het midden (het precieze midden zou zeer saai zijn geweest) het door Salden in gouden letters ontworpen monogram van Louis Couperus; op de rug bijna bovenaan een goudomlijnde zwarte rechthoek met daarin, in wonderlijk mooi evenwicht, onder elkaar Louis en Couperus, en onderaan, in Romeinse cijfers het nummer van het deel. Couperus zou verrukt zijn geweest van de verfijning en voornaamheid. Ik kijk al bijna veertig jaar tegen de twaalf banden aan, in blijvende bewondering.

Een voorkeur voor een lettertype had Salden kennelijk niet. De Russische bibliotheek in de Bembo, Couperus in de Poliphilus, het Verzameld Werk van Ter Braak in de Romulus (in het vierde deel daarvan kon Salden een tekst over hemzelf vorm geven, een bewonderend opstel van Ter Braak over de jonge Salden; het werd in 1940 geschreven), Multatuli in de Bembo. Zijn allermooiste werk acht ik de twee delen Leopold; de band is in een heel edel blauw; op de titelpagina staat de naam van de dichter in hetzelfde blauw, de typografie - ook hier is de Bembo gebruikt, toch wel de mooiste letter - is alleen als 'licht' te beschrijven.

Van alle door hem verzorgde tienduizenden pagina's zijn mij de bladzijden van Leopold het vertrouwdst. En het liefst (maar dat zal ook met liefde voor het werk samenhangen). Aan andere uitgaven van Leopolds poëzie, hoe mooi ook, heb ik nooit kunnen wennen. Het is met typografie als met een uitvoering van een muziekstuk op de plaat: de oudste (de vertrouwdste) blijft vaak de

mooiste.

Salden was zelf uiterst kritisch tegenover het resultaat van zijn ontwerpen. Lang geleden werd ik in de boekhandel van K. van Boeschoten aan hem voorgesteld. Onder handbereik lagen de vier delen van het Verzameld Werk van Nijhoff, door hem typografisch verzorgd. Ik maakte heel voorzichtig een bewonderende opmerking. Onmiddellijk nam hij een deel in de hand, sloeg erop en begon met een bijna aanstekelijke heftigheid een tirade. Van de uitvoering van het omslag deugde niets (die kleuren wijken aan de randen een halve millimeter, ziet u dat niet?), de binnentypografie was ook niet precies naar zijn aanwijzingen uitgevoerd.

Hij maakte, in dat door zijn moedertaal, het Duits, wat toegesneden Nederlands, van zijn woede een zonder meer schitterende opvoering. Lachend legde hij het boek neer. Berustend ook. De Nederlandse vakmensen kenden hun ambacht niet. En hij vertelde eens aan een Haagse drukkerij een haastopdracht te hebben toevertrouwd. De proeven die hij ontving waren zonder meer perfect, voorbeeldig zelfs. Hij belde de drukkerij, menend dat Nederland het begon te leren. Maar de voor het haastwerk uitgekozen typograaf bleek een Duitser! En hij gaf het daar ter plaatste toe: de Duitse typografie is de beste. (Nog altijd. Frankrijk allerminst, Engeland en de Verenigde Staten ook niet, Duitsland maakt de mooiste boeken, dat wil zeggen: de klassiekste; de beste boeken zijn daar altijd familie van elkaar, een traditie wordt zichtbaar. Zwitserland mag misschien ook worden genoemd.)

Toen hij in de tweede helft van de jaren dertig als vluchteling in Nederland was gekomen, begon hij te werken, onder meer voor het toen zo voorname fonds van A.A.M. Stols. Hij heeft voor meer uitgevers gewerkt. Na de oorlog gaf G.A. van Oorschot hem alle kansen. Of, kan men zeggen, hij gaf met zijn werk Van Oorschot alle kansen! De bijzonderheid van Van Oorschots fonds was ook te danken aan de boekverzorging van Salden. Naar vorm en inhoud werd dat fonds een norm.

Het mooie is dat de uniformiteit van de 'dundruk-bibliotheek' van Van Oorschot een schijnbare is. Per auteur zijn er verschillen. De rug van de delen van Ter Braaks Verzameld Werk is bijvoorbeeld vrij druk beletterd, met Saldens zeer eigen letters. Van Du Perrons later verschenen Verzameld werk is de rugbelettering veel soberder. Ik denk dat zich in Saldens typografie een geleidelijke 'vereenvoudiging' heeft voorgedaan. Maar die maakte het raffinement alleen maar groter, en het klassieke karakter duidelijker.

Van Reinold Kuipers, een groot kenner van typografie (in de tijd dat hij directeur was van de uitgeverij De Arbeiderpers werden nogal wat boeken uit dat fonds door Salden verzorgd), is de schitterende uitspraak dat een letter even mooi kan zijn als een fuga van Bach. Een pagina als die uit het werk van Gogol - ik kijk er nu naar, en het beeld werkt zeer veredelend - kan men zien of beluisteren als een stuk kamermuziek.

In zijn beste werk was Salden zeer ingetogen. Ik kijk naar de bladzijden uit Leopold. En lees ze, even, als een partituur. Salden heeft in zijn oeuvre een vele boekbanden tellende ode aan de letter geschreven. Ik zal hem nog lang lezen. En horen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.