De kalverberg zie je niet, maar is er wel

Toine Heijmans in Starnmeer

Waarom het jongste jongvee niks meer waard is.

Veehouder en -handelaar Ed Buis: 'Het is gewoon rekenen.' Foto RV

Ed Buis, over zijn krant gebogen bij het ontbijt, is al even wakker. Het kalf dat vannacht werd geboren, is een goed kalf. De herfst ligt over zijn boerderij.

Levert het iets op? Een kalf verwaarden is lastig als het niks meer waard is.

Ed is veehouder en veehandelaar ineen en dat al een paar decennia. Hij melkt vijftig koeien. 's Maandags gaat hij 'de weg uit': haalt met de veetrailer kalfjes op bij boeren in Wijdenes, Westwoud, Assendelft. Dinsdags is het veemarkt in Purmerend. Hij werkt meestal op commissie. Het is altijd goede handel geweest, zegt Ed: een zwaar kalf bracht twintig jaar terug 300 euro op. Nu 100. En een licht kalf niks.

'Hier is de economie aan het werk. Wat moet je dan?'

Er is een kalverberg. De krant die Ed leest, het Noordhollands Dagblad, schrijft er al een paar dagen over. De prijs voor een nuchter kalfje, een 'nuka' in handelstaal, een kalfje dat alleen nog melk drinkt, bereikt langzamerhand het nulpunt. Soms letterlijk. Volgens dierenorganisaties worden waardeloze kalveren 'doorgedraaid': die krijgen een spuitje en gaan naar de destructie of in het huisdiervoer. Volgens Ed valt dat doordraaien mee, maar dat maakt het probleem niet minder: 'Die lichte wil geen mens meer hebben'.

De boerderij van Ed ligt als een rotseiland in de polder van Starnmeer. Zijn vee staat in het weiland, het melken is nog elke dag een klus. Het lijkt een traditionele wereld van gras en modder, maar met andere ogen is het industriegebied. Het barst er van de koeien. Omdat boeren meer melk mogen maken - het quotum is anderhalf jaar geleden afgeschaft - is er goed geïnvesteerd. Honderdduizend melkkoeien kwamen erbij in Nederland en dat zijn honderdduizend extra kalveren. Nu is het woord aan de wet van vraag en aanbod. De melk is 'matig van prijs', de kalveren leveren niks meer op. 'Dat knijpt', zegt Ed.

Met veertien zakken melkpoeder wordt een kalf slachtrijp gemest.

Boeren houden eenderde van hun kalveren zelf, de rest gaat na veertien dagen 'weg'. Kalvermesters willen beesten op gewicht, maar 'eentje die smal is, wordt nooit knap'. Een goede nuka weegt 45 kilo. Die mesten ze in acht maanden slachtrijp. Dat kost veertien zakken kalverenmelkpoeder, plus het werk en wat medicatie. Kalfsvlees gaat voor 4,5 euro per kilo geslacht gewicht: 'Het is gewoon rekenen.'

Kalveren horen bij de herfst - dat is raar, want vroeger hoorden ze bij de lente. Hier is ook de economie aan het werk. De grootbedrijven willen een constante aanvoer van melk en geven een herfsttoeslag van 3 cent per liter. Koeien produceren de meeste melk na het kalven. Ed zegt: 'De industrie bepaalt dus eigenlijk wanneer kalveren geboren worden.'

De hele kalverbusiness is in handen van een paar partijen en de VanDrie Group is de grootste. Begin jaren zestig kocht Jan van Drie zijn eerste nuchtere kalf om te verwaarden, nu heeft hij een 'kalfsvleesintegratie' van 25 bedrijven: van kalverenmelkpoederfabrieken tot kalverslachterijen. Een monopolie moet je het niet noemen, zegt Ed, maar het komt wel dichtbij. De markt bepaalt de prijs en die zet liever een goed kalf neer om te mesten. 'Niemand is verplicht om kalfjes af te nemen.'

Ik bel Henny Swinkels, Director Corporate Affairs van de VanDrie Group, en die kan er ook niks anders van maken: 'Meer plaats in onze stallen hebben we niet.' Door de 'verstoring van het systeem' is 'het onzekerheid troef' bij de boeren - het is een 'tijdelijke verstoring', zegt hij - maar wat is tijdelijk?

Drie herfstkalveren heeft Ed in de schuur, in kisten met speen-emmers. Hun huid is zacht. Het bruine stierkalf is 43 kilo, het rode 34, maar die krijgt Ed in een week of drie wel op gewicht. Moet-ie hem wel met de fles voeden, want hij drinkt slecht, een heel werk. 'Voor je het weet ben je de hele dag met die kalveren aan de gang.'

Een ziek kalf. 'Met medicatie erop werkt het misschien wel.'

In een andere kist ligt een kalf met longontsteking. Hij rilt. 'Met medicatie erop werkt het misschien wel', zegt Ed, maar niet elke boer denkt er zo over - 'de investeringen moeten terugverdiend'.

Gewoon rekenen: levend 33 kilo is een geslacht gewicht van 8, 'dat kan niet uit'. In Graftdijk zit een slachterij die wil ze zelfs voor niks niet hebben: doodschieten, slachten, uitbenen, dat kost ook geld.

Soms neemt hij zo'n licht kalf toch maar gratis mee van de boer, als service. Zo werkt het, zegt Ed, en hij draait een sigaret.

Er is een kalverberg. Er is een mesthoop, een fosfaatbom en een melkplas. Dat zie je niet, in Eds prachtige polder, maar het is er wel.

t.heijmans@volkskrant.nl