DE KAALSLAG VAN DE MAMMOETWET

ERVARING is het verleden laten doorwerken in het heden. Deze omschrijving is ontleend aan de sociologische verbeeldingskracht van C. Wright Mills, maar ze is ook zeer goed toepasbaar op historische kennis....

De commissie-De Rooy pleitte er voor om in het geschiedenisonderwijs de thematische aanpak te vervangen door een gedegen kennis van de chronologie van de voornaamste gebeurtenissen. Een soort eerherstel van het belang van historische feitenkennis. De voorbeelden die daarbij aangehaald werden zijn afschrikwekkend genoeg: Willem de Zwijger te Dokkum vermoord en Hitler als voorloper van Napoleon, de Eerste Wereldoorlog zou, in de ogen van slecht geïnformeerde jongeren, plaatsgevonden hebben van 1939 tot 1942.

Deze en andere voorbeelden brachten de bekende historicus H.W. von der Dunk er toe om in een toelichting op de voorstellen van de commissie-De Rooy weer even uit te halen naar de barre jaren zestig, waarin die onzinnige onderwijsidealen als het thematisch onderwijs waren ingevoerd. De jaren zestig krijgen wel vaker de schuld in de schoenen geschoven van zaken waar men eenvoudig tegen is, zonder dat men zich overigens afvraagt wanneer precies en hoe precies die zaken ontstaan zijn. Ik wil hier niet alle idealen uit de jaren zestig gaan verdedigen (al krijg ik er wel steeds meer zin in), maar ik maak me sterk dat de neergang van het geschiedenisonderwijs en van historische kennis begonnen is in die vaak vervloekte periode.

Ik denk dat de invoering van de Mammoetwet er meer mee te maken heeft gehad. Die invoering vond weliswaar in 1968 plaats, maar de wet zelf was al in 1963 door de Tweede Kamer aangenomen en de ideeën erover stammen zelfs van voor en direct na de Tweede Wereldoorlog. Door de Mammoetwet werd het befaamde eindexamenpakket ingevoerd en als geschiedenis niet 'in je pakket' zat werd er door de leerling in de laatste twee jaren niet veel aandacht meer aan geschonken.

Toen vervolgens de eindexamenstof tot twee thema's werd versmald, gebeurde hetzelfde: wat niet onder het thema viel, hoefde je niet te leren. In het onderwijsregiem van vóór de 'mammoet' (ulo, mulo, hbs en gymnasium oude stijl) moesten de leerlingen gewoon alle vakken tot de laatste examendag bijhouden. Door het vakkenpakket werd en wordt er veel minder van jonge mensen gevergd dan wenselijk is.

Het gaat dus mijns inziens minder om de methode, meer om het onderwijsregiem. De Mammoetwet heeft een enorme kaalslag opgeleverd in de kwaliteit van het voortgezet onderwijs, juist op het moment dat steeds meer leerlingen uit de lagere milieu's vaker mochten 'doorleren'. Daarnaast is de ijzeren greep van Zoetermeer op het onderwijs ook direct terug te voeren op de bevoegdheden die de minister van Onderwijs zichzelf voor het eerst in die wet toekende. Maar men kan Cals en De Quay toch moeilijk de smaakmakers van de jaren zestig noemen.

Dit voorbeeld demonstreert onmiddellijk dat het kennen van een bloot jaartal (1968: invoering Mammoetwet) helemaal niets zegt, als men de context er niet bij vertelt. Laat ik me daarom maar, als niet-historicus met de hoofdvraag bemoeien: heeft het zin om veel feiten van buiten te leren in een tijd waarin jonge mensen moeiteloos de elektronische snelweg op fietsen en gegevens van het internet plukken? Deze vraag geldt voor veel meer vakken dan alleen voor geschiedenis. Mijn antwoord is een duidelijk ja. Het argument dat gedegen feitenkennis niet meer zo hard nodig is in onze kennismaatschappij, omdat alles 'toch opzoekbaar is' is domweg ondeugdelijk.

Je ziet er toch ook niet van af jonge kinderen te leren fietsen omdat ze later toch allemaal met de auto naar het werk gaan? De inspanning van het leren fietsen en het resultaat dat je zelf iets kan zonder de hulp van een ander, zijn de belangrijkste verdiensten van de fietsles, zoals ook de inspanning om enig inzicht te krijgen in de rijstebrei van historische feiten en gebeurtenissen lonend is, zelfs als je later weer alle jaartallen vergeet.

Door die inspanning verwerf je, al doende, het gewenste historische inzicht en krijg je ervaring om, waar en wanneer nodig, opnieuw het leerproces zelf te herhalen. Zo leer je leergierigigheid. Het gebruik van internet en andere electronische leermiddelen moet de leergierigheid ondersteunen, maar mag het niet gaan vervangen. Vroeger kostte het zorgvuldig overschrijven van teksten de nodige inspanning, tegenwoordig maakt het downloaden van welke tekst dan ook leerlingen en studenten tot snelle en gemakkelijke, vaak oppervlakkige lezers en tot kleine plagiaatplegers, die weinig van zich zelf hebben of van zichzelf laten zien.

De voorstellen van de commissie-De Rooy hebben een verdergaande strekking dan alleen het geschiedenisonderwijs. Iedereen moet toch het verschil kunnen blijven zien tussen de historische Hitler en de aan de fantasie van Harry Mulisch ontsproten Hitler. Tussen feiten en fabels, tussen waarheid en verdichting.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.