REPORTAGEBuurthulp

De K-buurt in Amsterdam geeft glans aan het spreekwoord ‘beter een goede buur...’

Samen met buurtgenoten runt Mike Brantjes (met korte broek) het bewonerscollectief Hart voor de K-buurt.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Niet alleen staatshoofden tonen nu leiderschap. Ook ­lokaal staan leiders op, zoals Mike Brantjes in de beruchte K-buurt in Amsterdam.

O shit, dacht Mike Brantjes toen hij afgelopen maart het nieuws las dat de stangen in New Yorkse metro’s een belangrijke drager van het coronavirus zijn geweest. Brantjes schrok, want liep zijn eigen K-buurt in Amsterdam-Zuidoost niet ook het gevaar in een infectiehaard te veranderen? Het gebied staat vol met enorme honingraatflats, waar honderden mensen – vaak van Surinaamse, Caribische en West-Afrikaanse afkomst – dicht op elkaar wonen en dezelfde liften, galerijen en deurklinken gebruiken. Veelal mensen die laaggeletterd zijn en niet het nieuws volgen om te worden bijgepraat over de besmettelijkheid van het coronavirus.

‘Met een groepje bewoners heb ik toen meteen posters en stickers laten drukken waarop we met beeld en simpele taal iedereen opriepen anderhalve meter afstand te houden’, zegt Brantjes. ‘In twee uur tijd hebben we die in alle flats opgehangen. Ik weet niet of het onze verdienste is geweest, maar infectiehaarden zijn de flats gelukkig niet geworden.’

Bewonerscollectief

Brantjes zit achter een kop gemberthee in de gemeenschappelijke ruimte van Klieverink, een torenflat in de K-buurt, waar hij alweer zes jaar woont. De geboren Barnevelder, die overal en nergens in de wereld heeft gewoond en een verleden in de bedrijfsconsultancy heeft, draagt een zwart trainingspak en een zilveren schakelketting om zijn nek. Het straattaalvoorvoegsel ‘kapot’ ligt hem in de mond bestorven. Zaken zijn ‘kapot moeilijk’, ‘kapot veel’ of ‘kapot druk’.

Deze crisis vraagt om leiderschap. Wie kunnen we ons lot toevertrouwen? En wie vooral niet? Lees het in onze leiderschapsspecial

Samen met enkele anderen runt Brantjes het bewonerscollectief Hart voor de K-buurt. Sinds 2016 probeert dit collectief de meest prangende kwesties op het gebied van veiligheid en sociale cohesie hoog op de gemeentelijke agenda te krijgen. Geen overbodige luxe in een buurt die geregeld wordt opgeschrikt door vuurwapengeweld en waar drill – een muziekgenre dat wordt geassocieerd met messengeweld – mateloos populair is. De K-buurt is ook het terrein van KSB (Kikkensteinbende), een beruchte drillrapgroep waarvan twee jeugdige leden vastzitten op verdenking van moord op een rivaliserende rapper.

Halverwege het gesprek komt de haast onvermijdelijke vraag ter tafel: hoe belandt een witte hoogopgeleide man, die vroeger goed boerde in de consultancy, in een flat voor sociale minima? Brantjes wil er niet veel over kwijt. De korte versie van het verhaal: enkele jaren geleden, hij woonde nog riant aan de Keizersgracht, ging hij zakelijk flink onderuit en eindigde hij geestelijk gesloopt en ‘rillend onder een dekentje’ op de bovenste verdieping van Klieverink in een appartement van nog geen 50 vierkante meter. Toen hij langzaam opkrabbelde en meer oog kreeg voor de achterstanden in zijn nieuwe buurt, besloot hij zijn organisatietalent weer in te zetten. Werken kan Brantjes nog altijd niet, vanwege zijn fragiele gezondheid, maar hij steekt veel van zijn tijd onbezoldigd in het bewonerscollectief.

Roddels

Voor het uitbreken van het coronavirus was de gemeenschappelijke ruimte in Klieverink een belangrijk trefpunt waar werd vergaderd, Afrikaanse zelforganisaties bijeenkwamen en de jongeren van Bijlmernieuws hun videoclips voor hun Instagramaccount opnamen. Nu is het er uitgestorven, maar Brantjes heeft het drukker dan ooit. Om de haverklap gaat zijn telefoon. Het ene moment belt er een ander lid van het bewonerscollectief om te overleggen over de verdere distributie van de posters en stickers, het andere moment moment waarschuwt Brantjes in WhatsAppgroepen voor de schadelijke roddels die de ronde doen in Zuidoost. Zoals het verhaal dat in het plaatselijke Leger des Heils-gebouw corona is uitgebroken, of het gerucht dat er in de K-buurt mensen langs de deuren gaan om besmette mondkapjes te verkopen.

‘Vooral die berichten over het Leger des Heils doen mij veel. Daar zitten de zwaksten van de zwaksten in deze buurt’, zegt Brantjes. ‘Onrust over deze groep zaaien is ontzettend pijnlijk.’

Rondom de flats in de K-buurt staat nieuwbouw, meestal betrokken door mensen die geschoold en bemiddeld genoeg zijn om hun eigen boontjes te doppen. Brantjes wil er zijn voor de buurtbewoners die vaak in stilte afzien en niet de weg naar instanties weten voor hulp. De aan huis gekluisterde bejaarden bijvoorbeeld, of de gezinnen die nu opeens te maken hebben met tekorten bij de voedselbank. Voor hen zetten Brantjes en de rest van Hart voor de K-buurt zich onvermoeibaar in, door voedselpaketten rond te brengen, door een loket op te zetten voor kleine zelfstandigen die geen uitweg uit de problemen zien, of door muzikanten te ritselen die belangeloos een miniconcertje geven bij het plaatselijke verzorgingshuis.

Naar de mensen toe

‘Dit zijn geen ondernemers die precies weten hoe alles werkt’, zegt Brantjes. ‘Je hebt hier veel mensen die wat bijverdienen door voor anderen te koken. Het zijn informele ondernemers die altijd net hun broek wisten op te houden. Nu zitten ze in de shit en weten ze niet waar ze terechtkunnen. Met Hart voor de K-buurt proberen we het om te draaien: in plaats van dat we wachten totdat mensen naar ons toe komen, zoeken wij ze op en vragen hoe wij ze kunnen ondersteunen.’

Alle problemen in de K-buurt oplossen is onmogelijk, zegt Brantjes. Wat hij en de anderen van het bewonerscollectief wel kunnen doen is mensen in ‘hun kracht zetten’. Simpel gezegd: mensen de hulp en informatie bieden waarmee ze overeind kunnen blijven.

‘Respect voor de gemeente Zuidoost dat ons initiatief steunt met een buurtbudget. Vaak worden bewonerscollectieven zoals de onze door gemeenten als lastpakken gezien die vooral geld kosten. Maar als je ziet wat wij nu allemaal doen, bijvoorbeeld door mensen te waarschuwen voor corona, dan kun je ons gerust beschouwen als een kostenbesparing.’

Lees ook

Deze crisis vraagt om leiderschap. Wie kunnen we ons lot toevertrouwen? En wie vooral niet? Bekijk onze special over leiders en losers in crisistijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden