'De journalistiek vocht aan de zijde van politici die de euro wilden'

De pers stelde nauwelijks kritische vragen bij de geboorte van de euro. Martin Sommer vraagt zich af of de kwaliteitsjournalistiek haar prioriteiten wel op orde heeft.

© ANP

De bespottelijke dierenpolitie. Dion Graus. De schandelijke uitzetting van Jossef. De natuur die wordt afgeschaft. De cultuur die al afgeschaft ís. Van Bijsterveldt en haar Sovjet-moralisme. De dodenritten met 130 per uur. Er is wel wat om je over op te winden tegenwoordig. Hoe luider de verontwaardiging, hoe groter het gelijk.

In al die boosheid gaat natuurlijk wel tijd zitten. En journalistieke energie. Ik hoorde dat cultuursloper Halbe Zijlstra nogal opkeek toen hij vorig jaar zijn eerste bezuinigingen bekendmaakte. Negen pagina's ongebluste woede in deze krant, twaalf pagina's bij de concurrentie.

Het is misschien een schurkachtig kabinet. Maar ze leren snel. De tweede keer dat Zijlstra voor de camera moest optreden om te zeggen dat het geld op was, gebruikte collega Edith Schippers om heel wat serieuzere snoeiingen in de zorg op de ministeriële site te zetten. 3 miljard, en ze vloog keurig onder de media-radar door. De kranten hadden het te druk met Zijlstra. Zoals SCP-directeur Schnabel onlangs zei: de hele cultuurbegroting is gelijk aan de jaarbegroting van één academisch ziekenhuis - tot november.

Heeft de kwaliteitsjournalistiek haar prioriteiten wel op orde? Afgelopen weken spraken collega Paul Brill en ik met Nederlandse politici en topambtenaren die in de jaren negentig betrokken waren bij de geboorte van de euro. Ik las verslagen van Kamerdebatten, over de toelating van Italië en Griekenland. Dat was een tamelijk onthutsende ervaring, omdat je achteraf ziet welke enorme risico's er zijn genomen. Maar vooral omdat nu blijkt wat bijvoorbeeld de media toentertijd hadden kunnen weten.

Misgeboorte
Oud-premier Kok, ex-minister Bot en topambtenaar Brouwer dachten al in de jaren negentig dat strafmaatregelen tegen landen die de euroregels overtraden niet zouden werken. Dat is de kern van de eurocrisis waar we nu in zitten. Waarom zat de journalistiek daar toen niet bovenop? Ben Bot zegt nu: we tuigden een structuur op die niet werkte. Hadden we dat niet met onze eigen onafhankelijke journalistieke ogen kunnen zien? Voorspellen? Of op zijn minst de bedenkers het hemd van het lijf moeten vragen?

Tijdens het Kamerdebat over de toelating van Italië (1998) zei Bolkestein: het is een voldongen feit, we kunnen hoog of laag springen, Italië komt erbij. Hij constateerde ook dat het woord 'strikt' dat eerder steeds was verbonden aan het vasthouden aan de toelatingscriteria, niet meer in de stukken stond. Hans Hoogervorst, toenmalig financieel woordvoerder van de VVD-fractie en bekend met Italië, wekte tezelfdertijd de woede van D66 met zijn uitspraak dat de Italianen, eenmaal bij de euro, de teugels meteen zouden laten vieren. Dat zomaar te zeggen getuigde van 'gebrek aan respect'.

Hoogervorst heeft zoveel gelijk gekregen dat hij nu kan concluderen dat de euro een misgeboorte was. Anders gezegd: ongeveer alles waar we nu tegenaan lopen, was destijds openbaar of had bekend kunnen zijn. In Amerika en Groot-Brittannië werden trouwens de weeffouten van de euro breed uitgemeten. En Jan Marijnissen, ere wie ere toekomt, stelde op grond van een NIPO-enquête vast dat een forse meerderheid van de bevolking de euro gewoon niet wilde. Hij bepleitte een referendum - tevergeefs.

Kritiekloze euroliefde
Maar behoudens een of twee specialisten en Paul Scheffer, die al vroeg waarschuwde voor kritiekloze euroliefde, zat de kwaliteitspers te slapen. Europa was geen onderwerp van grote verontwaardiging zoals 130 rijden of een minister die ouders durft aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Integendeel, Europa was een goed, waar en mooi project waarbij niet al te veel kanttekeningen pasten. Marijnissen werd niet gehoord. Bolkestein was niet reçu. Tijdens het gesprek deze week zei Wim Kok terecht dat er in Nederland totaal geen debat of belangstelling was. Heel anders dan in Engeland waar men op hoge toon over de Brusselse megastaat discussieerde.

De journalistiek, voor zover betrokken, vocht aan de kant van de politici die de euro wilden. Europa was goed, want was het antwoord op de Tweede Wereldoorlog. En nog altijd hoor je als gewichtig standpunt dat er nu moet worden 'doorgepakt' met het overdragen van zoveel mogelijk competenties aan Brussel. Alles om te voorkomen dat Nederland zich met dit verschrikkelijke kabinet 'terugtrekt achter de dijken'. Het is geen argument dat hout snijdt maar de dorst van het morele gelijk is onlesbaar. Nu zitten we met de gebakken peren.

De pers moet zich schamen voor zijn lichtzinnigheid. In de medische wereld spreekt men in zulke gevallen van verwijtbare nalatigheid.

Martin Sommer is politiek redacteur van de Volkskrant.

 De dorst van het morele gelijk is onlesbaar  
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.